id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.18 Rolnummer: P.22.1137.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-10-14 Raadplegingen: 816 - laatst gezien 2026-06-18 05:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De beslissing van het rechtscollege in hoger beroep die het hoger beroep van de beklaagde tegen de afwijzing van zijn verzoek om de zaak te verwijzen naar een rechtbank in een ander taalgebied afwijst als ontvankelijk doch ongegrond en de zaak terug verwijst naar de eerste rechter is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing als bedoeld door een van de uitzonderingsgevallen van artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, zodat het cassatieberoep tegen die beslissing wegens voorbarigheid niet ontvankelijk is
(1).
(1)Cass. 11 oktober 2005, AR P.05.0606.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.7, AC 2005, nr. 497; Cass. 23 juni 1999, AR P.99.0384.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990623.9, AC 1999, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Taalgebruik in gerechtszaken - Verzoek tot verzending van de zaak naar een rechtscollege van een ander taalgebied - Hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek - Beslissing van een ongegrond hoger beroep en verwijzing van de zaak naar de eerste rechter - Onmiddellijk cassatieberoep - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Vrije woorden: Verzoek tot verzending van de zaak naar een rechtscollege van een ander taalgebied - Hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek - Beslissing van een ongegrond hoger beroep en verwijzing van de zaak naar de eerste rechter - Onmiddellijk cassatieberoep - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1137.N C E, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hamid El Abouti, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 30 juni 2022 (dossiernr. 22N002042). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om de zaak te verwijzen naar een Franstalige politierechtbank ontvankelijk, maar wijst dit hoger beroep af als ongegrond. Het verwijst de zaak terug naar de eerste rechter. Dat is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing als bedoeld door een van de uitzonderingsgevallen van artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep is wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 11 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990623.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div