id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220916.1N.4 Rolnummer: C.21.0400.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra CV PV VERZEKERINGEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-09-20 Raadplegingen: 1208 - laatst gezien 2026-06-19 05:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de publieke werkgever een werknemer die ingevolge de fout van een derde een bestendige arbeidsongeschiktheid heeft opgelopen, vervroegd op pensioen stelt, is het invaliditeitspensioen dat hij zijn werknemer uitkeert, voor de pensioenschuldenaar geen schade
(1).
(1)Cass. 28 maart 2017, AR P.16.0115.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.9, AC 2017, nr. 225; Cass. 19 juni 2015, AR C.12.0577.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150619.1, AC 2015, nr.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Vrije woorden: Publieke werkgever - Werknemer - Bestendige arbeidsongeschiktheid - Fout van een derde - Vervroegde op pensioenstelling - Invaliditeitspensioen - Aard Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: PENSIOEN - ALLERLEI Vrije woorden: Publieke werkgever - Werknemer - Bestendige arbeidsongeschiktheid - Fout van een derde - Vervroegde op pensioenstelling - Invaliditeitspensioen - Aard Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Het door de Staat van rechtswege treden in de rechten en vorderingen van de begunstigde ten opzichte van de aansprakelijke derde, geldt voor het geheel der bedragen die, krachtens de Belgische of vreemde wetgeving, verschuldigd zijn als gehele of gedeeltelijke vergoeding van de schade die het personeelslid door toedoen van de aansprakelijke derde, opgelopen heeft. Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING Vrije woorden: Belgische Staat - Personeelslid - Rechten en vorderingen van de begunstigde ten opzichte van de aansprakelijke derde - Indeplaatsstelling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 21 december 1994 - 21-12-1994 - Art. 160, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1994021468 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0400.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2, eiser, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiser woonplaats kiest, tegen P&V VERZEKERINGEN cv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.236.531, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 23 december
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze integraal te vergoeden. Dit impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien die daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.
- Wanneer de publieke werkgever een werknemer die ingevolge de fout van een derde een bestendige arbeidsongeschiktheid heeft opgelopen, vervroegd op pensioen stelt, is het invaliditeitspensioen dat hij zijn werknemer uitkeert, voor de pensioenschuldenaar geen schade. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 14, § 3, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel treedt de overheid, die de last van de rente draagt, van rechtswege in alle rechten, vorderingen en rechtsmiddelen die het slachtoffer of zijn rechthebbenden, overeenkomstig § 1 mochten kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor het arbeidsongeval of de beroepsziekte en zulks tot het bedrag van de renten en vergoedingen door deze bepaald en van het bedrag gelijk aan het kapitaal dat die renten vertegenwoordigt.
- Krachtens artikel 160, § 1, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen treedt de Staat van rechtswege in de rechten en vorderingen van de begunstigden ten opzichte van aansprakelijke derden voor de sommen die ten laste van de Staat zijn uitgegeven, voor geneeskundige kosten, voor de wedden, toelagen en vergoedingen die ten gunste van het personeelslid voorgeschoten zijn tijdens de periode van afwezigheid om gezondheidsredenen die het gevolg is van de schadeverwekkende handeling en voor alle andere door de Staat gedragen kosten. Deze indeplaatsstelling geldt voor het geheel der bedragen die, krachtens de Belgische of vreemde wetgeving, verschuldigd zijn als gehele of gedeeltelijke vergoeding van de schade die het personeelslid door toedoen van de aansprakelijke derden, opgelopen heeft.
- Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 315,70 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 16 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220916.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150619.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div