← België

B. contra GHEYSENS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220909.1N.2 Rolnummer: C.21.0280.N Zaak: B. contra GHEYSENS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-09-16 Raadplegingen: 1604 - laatst gezien 2026-06-17 12:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De precontractuele informatieverplichting omtrent de prijsberekening, zoals vervat in toenmalig artikel XIV.3, 3° WER, als omzetting van artikel 5.1,

  1. c)Richtlijn Consumentenrechten 2011/83/EU, is op zich verzoenbaar met een partijbeslissing omtrent het ereloon van een advocaat in de zin van artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek indien deze informatieverplichting wordt nageleefd; een schending van die informatieverplichting leidt tot precontractuele aansprakelijkheid en maakt een fout uit in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek en wordt als dusdanig gesanctioneerd. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Ereloon - Partijbeslissing - Precontractuele informatieverplichting Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XIV.3, 3° - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van ... - 25-10-2011 - Art. 5.1,
  2. c)Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 446ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Artikel XIV.50, 26° WER, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan door de wet van 15 april 2018, betreft de totstandkoming van de overeenkomst en is niet van toepassing op een partijbeslissing die de uitvoering van de overeenkomst betreft. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Ereloon - Partijbeslissing - Onrechtmatig beding Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XIV.50, 26° - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 446ter, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2022, n° 702, p. 1. - JANSEN, Ruud; Note'Précisions quant aux honoraires d'avocat' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0280.N C. B., eiser, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 17 juni 2021 (nr. G.21.0046.N), vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen GHEYSENS bv, met zetel te 8560 Wevelgem, Lode De Boningestraat 39, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0460.761.282, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 7 januari 2021. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Artikel 5.1, c), Richtlijn Consumentenrechten 2011/83/EU bepaalt dat, voordat de consument door enige andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, dan wel een daarmee overeenstemmend aanbod is gebonden, de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekt, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context, over de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van alle belastingen, of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend, en, voor zover van toepassing, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, in ieder geval het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. Artikel 24.1 Richtlijn Consumentenrechten 2011/83/EU bepaalt dat de lidstaten de regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en alle nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. 2. Artikel XIV.3, 3°, WER, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan door de wet van 15 april 2018, bepaalt in omzetting van de Richtlijn dat, vooraleer een consument wordt gebonden door een andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten de gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening gesloten overeenkomst de beoefenaar van een vrij beroep de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekt, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context, over de totale prijs van het product, met inbegrip van alle belastingen, en alle diensten die door de consument verplicht moeten worden bijbetaald, of, als door de aard van het product de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend, en, desgevallend, alle extra kosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, in ieder geval het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. 3. Artikel 446ter, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat advocaten hun ereloon begroten met de bescheidenheid die van hun functie moet worden verwacht. Een beding daaromtrent dat uitsluitend verbonden is aan de uitslag van het geschil, is verboden. Ingeval het ereloon niet met een billijke gematigdheid is vastgesteld, wordt het door de raad van de Orde verminderd, met inachtneming onder meer van de belangrijkheid van de zaak en van de aard van het werk, onder voorbehoud van de teruggave die hij beveelt, indien daartoe grond bestaat, dit alles onverminderd het recht van de partij om zich tot het gerecht te wenden indien de zaak niet aan een scheidsgerecht is onderworpen. 4. Uit het geheel van deze wetsbepalingen vloeit voort dat de precontractuele informatieverplichting omtrent de prijsberekening, zoals vervat in toenmalig artikel XIV.3, 3°, WER, als omzetting van artikel 5.1, c), Richtlijn Consumentenrechten 2011/83/EU, op zich verzoenbaar is met een partijbeslissing omtrent het ereloon van een advocaat in de zin van artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek indien deze informatieverplichting wordt nageleefd. Een schending van die informatieverplichting leidt tot precontractuele aansprakelijkheid en maakt een fout uit in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek en wordt als dusdanig gesanctioneerd. Het onderdeel dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel 5. Artikel XIV.50, 26°, WER, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan door de wet van 15 april 2018, bepaalt dat de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken om op onweerlegbare wijze de instemming van de consument vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst, in elk geval onrechtmatig zijn in de overeenkomsten gesloten tussen een beoefenaar van een vrij beroep en een consument. 6. Deze bepaling die de totstandkoming van de overeenkomst betreft, is niet van toepassing op een partijbeslissing die de uitvoering van de overeenkomst betreft. 7. Het onderdeel dat een partijbeslissing ter bepaling van het ereloon van de advocaat als een beding in de zin van artikel XIV.50, 26°, WER beschouwt, gaat aldus uit van een onjuiste rechtsopvatting, en faalt bijgevolg naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 563,65 euro in debet en op de som van 650 euro rolrecht in debet verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220909.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.