id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220909.1N.3 Rolnummer: C.21.0346.N Zaak: S. contra R. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-09-16 Raadplegingen: 2168 - laatst gezien 2026-06-19 13:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche De in artikel 446ter, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek uitgedrukte wil van de wetgever dat de rechter het ereloon van een advocaat kan matigen indien het niet in bescheidenheid en met billijke gematigdheid werd begroot, strekt ertoe het vertrouwen van de rechtszoekende in de advocatuur en bij uitbreiding in de justitie in het algemeen te versterken; aldus betreft zij de juridische grondslagen van de maatschappij en raakt zij de openbare orde
(1)Zie Cass. 30 juni 2016, AR F.15.0014.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160630.22, AC 2016, nr. 437; Cass. 10 september 2015, AR C.12.0533.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150910.2-C.12.0597.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150910.2, AC 2015, nr. 500; Cass. 29 april 2011, AR C.10.0183.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110429.2, AC 2011, nr. 288; Cass. 29 november 2007, AR C.07.0173.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071129.7, AC 2007, nr. 596; Cass. 25 april 2002, AR C.00.0373.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020425.8, AC 2002, 1117, met concl. van advocaat-generaal D. THIJS; Cass. 10 maart 1994, AR 9669, AC 1994, nr. 114; Cass. 28 september 1979, AC 1979-80, nr. 66; Cass. 10 november 1978, AC 1979, 299; Cass. 15 maart 1968, AC 1968, 936; Cass. 22 december 1949, AC 1950, 244; Cass. 5 mei 1949, AC 1949, 298; Cass. 9 december 1948, AC 1948,
- Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Ereloon - Matiging - Openbare orde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 446ter, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2022, n° 702, p.
- - MARY, Gauthier; Note'Précisions quant aux honoraires d'avocat' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0346.N H. S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- S. R.,
- R. R., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 oktober
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 2 Oud Burgerlijk Wetboek kunnen contractspartijen geen afbreuk doen aan de wetten die de openbare orde betreffen. Wettelijke bepalingen die de wezenlijke belangen van de Staat of van de gemeenschap betreffen of die, in het privaatrecht, de juridische grondslagen vastleggen waarop de economische of morele orde berust, zijn van openbare orde.
- Artikel 446ter, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat advocaten hun ereloon begroten met de bescheidenheid die van hun functie moet worden verwacht. Ingeval het ereloon niet met een billijke gematigdheid is vastgesteld, wordt het door de raad van de Orde verminderd, met inachtneming onder meer van de belangrijkheid van de zaak en van de aard van het werk, onder voorbehoud van de teruggave die hij beveelt, indien daartoe grond bestaat, dit alles onverminderd het recht van de partij om zich tot het gerecht te wenden indien de zaak niet aan een scheidsgerecht is onderworpen. De in deze bepaling uitgedrukte wil van de wetgever dat de rechter het ereloon van een advocaat kan matigen indien het niet in bescheidenheid en met billijke gematigdheid werd begroot, strekt ertoe het vertrouwen van de rechtszoekenden in de advocatuur en bij uitbreiding in de justitie in het algemeen te versterken. Aldus betreft zij de juridische grondslagen van de maatschappij en raakt zij de openbare orde.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat het recht van de rechtzoekende om het ereloon van de advocaat te laten beoordelen door de rechter de openbare orde niet raakt, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel de miskenning aanvoert van de wettelijke bewijswaarde van de buitengerechtelijke bekentenis zoals vervat in de artikelen 1354 en 1356 Oud Burgerlijk Wetboek, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek en artikel 2 Oud Burgerlijk Wetboek. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 549,42 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220909.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.1 ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260513.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020425.8 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071129.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110429.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150910.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160630.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div