← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.15 Rolnummer: P.22.0634.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-24 Raadplegingen: 916 - laatst gezien 2026-06-16 19:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Het gezag van gewijsde waarmee een vonnis is bekleed dat moet dienen als grondslag voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet en artikel 38, § 6, Wegverkeerswet zelf, verzetten zich niet ertegen dat de rechter kan oordelen dat de vermelding van een wetsbepaling in een vonnis dat veroordeelt voor een van de in artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet vermelde misdrijven berust op een vergissing of onvolledig is

(1).
(1)Cass. 19 april 2022, AR P.22.0359.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.
  1. In strafzaken betekent het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde dat wat strafrechtelijk is beslist voor waar moet worden gehouden – zie Cass. 23 oktober 2015, AR C.15.0108.F, AC 2015, nr. 624 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151023.5 en Cass. 5 december 2012, AR P.12.1292.F, AC 2012, nr. 668 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121205.3, RW 2013-14/17, 655; A. WYLLEMAN, “Het gezag van gewijsde: uitdrukking van het rechterlijk gezag”, TPR 1988, p. 33; P. CLAEYS-BOÚÚAERT, “Algemene beginselen van het recht, vijftien jaar rechtspraak van het Hof van Cassatie”, RW 1986-87,
  2. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Strafzaken Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 38, § 6 - Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf - Bijzonder herhalingsregime - Vergissing of onvolledigheid in het vonnis dat de grondslag vormt voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Gezag van gewijsde - Strafzaken - Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 38, § 6 - Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf - Bijzonder herhalingsregime - Vergissing of onvolledigheid in het vonnis dat de grondslag vormt voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Artikel 38, § 6 - Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf - Bijzonder herhalingsregime - Vergissing of onvolledigheid in het vonnis dat de grondslag vormt voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Gezag van gewijsde - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0634.N S A F P, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom De Clercq, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 21 april
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 23 tot en met 28 Gerechtelijk Wetboek en artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet: uit het vonnis van 19 september 2019 van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, blijkt dat de eiser werd veroordeeld voor een inbreuk op de artikelen 5 en 68 Wegverkeersreglement en de artikelen 2 en 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet; krachtens artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet kan dan ook geen verval van het recht tot sturen worden opgelegd bij een inbreuk op artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet; ten onrechte past het bestreden vonnis derhalve de herhaling zoals bepaald in artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet toe, dat immers niet verwijst naar inbreuken op artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet.
  5. De artikelen 23 tot en met 28 Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op het gezag van gewijsde aangaande de strafvordering. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van ten minste drie maanden moet uitspreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk moet maken van het slagen in de vier examens en onderzoeken, wanneer de schuldige, na een veroordeling met toepassing van onder meer artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet, één van de in artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet vermelde bepalingen opnieuw overtreedt binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.
  7. Het gezag van gewijsde waarmee een vonnis is bekleed dat moet dienen als grondslag voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet en artikel 38, § 6, Wegverkeerswet zelf, verzetten zich niet ertegen dat de rechter kan oordelen dat de vermelding van een wetsbepaling in een vonnis dat veroordeelt voor een van de in artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet vermelde misdrijven berust op een vergissing of onvolledig is. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het bestreden vonnis stelt vast dat het vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 september 2019 de eiser schuldig verklaart aan het als bestuurder van een voertuig op de openbare weg, binnen de bebouwde kom, de maximum toegelaten snelheid van 90 km per uur te hebben overschreden door aan een gecorrigeerde snelheid van 168,26 km per uur (vastgestelde snelheid van 179 km per uur) te hebben gereden en dat de kwalificatie enkel artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet vermeldt. Het bestreden vonnis oordeelt verder dat de vermelding in dat vonnis van enkel het eerste en het tweede lid van artikel 29, § 3, Wegverkeerswet niet foutief is, maar hoogstens onvolledig en dat: “Gelet op de omschrijving van de tenlastelegging en aangezien het vonnis van 19 september 2019 ook toepassing maakt van artikel 29 Wegverkeerswet in globo, het vaststaat dat het voormelde veroordelend vonnis eveneens een snelheidsinbreuk op basis van artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet betrof”.
  9. Het bestreden vonnis kan aldus oordelen dat de veroordeling van 19 september 2019 er één is met toepassing van artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet, zodat de beslissing dat artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet van toepassing is, naar recht verantwoord is. In zoverre kan middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121205.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151023.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.