id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.6 Rolnummer: P.22.0023.N Zaak: T. contra GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-13 Raadplegingen: 629 - laatst gezien 2026-06-15 11:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing die oordeelt dat een strafrechtelijke veroordeling wegens een stedenbouwmisdrijf definitief is, een tijdig ingestelde herstelvordering niet is verjaard, een verzoek tot gedinghervatting van de Stedenbouwkundig inspecteur voor het ramen van de meerwaarde ontvankelijk is, een vordering tot vervanging van een gerechtsdeskundige ongegrond is op grond van regels van het Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening over het bepalen van de meerwaarde, die de partijen uitnodigt om relevante stukken voor te leggen om de meerwaarde te bepalen die een onroerend goed heeft verkregen door een misdrijf van stedenbouw en het debat heropent met vaststelling van conclusietermijnen, is geen eindbeslissing noch een beslissing waartegen ingevolge artikel 420 Wetboek van Strafvordering cassatieberoep openstaat. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Stedenbouw - Definitieve veroordeling op strafgebied - Uitstel van behandeling voor het ramen van de meerwaarde die het goed verkreeg door het misdrijf - Verzoek tot gedinghervatting - Heropening van de debatten - Bepalen van conclusietermijnen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Definitieve veroordeling op strafgebied - Uitstel van behandeling voor het ramen van de meerwaarde die het goed verkreeg door het misdrijf - Verzoek tot gedinghervatting - Heropening van de debatten - Bepalen van conclusietermijnen - Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0023.N
- L T, gedaagde in gedinghervatting, eiseres,
- T V G, gedaagde in gedinghervatting, eiser, met als raadsman mr. Frederiek Baudoncq, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3001 Leuven (Heverlee), Philipssite 5B, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, met kantoor te 3000 Leuven, Dirk Boutsgebouw, Diestsepoort 6 bus 93, eiser tot herstel, verweerder, met als raadsman mr. Philippe Declercq, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Diestsevest 47 bus 001, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 16 december
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest oordeelt dat: - de rechtsvoorganger van de eisers strafrechtelijk werd veroordeeld wegens stedenbouwmisdrijven bij een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 februari 1996, waarin het beroepen vonnis werd bevestigd in zoverre de rechtsvoorganger van de eisers daarin werd bevolen de gevolgen van de inbreuken te doen verdwijnen door het betalen van de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen en in zoverre daarin een gerechtsdeskundige werd aangesteld om die meerwaarde te ramen, waarbij de behandeling van de zaak werd uitgesteld met betrekking tot de verdere afhandeling van de vordering van de gemachtigde ambtenaar; - de aangestelde gerechtsdeskundige nooit een verslag heeft opgesteld; - aangezien de tijdig ingestelde herstelvordering niet is verjaard, de op verzoek van de verweerder op 13 maart 2018 aan de eisers betekende dagvaarding in gedinghervatting ontvankelijk is en de eisers ertoe gehouden zijn het geding te hervatten voor hun op 3 juni 2006 overleden rechtsvoorganger; - de vordering van de verweerder tot vervanging van de gerechtsdeskundige ongegrond is omdat de meerwaarde thans moet worden begroot op grond van de artikelen 14, 15 en 16 Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening van 9 februari 2018; - de partijen moeten worden uitgenodigd om alle relevante stukken voor te leggen die het hof van beroep moeten toelaten om de meerwaarde te bepalen; - het debat te dien einde wordt heropend, waarbij conclusietermijnen worden bepaald en de zaak voor behandeling wordt vastgesteld op de rechtszitting van 16 februari
- Er ligt geen eindbeslissing voor in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering noch een beslissing als bedoeld door artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. De cassatieberoepen zijn voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middelen
- De middelen die geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoepen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 6 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div