id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.19 Rolnummer: P.22.0907.N Zaak: E. contra E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-09-15 Raadplegingen: 963 - laatst gezien 2026-06-18 16:40 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Uit het enkele feit dat een rechter een beslissing neemt die volgens een partij een onjuiste toepassing van het recht inhoudt, kan geen gewettigde verdenking worden afgeleid en dat geldt ook indien een rechter ondanks de voorgehouden schorsende werking van een rechtsmiddel oordeelt dat hij rechtsmacht behoudt om verder van de zaak kennis te nemen; de wrakingsprocedure wegens gewettigde verdenking kan niet worden gebruikt als een rechtsmiddel tegen beslissingen die een partij niet zint. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0907.N N E H, verzoeker tot wraking, eiser, met als raadsman mr. Louis De Groote, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, burgerlijke kamer, van 20 juni 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR, artikel 47 Europees Handvest en artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat er geen gewettigde verdenking bestaat; de strafrechter die behoudens de vaststelling van een manifeste niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, het onderzoek van de zaak van een beklaagde-appellant verderzet, spijts een hoger beroep tegen een eerdere door hem genomen beslissing die niet uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard, begaat machtsoverschrijding aangezien de zaak bij hem niet meer aanhangig is; de rechter die hoewel hij niet langer bevoegdheid heeft, toch van de zaak kennis blijft nemen is wraakbaar op grond van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek; hij wekt bij de partij die het hoger beroep heeft ingesteld de schijn op niet langer over de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijk te beschikken. 2. Gewettigde verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek veronderstelt dat een rechter niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de zaak of dat bij de partijen en de publieke opinie gewettigde twijfel bestaat over zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen. Die twijfel moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn. 3. Uit het enkele feit dat een rechter een beslissing neemt die volgens een partij een onjuiste toepassing van het recht inhoudt, kan geen gewettigde verdenking worden afgeleid. Dat geldt ook indien een rechter ondanks de voorgehouden schorsende werking van een rechtsmiddel oordeelt dat hij rechtsmacht behoudt om verder van de zaak kennis te nemen. De wrakingsprocedure wegens gewettigde verdenking kan niet worden gebruikt als een rechtsmiddel tegen beslissingen die een partij niet zint. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 4. De overige wetsschendingen zijn afgeleid uit de voormelde onjuiste rechtsopvatting en bijgevolg in zoverre niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 13 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.19 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20250320.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.