← België

O. contra De Lijn

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.4 Rolnummer: C.22.0022.N Zaak: O. contra De Lijn Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-10-20 Raadplegingen: 1298 - laatst gezien 2026-06-15 15:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche De uitsluiting van slachtoffers die het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild, moet strikt worden uitgelegd en betreft enkel de slachtoffers die de bij het ongeval geleden schade hebben gewild

(1).
(1)Zie Cass. 26 juni 2008, AR C.07.0494.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080626.14, AC 2008, nr. 407 met concl. van eerste advocaat-generaal R. Mortier. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Dader (voor eigen daad) Vrije woorden: Verkeersongeval waarbij een of meer motorvoertuigen betrokken zijn - Hoofdelijke vergoeding van de geleden schade - Slachtoffers die het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild. - Uitsluiting - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1, eerste en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Annotaties Publicaties: T.Pol.-Tijdschrift van de politierechters - 2022, nr. 4, p. 182-
  1. - VAN TRIMPONT, Dirk; Noot onder cassatie. T.Verz.-Tijdschrift voor verzekeringen (vanaf 1987) - 2023, nr. 4, p.
  2. - ROGGE, Jean; Noot''Het ongeval en zijn gevolgen gewild hebben' in de WAM-wet' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0022.N
  3. E. O.,
  4. M. O.,
  5. H. C., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN, met zetel te 2800 Mechelen, Motstraat 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0242.069.537, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 17 juni
  6. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  7. Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM wordt, bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, met inbegrip van de kledijschade, hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken. Krachtens het zesde lid van deze bepaling kunnen slachtoffers die ouder zijn dan veertien jaar en het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild, zich niet beroepen op de bepalingen van het eerste lid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de uitsluiting van slachtoffers die het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild, strikt moet worden uitgelegd en dat enkel de slachtoffers worden bedoeld die de bij het ongeval geleden schade hebben gewild.
  8. De rechter oordeelt onaantastbaar of een slachtoffer het ongeval en zijn gevolgen heeft gewild. Het Hof gaat niettemin na of de rechter op grond van zijn vaststellingen tot zijn beslissing is kunnen komen.
  9. Het bestreden vonnis stelt vast en oordeelt dat: - de eerste eiser op 1 augustus 2018 omstreeks 4u30 te Oostende van een tram is gevallen toen hij aan de zijkant ervan hing; - uit de verklaring van de getuige C. blijkt dat de eerste eiser met zijn vingers tussen de rubbers van de deuren aan de zijkant van de stilstaande tram is gaan hangen; - volgens de verklaring van deze getuige de eerste eiser voor de grap op de tram is gesprongen toen deze stilstond aan de halteplaats van het Marie Joséplein, aan de tram bleef hangen en zo mee weg reed.
  10. De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat de eerste eiser het ongeval en zijn gevolgen heeft gewild, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080626.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260108.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.