← België

GEMEENTE LAARNE contra IMMO KOUTERS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220909.1N.5 Rolnummer: C.19.0653.N Zaak: GEMEENTE LAARNE contra IMMO KOUTERS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-16 Raadplegingen: 867 - laatst gezien 2026-06-19 13:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het verstrijken van de termijn bepaald bij artikel 2.6.2, §2, 3de lid Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zonder naleving van de erin neergelegde verplichtingen, heeft het definitief verval van het recht op planschadevergoeding tot gevolg, ongeacht of het door de decreetgever met deze bepaling nagestreefde doel al dan niet werd bereikt. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Vrije woorden: Planschadevergoeding - Verval van recht Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 2.6.2, § 2, derde lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0653.N GEMEENTE LAARNE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9270 Laarne, Dorpsstraat 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.445.881, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen IMMO KOUTERS nv, met zetel te 9270 Laarne, Bieststraat 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0432.979.492, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 september 2019, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 9 november

  1. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 2.6.2, § 2, tweede lid, VCRO moet de planschadevergoeding worden verminderd of geweigerd voor zover vaststaat dat de eiser in het Gewest andere onroerende goederen bezit of aandelen in een vennootschap die als hoofddoel het beheer van onroerende goederen heeft, die voordeel halen uit de inwerkingtreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan of uit werken uitgevoerd op kosten van openbare besturen, behoudens de onroerende goederen waarvoor een planbatenheffing betaald wordt overeenkomstig artikel 2.6.4 tot en met 2.6.
  3. Krachtens artikel 2.6.2, § 2, derde lid, VCRO moeten alle eisende partijen, op straffe van definitief verval van het recht op planschadevergoeding, binnen zes maanden na de inleiding van de zaak en uiterlijk vóór de eerste rechterlijke uitspraak over de grond van de zaak per aangetekende brief gericht aan de griffie van de bevoegde rechtbank een staat neerleggen met de vermelding op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of zij al dan niet in het bezit zijn van andere, bebouwde of onbebouwde, gronden in het Gewest of aandelen in een vennootschap die als hoofddoel het beheer van onroerende goederen heeft. Als dat het geval is, moeten zij ook de precieze aanduiding geven van de kadastrale gegevens van die gronden en het aantal aandelen. Terzelfdertijd als de neerlegging ter griffie, wordt die staat op dezelfde wijze medegedeeld aan de verwerende partij en haar raadsman. Hieruit volgt dat het verstrijken van de termijn bepaald bij artikel 2.6.2, § 2, derde lid, VCRO, zonder naleving van de erin neergelegde verplichtingen, het definitief verval van het recht op planschadevergoeding tot gevolg heeft, ongeacht of het door de decreetgever met deze bepaling nagestreefde doel al dan niet werd bereikt.
  4. De appelrechters oordelen dat: - ondanks de laattijdigheid dient te worden beoordeeld of het normdoel van de regelgeving werd behaald; - het door de decreetgever nagestreefde doel, namelijk het de rechter mogelijk maken zijn onderzoek te voeren en de planschadevergoeding te bepalen is bereikt en dat de sanctie van het verval van het recht op planschadevergoeding niet evenredig is met het nagestreefde normdoel.
  5. Door de toepassing van de sanctie die vervat ligt in artikel 2.6.2, § 2, derde lid, VCRO te toetsen aan een normdoel en door die sanctie niet evenredig te achten, schenden de appelrechters deze bepaling. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220909.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.