← België

ROMARCO N.V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.10 Rolnummer: P.22.0741.N Zaak: ROMARCO N.V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2022-09-15 Raadplegingen: 890 - laatst gezien 2026-06-19 05:17 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit de artikelen 163, eerste lid, 172, tweede lid, 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering volgt voor de strafrechter de verplichting om in een veroordelende beslissing de toegepaste wetsbepalingen te vermelden, dit wil zeggen de wettelijke bepalingen waarbij de bestanddelen van het bewezen verklaarde misdrijf worden vastgesteld, alsook van de wetsbepalingen die de toegepaste straf bepalen; indien een veroordelende beslissing die wetsbepalingen niet vermeldt, is die niet regelmatig met redenen omkleed zoals vereist door artikel 149 Grondwet. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 163, eerste lid, 172, tweede lid, 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 2 - 3 Het bestreden vonnis dat de eiseres schuldig verklaart aan het vervoeren of laten vervoeren van gevaarlijke goederen, terwijl de hoeveelheid van elk gevaarlijk goed ontbrak in het vervoerdocument of onvolledig was en daarbij enkel artikel 5.4.1.1.1 van de bijlage A bij het ADR-verdrag en punt 1.4 van de bijlage 1 KB 24 maart 1997 vermeldt, waardoor het enkel melding maakt van de overtreden bepaling van het ADR-verdrag respectievelijk van de bepaling welke het bedrag vastlegt dat bij een onmiddellijke inning kan worden gevorderd, vermeldt aldus niet de wetsbepalingen die de gedraging waarvoor wordt veroordeeld tot straf strafbaar stellen; aldus is de schuldigverklaring van de eiseres aan het feit van de enige telastlegging en haar veroordeling tot straf niet regelmatig met redenen omkleed

(1).
(1)Zie over de strafbaarstelling van bepaalde inbreuken op de ADR-regelgeving: Cass. 15 december 2015, AR P.14.1161.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151215.5, AC 2015, nr. 752; Cass. 10 september 2013, AR P.12.0913.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130910.1, AC 2013, nr. 433; C. DE ROY, “Inbreuken op de ADR-regelgeving inzake vervoer van gevaarlijke goederen over de weg blijven ook onder het KB van 28 juni 2009 wel degelijk strafbaar”, VAV 2013/6, 73-75; C. DE ROY, “Kroniek wegverkeersrecht 2010-2013: overzicht van de belangrijkste evoluties in wetgeving en rechtspraak”, RW 2013-14, 1338, nr. 91-
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Tekst van de beslissing Nr. P.22.0741.N ROMARCO nv, met zetel te 9240 Zele, Baaikensstraat 17, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 27 april
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, de artikelen 14 en 149 Grondwet, de artikelen 172, tweede lid, 195 en 211 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 2 en 3 en punt 1.4 van bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen (hierna KB 24 maart 1997): het bestreden vonnis vermeldt niet op grond van welke wetsbepaling de feiten van de enige telastlegging waaraan de eiseres schuldig is verklaard en waarvoor ze is veroordeeld strafbaar zijn; die strafbaarheid blijkt niet uit de vermelding van artikel 5.4.1.1.1 van de bijlage A bij het Europees Verdrag van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (hierna ADR-verdrag) of van het punt 1.4 van de bijlage 1 KB 24 maart
  4. Uit de artikelen 163, eerste lid, 172, tweede lid, 195, eerste lid en 211 Wetboek van Strafvordering volgt voor de strafrechter de verplichting om in een veroordelende beslissing de toegepaste wetsbepalingen te vermelden, dit wil zeggen de wettelijke bepalingen waarbij de bestanddelen van het bewezen verklaarde misdrijf worden vastgesteld, alsook van de wetsbepalingen die de toegepaste straf bepalen. Indien een veroordelende beslissing die wetsbepalingen niet vermeldt, is die niet regelmatig met redenen omkleed zoals vereist door artikel 149 Grondwet.
  5. Het bestreden vonnis verklaart de eiseres schuldig aan het vervoeren of laten vervoeren van gevaarlijke goederen, terwijl de hoeveelheid van elk gevaarlijk goed ontbrak in het vervoerdocument of onvolledig was. Het vermeldt daarbij enkel artikel 5.4.1.1.1 van de bijlage A bij het ADR-verdrag en punt 1.4 van de bijlage 1 KB 24 maart 1997, waardoor het enkel melding maakt van de overtreden bepaling van het ADR-verdrag respectievelijk van de bepaling welke het bedrag vastlegt dat bij een onmiddellijke inning kan worden gevorderd. Het vermeldt aldus niet de wetsbepalingen die de gedraging waarvoor wordt veroordeeld tot straf strafbaar stellen. Aldus is de schuldigverklaring van de eiseres aan het feit van de enige telastlegging en haar veroordeling tot straf niet regelmatig met redenen omkleed. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens waar dit de hogere beroepen ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 137,67 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 13 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130910.1 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151215.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.