← België

IMMO-BASILIX contra REDEVCO BELGIUM

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.6 Rolnummer: C.22.0072.N Zaak: IMMO-BASILIX contra REDEVCO BELGIUM Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-10-20 Raadplegingen: 1241 - laatst gezien 2026-06-18 23:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche De beslagrechter die dient te oordelen over de regelmatigheid en de rechtmatigheid van het beslag, onderzoekt de becijfering van de schuldvordering waarvan de tenuitvoerlegging wordt nagestreefd en beslecht de geschilpunten dienaangaande, desnoods na interpretatie van de titel

(1).
(1)Cass. 14 juni 2019, AR C.18.0517.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Uitvoerbare titel - Becijfering van de schuldvordering - Taak van de beslagrechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1494, eerste lid - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0072.N IMMO-BASILIX nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0453.348.801, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen REDEVCO BELGIUM Comm.V., met zetel te 1930 Zaventem, Luchthaven Brussel Nationaal 1K, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0478.098.845, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 oktober 2021, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 14 juni
  2. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel Ontvankelijkheid
  3. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel kan niet tot cassatie leiden en heeft dus geen belang omdat de bestreden beslissing naar recht verantwoord blijft op grond van de reden dat de eiseres zelf erkent dat het bedrag van de haar toegekende schadevergoeding niet kan worden bepaald op basis van het vonnis van 18 mei
  4. Deze reden maakt geen zelfstandige reden uit die de beslissing draagt van de appelrechters dat het vonnis van 18 mei 2009 geen uitvoerbare titel oplevert. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  5. Krachtens artikel 1494, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek mag geen uitvoerend beslag op roerend of onroerend goed worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken. De titel moet het bedrag van de schuldvordering bepalen of toelaten dat bedrag te bepalen, desgevallend aan de hand van aan de titel externe objectieve elementen. De beslagrechter die dient te oordelen over de regelmatigheid en de rechtmatigheid van het beslag, onderzoekt de becijfering van de schuldvordering waarvan de tenuitvoerlegging wordt nagestreefd en beslecht de geschilpunten dienaangaande, desnoods na interpretatie van de titel, waartoe hij krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bevoegd is.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de betwisting tussen de partijen betrekking heeft op de concrete becijfering van de in het vonnis van 18 mei 2009 aan de eiseres toegekende schadevergoeding; - het vonnis van 18 mei 2009 uitsluitend de principes vaststelt volgens welke de schadevergoeding bij wijze van uitvoering van de bedoelde overeenkomst bij equivalent moet worden berekend; - een vonnis dat het verschuldigde bedrag opgeeft via een berekeningsformule slechts een titel vormt wanneer alle elementen van de formule op basis van de opgave ervan in het vonnis zonder discussie cijfermatig kunnen worden ingevuld; - de toepassing van de principes, vastgesteld in het vonnis van 18 mei 2009, verschillende geschilpunten uitlokte tussen de partijen; - het vonnis van 18 mei 2009 geen concrete becijfering van het door de verweerster verschuldigde totaalbedrag bevat, terwijl het niet mogelijk is deze becijfering te maken op grond van de in het vonnis opgegeven elementen, gelet op de verschillende geschilpunten die tussen de partijen zijn gerezen na de uitspraak van het vonnis en waarover de bodemrechter zich nog niet heeft uitgesproken; - het aan de bevoegde bodemrechter is om de in het vonnis van 18 mei 2009 vastgestelde principes te concretiseren en, na beslechting van de geschilpunten tussen de partijen en desnoods aan de hand van een deskundigenonderzoek, de schuldvordering van de eiseres te becijferen; - aangezien het niet mogelijk is de schuldvordering van de eiseres te becijferen zonder discussie tussen de partijen, het vonnis van 18 mei 2009 geen uitvoerbare titel oplevert in de zin van artikel 1494 Gerechtelijk Wetboek.
  7. Door aldus te oordelen, terwijl het de beslagrechter toekomt, desnoods na interpretatie van de titel, de geschilpunten te beslechten omtrent de becijfering van de schuldvordering van de eiseres waarvan zij de tenuitvoerlegging nastreeft, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.