← België

S. contra Dragages Graviers et Travaux

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220930.1N.6 Rolnummer: C.21.0079.N Zaak: S. contra Dragages Graviers et Travaux Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2022-10-06 Raadplegingen: 1781 - laatst gezien 2026-06-19 02:17 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220930.1N.6 Fiche 1 Uit artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek en uit de afwezigheid van een wettelijke bepaling die in een maximale termijn vanaf de uitspraak voorziet om incidenteel beroep aan te tekenen, volgt dat onbeperkt in de tijd en tot aan het sluiten van het debat incidenteel beroep kan worden aangetekend; artikel 2262bis, §1, Oud Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op de verjaring en is niet van toepassing op de termijnen om een rechtsmiddel in te stellen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Termijn voor incidenteel beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1054, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2262bis, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Uit geen enkele wetsbepaling volgt dat een vordering strekkende tot nietigverklaring van een meerpartijenovereenkomst, zelfs al strekt deze ertoe deze overeenkomst integraal te horen vernietigen, slechts kan worden ingewilligd wanneer alle contractspartijen in het geding betrokken zijn
(1)
(2).
(1)Cass. 4 juni 2020, AR C.18.0345.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.3, AC 2020, nr. 360, met concl. van eerste advocaat-generaal R. MORTIER. Zie ook Cass. 3 april 2006, AR C.04.0079.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060403.1-C.04.0080.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060403.1, AC 2006, nr. 189.
(2)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Artikel 811 Gerechtelijk Wetboek - Exceptio plurium litis consortium Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 811 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 16, p. 1209-
  1. - VAN RILLAER, Paul; Noot'Rechtsmiddelen verjaren niet Partijen bepalen zelf tegen wie zij geding voeren: twee principes in één arrest' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0079.N I. S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  2. DRAGAGES GRAVIERS ET TRAVAUX nv, met zetel te 1933 Zaventem (Sterrebeek), Bosdellestraat 120, bus B1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.880.977,
  3. SIBELCO NEDERLAND bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 6223 EP Maastricht (Nederland), Op de Bos 300,
  4. SCR-SIBELCO nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Plantin en Moretuslei 1A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.679.941, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 november
  5. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 2 augustus 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  6. Krachtens artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 25 mei 2018, kan de gedaagde in hoger beroep te allen tijde incidenteel beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of er voor de betekening in heeft berust. Uit deze bepaling en uit de afwezigheid van een wettelijke bepaling die in een maximale termijn vanaf de uitspraak voorziet om incidenteel beroep aan te tekenen, volgt dat onbeperkt in de tijd en tot aan het sluiten van het debat incidenteel beroep kan worden aangetekend. Artikel 2262bis, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op de verjaring en is niet van toepassing op de termijnen om een rechtsmiddel in te stellen.
  7. Het middel dat ervan uitgaat dat het recht om incidenteel beroep aan te tekenen verjaart na het verstrijken van een termijn van tien jaar na de uitspraak van het beroepen vonnis, faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
  8. Krachtens het beschikkingsbeginsel bepalen de partijen de grenzen van het geschil. Dit houdt onder meer in dat de eiser zelf bepaalt tegen wie hij zijn vordering richt en dat, zoals artikel 811 Gerechtelijk Wetboek het bepaalt, de hoven en rechtbanken niet ambtshalve kunnen bevelen dat een derde in het geding wordt betrokken.
  9. Uit geen enkele wetsbepaling volgt dat een vordering strekkende tot nietigverklaring van een meerpartijenovereenkomst, zelfs al strekt deze ertoe deze overeenkomst integraal te horen vernietigen, slechts kan worden ingewilligd wanneer alle contractspartijen in het geding betrokken zijn.
  10. De appelrechters stellen vast dat: - op 8 december 1981 een overeenkomst werd gesloten tussen grinduitbaters Socamprosa nv, de derde verweerster, LKW bvba, SBS bvba, Hoog-Limburg bvba en wijlen de vader van de eiser, teneinde de pachtrechten die hen door GOM-Limburg zouden worden toegekend over de reserve-ontginningszone in de Mechelse Heide in Maasmechelen onderling te verdelen; - bij overeenkomst van 20 april 1983, gesloten tussen deze grinduitbaters, behoudens Hoog-Limburg bvba, en de Limburgse Berggrinduitbaters nv (LBU), die hun rechten en verplichtingen tegenover GOM-Limburg overnam, deze laatste aan elk van de grinduitbaters het individuele recht heeft verleend om op het pachtterrein het aanwezige grind en vulzand uit te baten; - de eiser de gehele vernietiging heeft gevorderd van deze overeenkomsten wegens inbreuken op het mededingingsrecht, maar uitsluitend de derde verweerster en de rechtsopvolgers van wijlen de vader van de eiser in zake zijn; - afgezien van de vraag of de derde verweerster en Socamprosa nv intussen tot één onderneming zijn verworden, LBU nv, SBS bvba en Kiezelgroeve Varenberg nv, waarin wijlen de vader van de eiser in 1987 zijn activiteiten heeft ondergebracht, nog bestaande vennootschappen zijn. Zij oordelen vervolgens dat: - de twee concrete overeenkomsten waarvan de nietigverklaring wordt gevorderd slechts voor vernietiging in aanmerking komen indien alle contractspartijen in het geding betrokken zijn; - de vordering tot nietigverklaring onontvankelijk, alleszins en minstens ongegrond is, nu de eiser heeft nagelaten de andere medecontractanten te betrekken in het geschil.
  11. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit in de zaak met rolnummer 2009/AR/3287 het hoofdberoep ontvankelijk verklaart, het de vordering tot nietigverklaring van de overeenkomsten van 8 december 1981 en 20 april 1983 en tot toekenning van een vergoeding voor de daaruit voortvloeiende schade afwijst als niet ontvankelijk minstens ongegrond en in zoverre het oordeelt over de gedingkosten in de verhouding tussen de eiseres en de derde verweerster. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220930.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220930.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251010.1F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060403.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.