id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220930.1N.3 Rolnummer: C.22.0007.N Zaak: B. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-10-06 Raadplegingen: 1671 - laatst gezien 2026-06-19 05:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een beslissing gewezen op een verzoek tot herstel van een rechterlijke beslissing in een wrakingsprocedure, geeft geen aanleiding tot een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Wrakingsprocedure Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Fiche 2 De rechter die voornemens is een geldboete wegens tergend en roekeloos procesgedrag op te leggen, moet ingeval geen vordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding voorligt, de geviseerde procespartij de gelegenheid geven dienaangaande tegenspraak te voeren
(1)Zie Cass. 28 juni 2013, AR C.12.0502.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130628.4, AC 2013, nr. 405, met concl. van advocaat-generaal A. VAN INGELGEM. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Aanwenden van de rechtspleging voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden - Geldboete - Recht van verdediging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 775 en 780bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0007.N A. B., toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 16 december 2021 (nr. G.20.0221.N), eiser, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiser woonplaats kiest, tegen Eduard DE JONG, in de hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van R. M. en A. B. met kantoor te 5521 GN Eersel (Nederland), Oude Postelweg 3A, verweerder, in aanwezigheid van G. C. D. S. B., tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 1 oktober 2020 (repertoriumnummer 2020/6088). Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. In uitvoering van artikel 1022, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek worden de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld in het Tarief Rechtsplegingsvergoeding, rekening houdend met onder meer de aard van de zaak en de belangrijkheid van het geschil. Artikel 1, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding koppelt de rechtsplegingsvergoeding aan een procesverhouding, waarbij de in het gelijk gestelde partij wordt bijgestaan door een advocaat. Een procesverhouding onderstelt dat een partij ten aanzien van een wederpartij een veroordeling nastreeft, minstens een constitutieve of declaratieve rechterlijke uitspraak.
- Een wrakingsprocedure in de zin van de artikelen 828 en volgende Gerechtelijk Wetboek behelst een tussengeschil dat ertoe strekt de zaak aan de gewraakte rechter te onttrekken. Wordt het wrakingsverzoek ingewilligd, dan vallen de gedingkosten ten laste van de Staat. Wordt het wrakingsverzoek afgewezen, dan vallen de gedingkosten ten laste van de verzoeker. De wederpartij in de zaak ten gronde kan in het raam van de wrakingsprocedure geen aanspraak maken op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding.
- Krachtens artikel 794/1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die heeft verzuimd zich over een punt van de vordering uit te spreken, rekening houdend met de in artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalde regels, dit verzuim herstellen zonder afbreuk te doen aan de over de reeds beslechte geschilpunten uitgesproken beslissingen. Het tweede lid vervolgt dat het verzoek op straffe van verval dient te worden ingediend ten laatste een jaar nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Uit het bepaalde in artikel 800 Gerechtelijk Wetboek volgt dat de beslissing gewezen op het verzoek tot herstel één geheel uit met de herstelde rechterlijke beslissing. Overeenkomstig artikel 801 Gerechtelijk Wetboek geldt een eigen gedingkostenregeling. De wederpartij in de zaak ten gronde kan in het raam van de herstelprocedure geen aanspraak maken op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding.
- Uit een en ander volgt dat een beslissing gewezen op een verzoek tot herstel van een rechterlijke beslissing in een wrakingsprocedure geen aanleiding geeft tot een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding.
- De appelrechters wijzen het verzoek van de eiser tot herstel van een rechterlijke beslissing in een wrakingsprocedure af. De appelrechters die vervolgens de eiser veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de eerste verweerder, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel
- Krachtens artikel 780bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat vóór de wijziging van artikel 838 Gerechtelijk Wetboek bij wet van 28 november 2021 eveneens van toepassing was bij een wrakingsprocedure, kan de partij die de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden worden veroordeeld tot een geldboete van 15 euro tot 2.500 euro, onverminderd de schadevergoeding die gevorderd zou worden. Het tweede lid vervolgt dat in voorkomend geval in dezelfde beslissing daarover uitspraak wordt gedaan voor zover een schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding wordt gevorderd en toegekend. Indien zulks niet het geval is, worden de partijen verzocht toelichting te geven overeenkomstig de procedure tot heropening van het debat in de zin van artikel 775 Gerechtelijk Wetboek.
- Uit voormelde bepaling volgt dat de rechter die voornemens is een geldboete wegens tergend en roekeloos procesgedrag op te leggen, ingeval geen vordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding voorligt, de geviseerde procespartij de gelegenheid moet geven dienaangaande tegenspraak te voeren.
- Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt niet dat: - een vordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding voorlag; - de eiser aangaande het voornemen van de appelrechters een geldboete wegens tergend en roekeloos procesgedrag op te leggen, de gelegenheid heeft gekregen tegenspraak te voeren.
- De appelrechters die niettemin de eiser veroordelen tot een geldboete wegens tergend en roekeloos procesgedrag, schenden de artikelen 775 en 780bis, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en miskennen het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser veroordeelt tot een rechtsplegingsvergoeding en een geldboete wegens tergend en roekeloos procesgedrag. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220930.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231019.1N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251002.1N.1 ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251215.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130628.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231019.1N.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.8 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231218.3N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div