← België

FLOW TECH INDUSTRIES contra Telenet Group

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 1498

- 05 ELI link Pub nr 1967101056 Fiche 2 De rechter die de werkelijke betekenis van de termen van een beslissing aan de hand van de context uitlegt, breidt de rechten van de partijen niet uit, noch wijzigt of beperkt hij deze

(1).
(1)Cass. 14 juni 2019, AR C.18.0517.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6, AC 2019, nr. 373. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Beslagrechter - Dwangsomtitel - Uitlegging aan de hand van de context - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 793

, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 3 De bekentenis kan slaan op zowel rechtsfeiten als materiële feiten, maar niet op de oplossing die, naar recht, aan een betwisting moet worden gegeven. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bekentenis Vrije woorden: Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.1, 10° - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.32, tweede lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Fiche 4 Het precieze criterium van de complexiteit van de zaak, waarmee de rechter rekening kan houden bij zijn beoordeling om de rechtsplegingsvergoeding te verminderen of te verhogen, houdt verband met het uitgavenniveau, vanuit de idee dat complexe zaken in de regel meer uitgaven vereisen dan eenvoudige zaken. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Verhoging of vermindering van de rechtsplegingsvergoeding - Taak van de rechter - Beoordeling - Criterium van de complexiteit van de zaak - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1022, derde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.

C.21.0221.N FLOW TECH INDUSTRIES bv, met zetel te 8000 Brugge, Verbrand Nieuwland 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0548.826.988, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen 1. TELENET GROUP nv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.925.669, 2. TELENET bv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.416.418, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 januari 2021. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de beslagrechter een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. 2. In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een beslissing die een veroordeling tot een dwangsom inhoudt, moet de beslagrechter, op grond van artikel 1498 Gerechtelijk Wetboek, bepalen of de voorwaarden waaronder de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn. De beslagrechter moet daarbij als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel, en dat de beslagrechter niet bevoegd is de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden. Wanneer de rechter de werkelijke betekenis van de termen van een beslissing aan de hand van de context uitlegt, worden de rechten van de partijen zoals zij zijn vastgelegd noch uitgebreid, noch beperkt, noch gewijzigd. 3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het hof van beroep te Antwerpen bij arrest van 27 maart 2018 heeft geoordeeld dat de verweersters sinds maart 2017 het teken Flow Tech aanwenden dat identiek is aan de handelsnaam van de eiseres en meer recent het teken Flow Technologie hanteren dat een overeenstemmend teken is met de handelsnaam van de eiseres, en dat de verweersters daarmee in het raam van hun handelsactiviteiten op de telecommunicatiemarkt bij het relevante publiek van ondernemingen daadwerkelijk verwarringsgevaar hebben gecreëerd; - het hof van beroep te Antwerpen bij voormeld arrest de verweersters bijkomend heeft bevolen om over te gaan tot (

  1. i)de onmiddellijke stopzetting en staking van het gebruik van enig met het teken Flow Tech overeenstemmend teken zoals Flow Technologie, dit onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per vastgestelde inbreuk, te verbeuren één maand na de betekening van het arrest, en tot (
  2. ii)de publicatie van de veroordeling op hun kosten in een duidelijk zichtbare balk van minstens een kwart pagina op de startpagina van hun website binnen de 72 uur na de betekening van het arrest en gedurende 30 kalenderdagen, onder verbeurte van een dwangsom van 50.000 euro per dag vertraging; - het hof van beroep te Antwerpen in voormeld arrest overweegt dat deze publicatie kan bijdragen tot het ophouden van de uitwerking van de gewraakte daad, aangezien de voormelde maatregel de verweersters ertoe aanzet om het stakingsbevel na te leven, terwijl het bevel tot publicatie ook de maatregel bij uitstek is om het relevante publiek naar behoren te informeren over het feit dat de handelsnaam Flow Tech de eiseres toebehoort. 4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - er betwisting bestaat op welke websites en op welke pagina’s er moest worden gepubliceerd, alsook over het naleven van de modaliteiten van het publicatiebevel; - de eiseres zelf de website www.telenet.be aanduidde als de gezamenlijke website van de eerste en de tweede verweersters en als de website waarop de publicatie moest gebeuren, zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als tijdens de procedure in hoger beroep; - in de dwangsomtitel werd aangenomen dat de verweersters feitelijk één enkele entiteit vormen; - taalkundig “hun website” betrekking kan hebben op één enkele website, doch in ieder geval niet op drie websites; - in de dwangsomtitel geen sprake is van een hoofdwebsite en het publicatiebevel niet spreekt van “de website waarmee [de verweersters] zich richten tot hun relevante publiek”; - de eiseres niet afdoende aantoont dat, zoals zij aanvoert, ze heeft gevorderd dat er moest worden gepubliceerd op andere websites. 5. Op grond van deze redenen konden de appelrechters oordelen dat de dwangsomtitel voldoende duidelijk is om te besluiten dat publicatie op de website www.telenet.be volstond om het publicatiebevel na te leven, zonder dat ook op andere websites moest worden gepubliceerd. Door aldus te beslissen, beperken de appelrechters niet de inhoud van de dwangsomtitel en miskennen ze noch de bewijskracht, noch het gezag van gewijsde van de dwangsomtitel. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel 6. Krachtens artikel 8.1, 10°, Burgerlijk Wetboek is de bekentenis een erkenning door een persoon of door zijn bijzonder gevolmachtigde vertegenwoordiger van een feit dat rechtsgevolgen tegen hem kan hebben. Krachtens artikel 8.32, tweede lid, Burgerlijk Wetboek levert de bekentenis een bewijs op tegen hij die de bekentenis gedaan heeft, tenzij zij niet oprecht is. De bekentenis kan slaan op zowel rechtsfeiten als materiële feiten, maar niet op de oplossing die, naar recht, aan een betwisting moet worden gegeven. 7. De appelrechters stellen vast dat er betwisting bestaat op welke websites en op welke pagina’s er moest worden gepubliceerd, alsook over het naleven van de modaliteiten van het publicatiebevel. Ze oordelen dat de vaststelling dat de publicatie vrijwillig werd uitgevoerd op www.base.be in ieder geval geen bewijs vormt dat dit werd opgelegd door het publicatiebevel en geenszins te beschouwen is als een erkenning van de verweersters dat de publicatie op deze site noodzakelijk was ingevolge het publicatiebevel. Door aldus een bekentenis over de voorliggende rechtsvraag uit te sluiten, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Tweede middel 8. Krachtens artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter op verzoek van een van de partijen, dat in voorkomend geval wordt gedaan na ondervraging door de rechter, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing ofwel de rechtsplegingsvergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden. Het voormelde artikel 1022 bepaalt met name dat de rechter bij zijn beoordeling rekening houdt met: - de financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag van de vergoeding te verminderen; - de complexiteit van de zaak; - de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij; - het kennelijk onredelijk karakter van de situatie. 9. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het precieze criterium van de complexiteit van de zaak verband houdt met het uitgavenniveau, vanuit de idee dat complexe zaken in de regel meer uitgaven vereisen dan eenvoudige zaken. 10. De verweersters vorderden voor de appelrechters de maximum rechtsplegingsvergoeding van 12.000 euro omdat het duidelijk was dat ze voor hun verdediging in deze van procesrechtsmisbruik doordrongen procedure grote advocatenkosten hebben moeten maken. 11. De appelrechters die het gepast achten om de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep te bepalen op het maximumbedrag van 12.000 euro gelet op de complexiteit van de zaak, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 959,08 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.5 Gerelateerde publicatie(
  3. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.