← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.21 Rolnummer: P.22.1166.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-09-15 Raadplegingen: 1093 - laatst gezien 2026-06-19 05:30 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Het hof van beroep dat bij toepassing van artikel 27, § 1, 2°, en § 2, Voorlopige Hechteniswet een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling verwerpt, moet de beslissing tot verwerping overeenkomstig artikel 27, § 3, vierde lid, Voorlopige Hechtenis motiveren met inachtneming van hetgeen is voorgeschreven in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechtenis; het moet dan ook het bestaan vaststellen van ernstige aanwijzingen van schuld voor de feiten waarvoor de verzoeker van zijn vrijheid is beroofd

(1).
(1)Zie Cass. 27 oktober 1998, AR P.98.1280.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981027.13, AC 1998, nr. 460; Cass. 19 november 1996, AR P.96.1410.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961119.5, AC 1996, nr. 442; Cass. 30 december 1997, AR P.97.1649.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2, AC 1997, nr. 580. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, § 5, en 27, §§ 1, 2 en 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 2 - 3 Het hof van beroep dat een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling verwerpt, dient bij de vaststelling van het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld het vermoeden van onschuld te respecteren en het kan dan ook voor de vaststelling van het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld niet louter verwijzen naar het veroordelend beroepen vonnis vermits door een dergelijke verwijzing het immers de redenen overneemt die de eerste rechter heeft aangenomen om de verzoeker schuldig te verklaren aan de hem ten laste gelegde feiten; het arrest dat voor het bestaan van de ernstige aanwijzingen van schuld onder meer verwijst naar het beroepen vonnis miskent het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld
(1).
(1)Cass. 10 november 1992, AR nr. 285, AC 1992, nr. 724; zie ook Cass. 1 april 2020, AR P.20.0337.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200401.2F.9, AC 2020, nr. 225, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas. en : het hof oordeelde dat er geen miskenning van het vermoeden van onschuld voorlag, maar het hof van beroep heeft hier klaarblijkelijk niet alleen verwezen naar het bevel tot aanhouding en het beroepen vonnis maar een eigen beoordeling aan toegevoegd. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, § 5, en 27, §§ 1, 2 en 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, § 5, en 27, §§ 1, 2 en 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Annotaties Publicaties: NC-Nullum Crimen: Tijdschrift voor straf-en strafprocesrecht - 2023, nr. 3, p. 213-
  1. - VAN DOOREN, Eric; Noot'Procedurele valkuilen bij een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling' Tekst van de beslissing Nr. P.22.1166.N A H, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jan Goedhuys, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 31 augustus
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het arrest verklaart eisers verzoekschrift ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 16, § 5, 21, § 5, 23, § 4 en 30, § 3 en § 4, Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het vermoeden van onschuld: hoewel de eiser uitvoerig heeft gemotiveerd waarom er geen gevaar is voor de openbare veiligheid, voor recidive en voor vlucht, laat het arrest na eisers argumentatie te weerleggen; het gevaar voor de openbare veiligheid kan niet louter worden afgeleid uit de zwaarwichtige aard van de ten laste gelegde feiten; het arrest laat verder na te vermelden welke de feitelijke omstandigheden van de zaak zijn en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de eiser; het arrest kan niet verwijzen naar het in eerste aanleg gewezen veroordelend vonnis, aangezien de eiser de telastleggingen ten stelligste betwist, hij tegen dit vonnis hoger beroep heeft aangetekend en zijn schuld niet mag worden vermoed; het arrest laat verder na aan te geven welke de ernstige redenen zijn waaruit wordt afgeleid dat er onttrekkings- en recidivegevaar is; het arrest motiveert niet waarom een invrijheidstelling tegen de betaling van een borgsom of een invrijheidstelling onder voorwaarden niet kan volstaan.
  5. Artikel 27, § 3, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat een beslissing tot verwerping van een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling wordt gemotiveerd met inachtneming van hetgeen is voorgeschreven in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet.
  6. Het hof van beroep dat bij toepassing van artikel 27, § 1, 2°, en § 2, Voorlopige Hechteniswet een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling verwerpt moet dan ook het bestaan vaststellen van ernstige aanwijzingen van schuld voor de feiten waarvoor de verzoeker van zijn vrijheid is beroofd.
  7. Bij de vaststelling van het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld dient het hof van beroep het vermoeden van onschuld te respecteren. Het kan dan ook voor de vaststelling van het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld niet louter verwijzen naar het veroordelend beroepen vonnis. Door een dergelijke verwijzing neemt het immers de redenen over die de eerste rechter heeft aangenomen om de verzoeker schuldig te verklaren aan de hem ten laste gelegde feiten.
  8. Het arrest verwijst voor het bestaan van de ernstige aanwijzingen van schuld onder meer naar het beroepen vonnis. Aldus miskent het arrest het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het eisers verzoek om voorlopige invrijheidstelling ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 128,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 13 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961119.5 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981027.13 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200401.2F.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250129.2F.7 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260128.2F.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.