id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 Rolnummer: P.22.0793.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-14 Raadplegingen: 1369 - laatst gezien 2026-06-18 22:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet legt aan de rechter de verplichting op om, indien naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, het verval van het recht tot sturen uit te spreken; het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig; de rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing
(1); hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren.
(1)Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8; Cass. 14 september 2021, AR P.21.0109.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.4, T. Pol. 2022,
- Zie alg. Ph. TRAEST, Topics verkeers(straf)recht, Intersentia, 2020, 23-
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen als veiligheidsmaatregel - Tijdstip van beoordeling van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder - Gegevens waaruit de ongeschiktheid blijkt - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht tot sturen als veiligheidsmaatregel - Tijdstip van beoordeling van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder - Gegevens waaruit de ongeschiktheid blijkt - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 4 De vaststelling van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig vereist niet noodzakelijk een verslag van een medisch deskundige, hoewel dit in het licht van de omstandigheden aangewezen kan zijn
(1).
(1)Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8; Cass. 29 maart 2022, AR P.21.1473.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220329.2N.26; Cass. 14 september 2021, AR P.21.0109.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.4, T. Pol. 2022, 55. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen als veiligheidsmaatregel - Verslag van een medisch deskundige - Grens Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Strafzaken - Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht tot sturen als veiligheidsmaatregel - Verslag van een medisch deskundige - Grens Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 5 De rechter kan vaststellen dat er een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is voor het besturen van een motorvoertuig, ook al blijkt niet dat de betrokkene leidt aan een functionele stoornis of een aandoening of dat hij niet voldoet aan de geneeskundige normen als beschreven in de bijlage 6 “Minimumnormen en attesten inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig” bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs
(1); de rechter dient in zijn vonnis de gegevens te vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig bij de betrokkene afleidt; het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(2).
(1)Cass. 6 oktober 2020, AR P.20.0417.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201006.2N.1, AC 2022, nr. 607, RW 2020-21, 899; Cass. 30 november 2010, AR P.10.0619.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.2, AC 2010, nr. 702, met concl. van eerste advocaat-generaal M. DE SWAEF.
(2)Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen als veiligheidsmaatregel - Geneeskundige normen van Bijlage 6 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - Beoordeling - Vermelding van gegevens waaruit de rijongeschiktheid blijkt Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0793.N H A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 19 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis kan op grond van de redenen dat de eiser reeds in het verleden is veroordeeld voor het rijden onder invloed van zowel alcohol als verdovende middelen en de aankoop van verdovende middelen, alsook dat hij op de rechtszitting heeft verklaard dat hij in een depressie zit en nog steeds regelmatig cannabis gebruikt tegen de pijn en om rust te vinden, niet oordelen dat de eiser wegens een drugverslaving op blijvende wijze niet voldoet aan de geschiktheidsnormen voor het besturen van een motorvoertuig.
- Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet legt aan de rechter de verplichting op om, indien naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, het verval van het recht tot sturen uit te spreken.
- Het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing. Hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren.
- De vaststelling van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig vereist niet noodzakelijk een verslag van een medisch deskundige, hoewel dit in het licht van de omstandigheden aangewezen kan zijn.
- De rechter kan vaststellen dat er een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is voor het besturen van een motorvoertuig, ook al blijkt niet dat de betrokkene leidt aan een functionele stoornis of een aandoening of dat hij niet voldoet aan de geneeskundige normen als beschreven in de bijlage 6 “Minimumnormen en attesten inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig” bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
- De rechter dient in zijn vonnis de gegevens te vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig bij de betrokkene afleidt.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis (p. 6, randnummer 8) oordeelt als volgt: - de eiser werd in het verleden reeds veroordeeld voor het rijden onder invloed van zowel alcohol als verdovende middelen, alsook voor de aankoop van verdovende middelen; - de eiser heeft op de rechtszitting verklaard dat hij zich in een depressie bevindt en nog steeds regelmatig cannabis gebruikt tegen de pijn en om rust te vinden. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiser op het ogenblik van de beslissing lichamelijk en geestelijk ongeschikt is om een voertuig te besturen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onwettigheden die de eiser kunnen schaden. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 11 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231213.2F.6 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240130.2N.13 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.148 ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.047 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201006.2N.1 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220329.2N.26 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.6 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.13 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.3 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div