id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220923.1N.9 Rolnummer: F.20.0119.N Zaak: NORFOLK BV contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-09-29 Raadplegingen: 971 - laatst gezien 2026-06-17 12:16 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220923.1N.9 Fiches 1 - 2 Indien de eerste rechter over de betwiste schuldvordering heeft geoordeeld en de latere overdracht van de schuldvordering de gecedeerde schuldenaar is ter kennis gebracht, kan de overnemer hoger beroep instellen tegen de gecedeerde schuldenaar, ook al was hij geen procespartij in het geding voor de eerste rechter; de overnemer heeft daartoe de vereiste proceshoedanigheid als bijzondere rechtsverkrijger van de overnemer
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Leegstandsheffing - Terugvordering - Door de oorspronkelijke schuldeiser na het vonnis van de eerste rechter aan de overnemer overgedragen schuldvordering - Hoger beroep door de schuldeiser-cessionaris - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1690, 1692 en 1699 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Door de oorspronkelijke schuldeiser na het vonnis van de eerste rechter aan de overnemer overgedragen schuldvordering - Hoger beroep door de schuldeiser-cessionaris - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1690, 1692 en 1699 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0119.N NORFOLK bv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Elisabetlaan 6, bus 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0837.697.839, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Boudewijnlaan 30, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 februari 2020, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 21 juni
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 28 juni 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: de eiseres laat na artikel 15, § 2, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten (hierna: Leegstandsdecreet) als geschonden wetsbepaling aan te voeren.
- Zoals verder blijkt, is de aanvoering van artikel 15, § 2, Leegstandsdecreet niet nodig om tot cassatie te leiden. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Een overdracht van schuldvordering zoals bedoeld in de artikelen 1690 en 1692 Oud Burgerlijk Wetboek is mogelijk voor elke schuldvordering, tenzij de wet of de aard en de strekking van de schuldvordering zich tegen een overdracht verzet. De overdracht omvat alle bijhorende nevenrechten waaronder de rechtsvordering dan wel de procesrechten. Een in rechte betwiste schuldvordering is vatbaar voor overdracht volgens het bepaalde in de artikelen 1699 tot 1701 Oud Burgerlijk Wetboek. In dat geval treedt de overnemer in de procespositie van de overdrager. De tegenwerpbaarheid aan de gecedeerde schuldenaar onderstelt dat de overdracht hem is ter kennis gebracht of door hem is erkend. De tegenwerpelijkheid van de overdracht aan de gecedeerde schuldenaar onderstelt dat deze aan hem is ter kennis gebracht of door hem is erkend. De kennisgeving kan gebeuren in de akte tot hoger beroep.
- Indien de eerste rechter over de betwiste schuldvordering heeft geoordeeld en de latere overdracht van de schuldvordering de gecedeerde schuldenaar is ter kennis gebracht, kan de overnemer hoger beroep instellen tegen de gecedeerde schuldenaar, ook al was hij geen procespartij in het geding voor de eerste rechter. De overnemer heeft daartoe de vereiste proceshoedanigheid als bijzondere rechtsverkrijger van de overnemer.
- Krachtens artikel 26, § 3, eerste lid, Leegstandsdecreet, zoals hier van toepassing, kan de persoon op wiens naam de heffing in het kohier is ingeschreven, tegen de heffing, de opcentiemen, evenals de eventueel opgelegde administratieve geldboete, een bezwaar indienen bij de ambtenaar deel uitmakend van de Vlaamse Belastingdienst, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering. Deze bepaling verhindert niet dat: - de heffingsplichtige, die de leegstandsheffing heeft betaald maar de terugbeta-ling beoogt middels een bezwaarprocedure en vervolgens een procedure in rechte, zijn betwiste schuldvordering en rechtsvordering tot terugbetaling van de heffing overdraagt aan een derde, met kennisgeving aan de administratie; - de cessionaris verder in rechte optreedt als rechtsopvolger te bijzonderen titel van de cedent; - de cessionaris in die hoedanigheid hoger beroep instelt tegen het vonnis waarin de vordering van de cedent tot terugbetaling van de leegstandsheffing wordt afgewezen en waarna de overdracht van de schuldvordering en rechtsvordering heeft plaatsgevonden.
- De appelrechters stellen vast dat: - het geschil betrekking heeft op een door Belcrown nv betaalde leegstandsheffing voor een haar in eigendom toebehorend bedrijfsgebouw; - het door Belcrown nv met het oog op terugbetaling ingediende bezwaar werd afgewezen als ongegrond; - de door Belcrown nv ingestelde fiscale vordering in eerste aanleg eveneens werd afgewezen als ongegrond; - Belcrown nv vervolgens middels een onderhandse overeenkomst haar betwiste schuldvordering tot terugbetaling van de leegstandsheffing heeft overgedragen aan de eiseres, zo ook de bijhorende procesrechten; - in deze overeenkomst wordt bevestigd dat hoger beroep en eventueel cassatieberoep zal worden ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg, met kennisgeving van een en ander aan de administratie, die wordt gemachtigd bevrijdend te betalen aan de eiseres ingeval de procedure in rechte zou leiden tot een gunstig resultaat en meer precies een terugbetaling van de leegstandsheffing; - de eiseres vervolgens in eigen naam hoger beroep heeft ingesteld; - de verweerder een exceptie van niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep opwerpt, omdat de eiseres niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft en bijgevolg evenmin de hoedanigheid om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis in eerste aanleg; - de eiseres zich evenwel beroept op voormelde overeenkomst tot overdracht van de betwiste schuldvordering van Belcrown nv. De appelrechters oordelen vervolgens dat: - krachtens artikel 26, § 3, eerste lid, Leegstandsdecreet het recht om een bezwaarprocedure en vervolgens een procedure in rechte te voeren, is voorbehouden aan de heffingsplichtige; - de overdracht van de betwiste schuldvordering van Belcrown nv kennelijk geen enkel verband houdt met een eigendomsoverdracht van het bedrijfsgebouw waarop de leegstandsheffing betrekking heeft; - er geen fusie plaatsvond op grond waarvan de eiseres de rechten van Belcrown nv zou kunnen verderzetten; - Belcrown nv de leegstandsheffing heeft betaald en zich bijgevolg titularis achtte van een schuldvordering tot terugbetaling; - spijts de bewoordingen van de overeenkomst tot overdracht van die schuldvordering, het hoe dan ook niet mogelijk was om op een rechtsgeldige wijze de hoedanigheid om te procederen over te dragen; - er geen wettelijke basis is die toelaat om met een overeenkomst de vereiste proceshoedanigheid over te dragen, zoals Belcrown nv en de eiseres dat nochtans hebben gedaan; - de eiseres niet beschikt over de vereiste hoedanigheid om hoger beroep in te stellen.
- De appelrechters die op voormelde gronden het hoger beroep van de eiseres niet ontvankelijk verklaren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 23 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220923.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220923.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div