id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221003.3N.2 Rolnummer: S.17.0073.N Zaak: RVA contra M. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-11-04 Raadplegingen: 610 - laatst gezien 2026-06-17 05:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer aan een door artikel 63, § 2, vierde lid, 4°, Werkloosheidsbesluit beoogde jonge werknemer die een door de RVA-arts erkende blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 pct. vertoont, geen aan zijn verminderde arbeidsgeschiktheid aangepast traject wordt aangeboden, niet omwille van een weigerachtige houding van de betrokkene, maar omdat de VDAB geen aangepast traject kan aanbieden, om welke reden ook, kan de betrokken jonge werknemer niet worden geacht niet positief mee te werken in een door de VDAB georganiseerd of erkend aangepast traject en aldus voldoet aan de in artikel 63, § 2, vierde lid, 4°, bepaalde voorwaarden. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - GERECHTIGDE Vrije woorden: Inschakelingsuitkeringen - Verlenging - VDAB - Aangepast traject - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Artt. 36 en 63, § 2, eerste en vierde lid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen P.M., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, van 8 juni
- Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Krachtens artikel 36 Werkloosheidsbesluit kan de jonge werknemer die niet meer onderworpen is aan de leerplicht en een in dit artikel vermelde studie of opleiding heeft voleindigd, die niet tot het recht op werkloosheidsuitkeringen kan worden toegelaten omdat hij de daarvoor vereiste wachttijd niet heeft doorlopen, onder bepaalde voorwaarden, die hier niet aan de orde zijn, worden toegelaten tot het recht op inschakelingsuitkeringen binnen de perken van artikel
- Op grond van artikel 63, § 2, Werkloosheidsbesluit, toegevoegd bij koninklijk besluit van 28 december 2011, wordt het recht op inschakelingsuitkeringen met ingang van 1 januari 2012 in de tijd beperkt. Krachtens artikel 63, § 2, eerste lid, Werkloosheidsbesluit wordt het recht op inschakelingsuitkeringen beperkt tot een periode van 36 maanden, gerekend van datum tot datum, vanaf de dag waarop het recht voor het eerst wordt toegekend krachtens artikel
- Artikel 63, § 2, vierde lid, 4°, Werkloosheidsbesluit, zoals hier van toepassing, bepaalt dat de jonge werknemer die bij het verstrijken van de periode van 36 maanden, bedoeld in het eerste lid, in voorkomend geval verlengd in toepassing van het vorig lid of van dit lid, een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 pct. vertoont, vastgesteld door de voor het werkloosheidsbureau aangewezen geneesheer, overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 141, en die positief meewerkt in een door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling georganiseerd of erkend, hieraan aangepast traject, het recht op uitkeringen kan behouden tot aan het verstrijken van een vaste periode van twee jaar, te rekenen van datum tot datum, vanaf het verstrijken van de in voorkomend geval in toepassing van het vorig lid of van dit lid verlengde periode van 36 maanden.
- Het koninklijk besluit van 28 maart 2014 tot wijziging van artikel 63 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering in het kader van een aanpassing van de nieuwe regeling inzake de inschakelingsuitkeringen, dat artikel 63, § 2, vierde lid, heeft vervangen en onder meer het voormelde 4° heeft toegevoegd, strekte ertoe de regeling inzake inschakelingsuitkeringen te versoepelen ten aanzien van jongeren die reeds deeltijds aan het werk zijn en ten aanzien van bepaalde kwetsbare groepen. Uit dit doel volgt dat wanneer aan een door artikel 63, § 2, vierde lid, 4°, Werkloosheidsbesluit beoogde jonge werknemer die een door de RVA-arts erkende blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 pct. vertoont, geen aan zijn verminderde arbeidsgeschiktheid aangepast traject wordt aangeboden, niet omwille van een weigerachtige houding van de betrokkene, maar omdat de VDAB geen aangepast traject kan aanbieden, om welke reden ook, de betrokken jonge werknemer niet kan worden geacht niet positief mee te werken in een door de VDAB georganiseerd of erkend aangepast traject en aldus voldoet aan de in artikel 63, § 2, vierde lid, 4°, bepaalde voorwaarden. De omstandigheid dat de betwiste voorwaarde een toekenningsvoorwaarde is die niet op een “sanctiegedachte” steunt, doet daaraan niet af.
- Het middel dat ervan uitgaat dat het volstaat dat aan de jonge werknemer die 33 pct. arbeidsongeschikt werd verklaard door de voor het werkloosheidsbureau aangewezen arts, geen aan zijn verminderde arbeidsgeschiktheid aangepast traject werd aangeboden door de VDAB omdat deze dienst hem “niet toeleidbaar” achtte, opdat hij moet worden geacht niet positief mee te werken in zulk traject, zoals bedoeld in artikel 63, § 2, vierde lid, 4°, Werkloosheidsbesluit, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 553,99 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221003.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div