← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.4 Rolnummer: P.22.0607.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-09-15 Raadplegingen: 714 - laatst gezien 2026-06-16 15:03 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Of er een strafverzwaring is, wordt beoordeeld door de bestraffing opgelegd door de eerste rechter en die opgelegd door het appelgerecht te vergelijken waarbij die vergelijking gebeurt op basis van het geheel van de telkens uitgesproken straffen, met dien verstande dat indien de eerste rechter en de appelrechters zowel een hoofdgevangenisstraf als een geldboete hebben opgelegd, voor het bepalen van de zwaarte van de bestraffing enkel de hoofdgevangenisstraf in aanmerking wordt genomen en de maat van de overige straffen zonder belang is; er is dan ook geen strafverzwaring indien de eerste rechter een hoofdgevangenisstraf met probatie-uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van vijf jaar heeft uitgesproken en het appelgerecht daarentegen een hoofdgevangenisstraf van dezelfde duur oplegt maar met gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar en dit ongeacht of het appelgerecht slechts voor de helft van de uitgesproken geldboete gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar heeft uitgesproken, daar waar de eerste rechter gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar voor het geheel van de geldboete had verleend. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.22.0607.N P A G D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Lieven De Graeve, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 8 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 202 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel “tantum devolutum, quantum appellatum” (een zaak wordt in tweede aanleg slechts aanhangig gemaakt binnen de perken van de ingestelde hogere beroepen): het arrest is niet naar recht verantwoord; de appelrechters hebben de toestand van de eiser verzwaard door uitstel van de tenuitvoerlegging van de geldboete slechts voor de helft ervan te verlenen, terwijl in het beroepen vonnis uitstel van tenuitvoerlegging voor het volledige bedrag van de geldboete werd verleend.
  3. Of er een strafverzwaring is, wordt beoordeeld door de bestraffing opgelegd door de eerste rechter en die opgelegd door het appelgerecht te vergelijken waarbij die vergelijking gebeurt op basis van het geheel van de telkens uitgesproken straffen, met dien verstande dat indien de eerste rechter en de appelrechters zowel een hoofdgevangenisstraf als een geldboete hebben opgelegd, voor het bepalen van de zwaarte van de bestraffing enkel de hoofdgevangenisstraf in aanmerking wordt genomen en de maat van de overige straffen zonder belang is.
  4. Er is dan ook geen strafverzwaring indien de eerste rechter een hoofdgevangenisstraf met probatie-uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van vijf jaar heeft uitgesproken en het appelgerecht daarentegen een hoofdgevangenisstraf van dezelfde duur oplegt maar met gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar en dit ongeacht of het appelgerecht slechts voor de helft van de uitgesproken geldboete gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar heeft uitgesproken, daar waar de eerste rechter gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar voor het geheel van de geldboete had verleend.
  5. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 13 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.