← België

ORDE VAN APOTHEKERS contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220930.1N.9 Rolnummer: D.21.0020.N Zaak: ORDE VAN APOTHEKERS contra P. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-10-06 Raadplegingen: 738 - laatst gezien 2026-06-17 05:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche De beslissing waarbij de provinciale raad in toepassing van artikel 27 van het KB van 29 mei 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der apothekers oordeelt dat de zaak zonder gevolg mag worden gelaten, is een beslissing genomen in toepassing van artikel 6, 2° Apothekerswet, waartegen overeenkomstig artikel 13, eerste lid van die wet hoger beroep voor de raad van beroep openstaat dat krachtens artikel 21, eerste lid van die wet kan worden ingesteld door de voorzitter van de nationale raad samen met de bijzitter. Thesaurus CAS: APOTHEKER Vrije woorden: Tucht - Beslissing tot seponering - Hoger beroep Wettelijke bepalingen: KB nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers - 80 - 10-11-1967 - Artt. 6, 2°, 13, eerste lid, en 21, eerste lid - 36 ELI link Pub nr 1967111042 KB 29 mei 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der apothekers - 29-05-1970 - Art. 27 - 30 ELI link Pub nr 1970052905 Tekst van de beslissing Nr. D.21.0020.N ORDE VAN APOTHEKERS, met zetel te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 94, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0218.024.029, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen K. P., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige raad van beroep van de Orde der apothekers van 17 juni

  1. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 6, 2°, Apothekerswet zijn de provinciale raden van de Orde der apothekers bevoegd om te waken over het naleven van de regelen van de farmaceutische plichtenleer en over de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de leden van de Orde. Hiertoe zijn zij belast met het treffen van tuchtmaatregelen wegens fouten die de op hun lijst ingeschreven leden in de uitoefening van hun beroep of naar aanleiding ervan begaan, alsook wegens zware fouten bedreven buiten de beroepsbezigheid, wanneer die fouten de eer of de waardigheid van het beroep kunnen aantasten. Krachtens artikel 13, eerste lid, Apothekerswet neemt elke raad van beroep volgens de regelen bepaald in de artikelen 24 en 25 kennis van het hoger beroep tegen de beslissingen die onderscheidenlijk zijn genomen door de provinciale raden met het Nederlands of het Frans als voertaal, en die artikel 6, 2°, toepassen. Krachtens artikel 21, eerste lid, Apothekerswet kan tegen de beslissingen door een provinciale raad gewezen en bedoeld in artikel 13, eerste lid, hoger beroep worden ingesteld, hetzij door de betrokken apotheker, hetzij door de voorzitter van de nationale raad samen met de bijzitter. Krachtens artikel 27 van het koninklijk besluit van 29 mei 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der apothekers wordt in al de gevallen waarin een onderzoek wordt bevolen ten laste van een apotheker, deze ervan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld. Zodra het onderzoek gesloten is, brengt de voorzitter de zaak op de agenda van één der eerstkomende vergaderingen van de raad. De provinciale raad oordeelt, de verslaggever gehoord en bij een met redenen omklede beslissing, of de zaak zonder gevolg mag worden gelaten, of een aanvullend onderzoek moet worden ingesteld, dan wel of de apotheker moet verschijnen.
  3. De beslissing waarbij de provinciale raad in toepassing van artikel 27 van voormeld koninklijk besluit van 29 mei 1970 oordeelt dat de zaak zonder gevolg mag worden gelaten, is een beslissing genomen in toepassing van artikel 6, 2°, Apothekerswet, waartegen overeenkomstig artikel 13, eerste lid, van die wet hoger beroep voor de raad van beroep openstaat dat krachtens artikel 21, eerste lid, van die wet kan worden ingesteld door de voorzitter van de nationale raad samen met de bijzitter.
  4. De raad van beroep stelt vast dat: - de provinciale raad van de Orde der apothekers van Oost-Vlaanderen naar aanleiding van een anonieme klacht een onderzoeker heeft aangesteld, die verslag heeft uitgebracht van haar onderzoek aan de provinciale raad, waarna deze laatste in een summier gemotiveerde beslissing van 11 juni 2020 heeft geoordeeld dat er geen tuchtrechtelijke vervolging diende te worden ingesteld; - tegen deze beslissing bij aangetekend schrijven hoger beroep werd ingesteld door de voorzitter en de assessor van de nationale raad, gericht aan de voorzitter van de provinciale raad.
  5. De raad van beroep die oordeelt dat het hoger beroep niet ontvankelijk is op grond dat de beroepen beslissing geen beslissing is in de zin van artikel 6, 2°, Apothekerswet, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Laat de kosten ten laste van de eiser. Bepaalt de kosten voor de eiser op 476,82 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige raad van beroep van de Orde der apothekers, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220930.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.