id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221004.2N.13 Rolnummer: P.22.0582.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-14 Raadplegingen: 704 - laatst gezien 2026-06-15 08:36 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Indien het openbaar ministerie hoger beroep instelt tegen een vrijsprekende beslissing op strafgebied, moet de appelrechter bij wie enkel een grief over de schuld aanhangig is gemaakt, in geval van schuldigverklaring in hoger beroep, noodzakelijk ook uitspraak doen over de straftoemeting die onlosmakelijk met die schuldigverklaring is verbonden; daartoe is niet vereist dat het openbaar ministerie ook een afzonderlijke grief over de straftoemeting heeft aangevoerd. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 203, 204 en 210, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 3 Geen enkele verdrags- of wetsbepaling vereist dat een veroordelend vonnis melding maakt van de concrete straf die het openbaar ministerie tegen een beklaagde heeft gevorderd; dat is evenmin het geval voor het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de zaak werd behandeld. Thesaurus CAS: STRAFVORDERING REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Tekst van de beslissing Nr. P.22.0582.N F B, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 18 maart
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 203, 204 en 210 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de overschrijding van de saisine van de beroepsrechter: de appelrechters oordelen dat uit het grievenschrift van het openbaar ministerie volgt dat zij niet enkel waren gevat om betreffende de telastlegging D uitspraak te doen over de schuld van de eiseres, maar ook over de strafmaat; aangezien het openbaar ministerie enkel de grief “schuld” opgaf, kunnen de appelrechters zich evenwel niet over de strafmaat uitspreken; door dit wel te doen, oordelen zij buiten hun saisine.
- Uit de artikelen 203, 204 en 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de appelrechter, binnen de grenzen van de verklaring van hoger beroep van het openbaar ministerie, op basis van de door het openbaar ministerie nauwkeurig bepaalde grieven en desgevallend de door de appelrechter ambtshalve aan te voeren middelen, verder zijn saisine moet bepalen.
- Indien het openbaar ministerie hoger beroep instelt tegen een vrijsprekende beslissing op strafgebied, moet de appelrechter bij wie enkel een grief over de schuld aanhangig is gemaakt, in geval van schuldigverklaring in hoger beroep, noodzakelijk ook uitspraak doen over de straftoemeting die onlosmakelijk met die schuldigverklaring is verbonden. Daartoe is niet vereist dat het openbaar ministerie ook een afzonderlijke grief over de straftoemeting heeft aangevoerd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de verklaring van hoger beroep van het openbaar ministerie blijkt dat het rechtsmiddel op strafgebied werd ingesteld tegen de vrijspraak van de eiseres voor de telastlegging D. In het grievenschrift werd de rubriek “Schuld” aangeduid met de toevoeging: “Mijn ambt kan zich niet vinden in de vrijspraak voor D en verzoekt het dossier op dit punt te herbekijken.” De rubriek “Straf en/of maatregel” werd niet ingevuld.
- Het bestreden vonnis dat de eiseres schuldig verklaart aan de telastlegging D en vervolgens oordeelt dat ook de straftoemeting voor dat feit tot de saisine van het appelgerecht behoort, is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 203, 204 en 210 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de overschrijding van de saisine van de beroepsrechter: de appelrechters oordelen dat uit het grievenschrift van het openbaar ministerie volgt dat zij niet enkel waren gevat om betreffende de telastlegging D uitspraak te doen over de schuld van de eiseres, maar ook over de strafmaat; aangezien het openbaar ministerie enkel de grief “schuld” opgaf, kunnen de appelrechters zich evenwel niet over de strafmaat uitspreken; door dit wel te doen, oordelen zij buiten hun saisine.
- Het onderdeel dat identiek is aan het eerste middel, moet om dezelfde redenen worden verworpen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM: uit het bestreden vonnis noch uit het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de zaak werd behandeld, blijkt dat het openbaar ministerie in hoger beroep een straf heeft gevorderd; bijgevolg heeft de eiseres zich daarop niet kunnen verdedigen, zodat zij geen eerlijk proces heeft gekregen.
- In zoverre het middel is gericht tegen de handelwijze van het openbaar ministerie en dus niet tegen het bestreden vonnis, is het niet ontvankelijk.
- Geen enkele verdrags- of wetsbepaling vereist dat een veroordelend vonnis melding maakt van de concrete straf die het openbaar ministerie tegen een beklaagde heeft gevorderd. Dat is evenmin het geval voor het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de zaak werd behandeld. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit die vergeefs aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 4 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221004.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div