← België

V. contra BELGISCHE STAAT, FINANCIËN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220923.1N.8 Rolnummer: F.20.0118.N Zaak: V. contra BELGISCHE STAAT, FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-09-29 Raadplegingen: 1301 - laatst gezien 2026-06-18 11:10 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220923.1N.8 Fiches 1 - 2 Het begrip “bezoldigingen van bedrijfsleider” in de zin van de artikelen 30, 2°, en 32, eerste lid, WIB92 omvat ook de gelden die een bedrijfsleider zich onrechtmatig heeft toegeëigend ten nadele van de vennootschap, voor zover deze gelden hun oorzaak vinden in de door de bedrijfsleider uitgeoefende functie of ten bate van de vennootschap verrichte prestaties

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Algemeen Vrije woorden: Onrechtmatig toegeëigende gelden - Belastbaarheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 30 en 32 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Bezoldigingen Vrije woorden: Bedrijfsleiders - Onrechtmatig toegeëigende gelden - Belastbaarheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 30 en 32 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Fiscoloog-Fiscoloog: nieuwsbrief over fiscaliteit - 2022, nr. 1761, p. 3-
  1. - VAN CROMBRUGGE; Noot'Verduisterde sommen kunnen bedrijfsleidersbezoldigingen zijn' Fiscologue-Fiscologue - 2022, n° 1761, p. 3-
  2. - VAN CROMBRUGGE, Stefaan; Note'Les sommes détournées peuvent être des rémunérations de dirigeant d'entreprise' Tekst van de beslissing Nr. F.20.0118.N
  3. E. V.,
  4. F. H., eisers, met als raadsman mr. Erhard Vermeulen, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor 2000 Antwerpen, Léon Stynenstraat 75C, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur van de Bijzondere Belastinginspectie Brussel, met kantoor te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33, bus 49, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 maart
  5. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 28 juni 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde onderdeel
  6. Krachtens artikel 30, 2°, WIB92 omvatten bezoldigingen, ongeacht de schuldenaar of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgesteld en toegekend: bezoldigingen van bedrijfsleiders.
  7. Krachtens artikel 32, eerste lid, WIB92 zijn bezoldigingen van bedrijfsleiders alle beloningen verleend of toegekend aan een natuurlijke persoon die: 1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent; 2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard, uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst. Krachtens het tweede lid van dit artikel behoren hiertoe inzonderheid: 1° vaste of veranderlijke tantièmes, zitpenningen, emolumenten en alle andere sommen toegekend door vennootschappen, andere dan dividenden of terugbetalingen van eigen kosten van de vennootschap; 2° voordelen, vergoedingen en bezoldigingen die in wezen gelijkaardig zijn aan die vermeld in artikel 31, tweede lid, 2° tot 5° WIB92; 3° in afwijking van artikel 7 WIB92, de huurprijs en de huurvoordelen van een gebouwd onroerend goed verhuurd door de in het eerste lid, 1°, vermelde personen aan de vennootschap waarin zij een opdracht of gelijksoortige functies uitoefenen, voor zover zij meer bedragen dan vijf derden van het kadastraal inkomen gerevaloriseerd met de in artikel 13 WIB92 vermelde coëfficiënt. Van deze bezoldigingen worden de kosten in verband met het verhuurde goed niet in aftrek gebracht.
  8. Het begrip “bezoldigingen van bedrijfsleider” in de zin van voormelde artikelen omvat ook de gelden die een bedrijfsleider zich onrechtmatig heeft toegeëigend ten nadele van de vennootschap, voor zover deze gelden hun oorzaak vinden in de door de bedrijfsleider uitgeoefende functie of ten bate van de vennootschap verrichte prestaties.
  9. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - volgens artikel 32 WIB92 bezoldigingen van bedrijfsleiders alle beloningen zijn verleend of toegekend aan de bedrijfsleider; - dit artikel geen enkele aanduiding bevat dat een onderscheid zou moeten worden gemaakt naar gelang de aard van de activiteiten die de inkomsten hebben voortgebracht en de wet zodoende geen onderscheid maakt tussen wettelijk en onwettelijk verkregen vergoedingen; - indien een persoon in zijn hoedanigheid van bedrijfsleider handelt en sommen ontvangt die aan de vennootschap moeten toekomen, deze sommen als bezoldigingen van bedrijfsleiders kunnen worden belast wanneer hij zich deze sommen onrechtmatig toe-eigent, aangezien de hoedanigheid van bestuurder van een vennootschap toelaat om een toekenning in de zin van artikel 32, eerste lid, WIB92 aan zichzelf te organiseren; - bezoldigingen van bedrijfsleiders belastbaar zijn zonder dat moet worden aangetoond dat ze de directe opbrengst van prestaties zijn, maar dat het volstaat dat de oorsprong van het ontvangen voordeel in het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid ligt en dat het bekleden van de functie als bedrijfsleider de determinerende oorzaak is; - een gedeelte van de inkomsten van de vennootschap VDV & Co Invest bv terecht kwam bij de eerste eiser, en daarvoor geen andere reden bestond dan het feit dat de eerste eiser zaakvoerder was van de vennootschap; dat het oorzakelijk verband van de ‘vergoedingen’ en de functie als bedrijfsleider zijn aangetoond, de ‘verduisterde’ sommen zodoende wel degelijk belastbare bezoldigingen van bedrijfsleiders vormen en het voor de toepassing van de fiscale wet volstaat dat het gaat om opbrengsten verkregen als bedrijfsleider, ongeacht wat daar later mee gebeurt; - in geval van een vennootschap het de bedrijfsleider is die de vennootschap beheert en de dubbele hoedanigheid van de bedrijfsleider (bestuurder van de vennootschap en begunstigde) tot gevolg heeft dat ook onrechtmatig verkregen sommen uit de vennootschap voor de toepassing van artikel 32, eerste lid, WIB92 door de vennootschap zijn toegekend en een belastbare bezoldiging vormen; - indien in artikel 32, eerste lid, WIB92 wordt gesproken over een ‘toekenning’, hiermee de betaalbaarstelling wordt bedoeld waarbij de begunstigde effectief over de sommen kan beschikken; - het vanuit fiscaal oogpunt van geen belang is dat aan de terbeschikkingstelling geen regelmatige beslissing voorafgaat waarbij het recht op bezoldiging op een regelmatige wijze wordt vastgesteld en de betaalbaarstelling of het verlenen van de bezoldiging met als gevolg dat de bedrijfsleider als begunstigde over de gelden kan beschikken, volstaat opdat er sprake zou zijn van een belastbare bezoldiging.
  10. Aldus verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 375,30 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 23 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220923.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220923.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.