id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221017.3N.2 Rolnummer: S.21.0033.N Zaak: M. contra OUD-HEVERLEE LEUVEN vzw Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2022-11-22 Raadplegingen: 729 - laatst gezien 2026-06-17 16:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het vereiste van de vermelding van het rijksregister- of ondernemingsnummer van de partijen geldt niet voor uitspraken in zaken die worden gebracht voor de arbeidsgerechten. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Rijksregister- of ondernemingsnummer - Niet-vermelding - Nietigheid - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 780, eerste lid, 2° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - 30-11-1939 - Art. 279
(1), 3° - 36 Link Justel databank 19391130-36 Fiches 2 - 3 De bepaling dat premies die, zelfs wanneer zij op de beschouwde periode betrekking hebben, op het einde van het jaar worden betaald, in het loon niet begrepen zijn, houdt in dat premies die slechts eenmaal per jaar betaald worden, niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het feestdagenloon. Thesaurus CAS: LOON - RECHT OP LOON Vrije woorden: Feestdag - Loon voor de feestdag - Bepaling Wettelijke bepalingen: KB 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen - 18-04-1974 - Art. 2, eerste, tweede en derde lid - 01 Link Justel databank 19740418-01 KB 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen - 18-04-1974 - Art. 14, § 2, eerste lid - 01 Link Justel databank 19740418-01 Thesaurus CAS: ARBEID - ARBEIDSTIJDEN EN RUSTTIJDEN Vrije woorden: Recht op loon - Feestdag - Loon voor de feestdag - Bepaling Wettelijke bepalingen: KB 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen - 18-04-1974 - Art. 2, eerste, tweede en derde lid - 01 Link Justel databank 19740418-01 KB 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen - 18-04-1974 - Art. 14, § 2, eerste lid - 01 Link Justel databank 19740418-01 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2023, n° 705, p.
- - BURNIAUX, Jean-Claude; Note'Pas de registre national et de numéro d'entreprise dans les décisions des juridictions du travail' Tekst van de beslissing Nr. S.21.0033.N M.M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen OUD-HEVERLEE LEUVEN vzw, met zetel te 3001 Leuven (Heverlee), Kardinaal Mercierlaan 46, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0430.065.732, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 28 oktober 2020, gewezen na arrest van het Hof van 9 september
- Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 780, eerste lid, 2°, Gerechtelijk Wetboek bevat de rechterlijke beslissing, op straffe van nietigheid, de naam, de voornaam en de woonplaats die de partijen bij hun verschijning en hun conclusies hebben opgegeven en, in voorkomend geval, hun rijksregister- of ondernemingsnummer.
- Uit de wetsgeschiedenis en doelstelling van de wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen, waarbij aan voormeld artikel 780, eerste lid, 2°, het vereiste van de vermelding van, in voorkomend geval, het rijksregister- of ondernemingsnummer van de partijen werd toegevoegd, blijkt dat die vermelding uitsluitend tot doel heeft de latere invordering van het rolrecht door de fiscale administratie te vergemakkelijken door aan laatstgenoemde het identificatienummer van de belastingschuldige te verschaffen. Hieruit, alsook uit de toevoeging in voormeld artikel 780, eerste lid, 2°, dat het vereiste van de vermelding van het rijksregister- of ondernemingsnummer van de partijen slechts geldt “in voorkomend geval” volgt dat het vereiste van de vermelding van het rijksregister- of ondernemingsnummer van de partijen niet geldt voor uitspraken in zaken die vrijgesteld zijn van rolrechten.
- Krachtens artikel 2791, 3°, Wetboek Registratierechten geldt een vrijstelling van het rolrecht voor de inschrijving van zaken die worden gebracht voor de arbeidsgerechten.
- Het vereiste van de vermelding van het rijksregister- of ondernemingsnummer van de partijen geldt aldus niet voor uitspraken in zaken die worden gebracht voor de arbeidsgerechten. Het middel dat in zijn geheel van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht. Tweede middel
- Krachtens artikel 14, § 1, eerste lid, Feestdagenwet heeft de werknemer recht op loon voor elke feestdag. Krachtens artikel 14, § 2, eerste lid, Feestdagenwet stelt de Koning het bedrag van het loon of de in aanmerking te nemen elementen voor het berekenen ervan vast.
- Krachtens artikel 2, eerste lid, van het Koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, hierna Feestdagenbesluit, wordt het loon voor elke feestdag bepaald overeenkomstig de regels van dit artikel. Overeenkomstig artikel 2, tweede lid, Feestdagenbesluit omvat het loon de geldpremies en de voordelen in natura die eventueel aan de werknemers worden toegekend. Artikel 2, derde lid, Feestdagenbesluit bepaalt dat premies en andere voordelen die, zelfs wanneer zij op de beschouwde periode betrekking hebben, op het einde van het jaar worden betaald, in het loon niet begrepen zijn.
- De bepaling dat premies die, zelfs wanneer zij op de beschouwde periode betrekking hebben, op het einde van het jaar worden betaald, in het loon niet begrepen zijn, houdt in dat premies die slechts eenmaal per jaar betaald worden, niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het feestdagenloon.
- Het middel dat geheel ervan uitgaat dat niet elke premie die slechts eenmaal per jaar betaald wordt, van het aldus bepaalde loonbegrip is uitgesloten, maar enkel de premie die op het einde van het kalenderjaar wordt betaald, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 578,14 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2022 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221017.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div