← België

V. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.16 Rolnummer: P.22.0871.N Zaak: V. contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-24 Raadplegingen: 1003 - laatst gezien 2026-06-18 20:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221018.2N.16 Fiches 1 - 6 De bepalingen van de artikelen 19 en 25, eerste lid, Grondwet en de artikelen 4, § 1, en 5, eerste lid, Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992, in het bijzonder wanneer op grond daarvan het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid wordt afgewogen tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven van degene ten aanzien waarvan persoonsgegevens worden verwerkt, dienen te worden toegepast in overeenstemming met de artikelen 8 en 10 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en dat Hof heeft met het oog op de onderlinge afweging van die belangen een aantal beoordelingscriteria vooropgesteld, zoals: - de bijdrage van de verwerking van de persoonsgegevens aan een debat van algemeen belang; - de vraag of degene wiens persoonsgegevens worden verwerkt al dan niet een publiek figuur is, dan wel door zijn gedrag heeft bijgedragen tot de miskenning van de privacy waarop hij zich beroept; - de inhoud, de vorm en de impact van de publicatie; - de wijze en de plaats waarop de informatie is verkregen en de waarheidsgetrouwheid ervan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 19 Vrije woorden: Vrijheid van meningsuiting - Afweging van het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven - Criteria Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens - 08-12-1992 - Artt. 4, § 1, en 5, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1993009167 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 25 Vrije woorden: Persvrijheid - Afweging van het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven - Criteria Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens - 08-12-1992 - Artt. 4, § 1, en 5, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1993009167 Thesaurus CAS: PRIVELEVEN (BESCHERMING VAN) Vrije woorden: Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 - Artikel 4, § 1 - Algemene voorwaarden voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegeven - Afweging van het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven - Criteria Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens - 08-12-1992 - Artt. 4, § 1, en 5, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1993009167 Vrije woorden: Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 - Artikel 5, eerste lid,
  1. a)en
  2. f)- Gevallen waarin persoonsgegevens mogen worden verwerkt - Algemene voorwaarden voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegeven - Afweging van het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven - Criteria Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens - 08-12-1992 - Artt. 4, § 1, en 5, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1993009167 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Recht op eerbiediging van het privéleven - Afweging tegenover het recht op vrijheid van meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid - Criteria Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens - 08-12-1992 - Artt. 4, § 1, en 5, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1993009167 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: Vrijheid van meningsuiting - Persvrijheid - Afweging tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven - Criteria Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens - 08-12-1992 - Artt. 4, § 1, en 5, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1993009167 Fiches 7 - 10 Artikel 10 EVRM waarborgt geen onbeperkte vrijheid van meningsuiting, zelfs niet wanneer het gaat om persberichtgeving over ernstige aangelegenheden van algemeen belang aangezien artikel 8 EVRM ook een bijzondere aandacht voor de bescherming van het privéleven vereist, zeker wanneer de aantasting ervan volgt uit het gebruik van technische middelen zoals heimelijke geluids- of beeldopnames en een persoon bovendien , naargelang de concrete omstandigheden, het gewettigde vertrouwen mag hebben dat wat hij zegt of doet valt onder de bescherming van zijn privéleven, ongeacht of hij een publiek figuur is, zodat persberichtgeving, ongeacht het feit dat zij bijzonder beschermingswaardig is ter wille van het algemeen belang, in bepaalde gevallen kan moeten wijken voor de bescherming van het privéleven van degene die zich op daarop beroept; het gegeven dat een persoon geen publiek figuur is impliceert evenwel nog niet dat het recht op eerbiediging van zijn privéleven steeds voorrang moet krijgen op de persvrijheid aangezien de betrokkenheid van een niet-publiek persoon bij een publiek feit aanleiding kan geven tot een rechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens, zelfs met gebruik van technische middelen, zonder dat die verwerking noodzakelijkerwijze moet wijken voor de eerbiediging van zijn privéleven en daarbij is de omstandigheid dat het publiek feit verband houdt met een privéaangelegenheid niet doorslaggevend maar wel bepalend is, naast de aard en het doel van de verwerking van de persoonsgegevens, de redelijke privacy-verwachting die de betrokkene kon koesteren in de concrete omstandigheden waarin hij zich bevond; de rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de betwiste verwerking van persoonsgegevens onrechtmatig is wegens een onevenredige inbreuk op het privéleven van de persoon wiens gegevens worden verwerkt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Recht op eerbiediging van het privéleven - Geen publieke figuur - Afweging tegenover het recht op vrijheid van meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid bepaald in artikel 10 EVRM - Rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens - Gebruik van technische middelen - Publiek feit verband houdende met een privéaangelegenheid - Aard en doel van de verwerking van de persoonsgegevens - Redelijke privacyverwachting - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: Vrijheid van meningsuiting - Persvrijheid - Beperking - Persberichtgeving over ernstige aangelegenheden van algemeen belang - Afweging tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven bepaald in artikel 8 EVRM - Aantasting van de eerbiediging van het privéleven - Publieke figuur - Gebruik van heimelijke geluids- of beeldopnames - Aard en doel van de verwerking van de persoonsgegevens - Redelijke privacyverwachting - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: PRIVELEVEN (BESCHERMING VAN) Vrije woorden: Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 - Artikelen 4, § 1, en 5, eerste lid - Rechtmatigheid van de verwerking - Afweging van het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven - Aard en doel van de verwerking van de persoonsgegevens - Redelijke privacyverwachting - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Verwerking van persoonsgegevens - Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 - Artikelen 4, § 1, en 5, eerste lid - Afweging van het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven zoals bepaald in de artikelen 8 en 10 EVRM - Aard en doel van de verwerking van de persoonsgegevens - Redelijke privacyverwachting Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 19 en 25 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 8 en 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2023, nr. 19, p. 1772-1777. - VANDENDRIESSCHE, Gerrit; Noot'Het heimelijk filmen voor journalistieke doeleinden' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2024, n° 37, p. 1664-1673. - RUELLE, Victoria; Note'La sempiternelle mise en balance entre le droit à la vie privée, la liberté d'expression et le droit de l'information' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0871.N E V D P, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen 1. K E W V D B, beklaagde, 2. S A, beklaagde, verweerders, met als raadslieden mr. Alexander Van Heeschvelde en mr. Jesse Van den Broeck, advocaten bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 9 juni 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en artikel 5, eerste lid, f), van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna Wet Verwerking Persoonsgegevens 2018): het arrest verwerpt de op de telastlegging B gesteunde burgerlijke rechtsvordering van de eiser en oordeelt dat de verweerders geen fout hebben begaan; het steunt daarvoor op de belangenafweging bepaald in artikel 5, eerste lid, f), van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992); het arrest past die bepaling echter verkeerd toe omdat het eisers recht op eerbiediging van zijn privéleven niet in concreto afweegt tegen de persvrijheid van de verweerders; de persoonsgegevens van de eiser zijn namelijk zonder zijn toestemming verzameld op een privéaangelegenheid, namelijk zijn verjaardagsfeest; zij behoren aldus tot zijn privéleven; om de proportionaliteitstoets te maken had het arrest acht moeten slaan op het feit dat de eiser geen publiek figuur is; het enkele gegeven dat de persoonsgegevens werden verzameld tijdens een publiek feit volstaat niet om te oordelen dat de verweerders eisers recht op eerbiediging van zijn privéleven niet disproportioneel hebben miskend. 2. De verweerders zijn onder de telastlegging B vervolgd om op 20 oktober 2017 artikel 4, § 1, 1°, Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992, strafbaar gesteld bij artikel 39, 1°, van die wet, te hebben overtreden, namelijk om persoonsgegevens niet eerlijk en rechtmatig te hebben verwerkt. De Wet Verwerking Persoonsgegevens 2018, in werking getreden vanaf 5 september 2018, is niet van toepassing op feiten die dateren van vóór de inwerkingtreding ervan. In zoverre het middel schending van de Wet Verwerking Persoonsgegevens 2018 aanvoert, kan het niet worden aangenomen. 3. Artikel 8 EVRM bepaalt: “1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” Artikel 10 EVRM bepaalt: “1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. (…). 2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.” 4. Artikel 19 Grondwet bepaalt: “De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd.” Artikel 25, eerste lid, Grondwet bepaalt: “De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd; (…)”. Artikel 4, § 1, Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 bepaalt: “Persoonsgegevens dienen : 1° eerlijk en rechtmatig te worden verwerkt; 2° voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden te worden verkregen en niet verder te worden verwerkt op een wijze die, rekening houdend met alle relevante factoren, met name met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, onverenigbaar is met die doeleinden. (…); 3° toereikend, terzake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt; 4° nauwkeurig te zijn en, zo nodig, te worden bijgewerkt; alle redelijke maatregelen dienen te worden getroffen om de gegevens die, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt, onnauwkeurig of onvolledig zijn, uit te wissen of te verbeteren; 5° in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer te worden bewaard dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of verder worden verwerkt, noodzakelijk is. (…).” Artikel 5, eerste lid, Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 bepaalt dat persoonsgegevens slechts mogen worden verwerkt in één van de volgende gevallen : “
  1. a)wanneer de betrokkene daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend; (…)
  2. f)wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke voor de verwerking of van de derde aan wie de gegevens worden verstrekt, mits het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene die aanspraak maakt op bescherming uit hoofde van deze wet, niet zwaarder doorwegen.” Die nationale bepalingen, in het bijzonder wanneer op grond daarvan het recht op vrije meningsuiting met inbegrip van de persvrijheid wordt afgewogen tegenover het recht op eerbiediging van het privéleven van degene ten aanzien waarvan persoonsgegevens worden verwerkt, dienen te worden toegepast in overeenstemming met de artikelen 8 en 10 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. 5. Dat Hof heeft met het oog op de onderlinge afweging van die belangen een aantal beoordelingscriteria vooropgesteld, zoals: - de bijdrage van de verwerking van de persoonsgegevens aan een debat van algemeen belang; - de vraag of degene wiens persoonsgegevens worden verwerkt al dan niet een publiek figuur is, dan wel door zijn gedrag heeft bijgedragen tot de miskenning van de privacy waarop hij zich beroept; - de inhoud, de vorm en de impact van de publicatie; - de wijze en de plaats waarop de informatie is verkregen en de waarheidsgetrouwheid ervan. 6. Artikel 10 EVRM waarborgt geen onbeperkte vrijheid van meningsuiting, zelfs niet wanneer het gaat om persberichtgeving over ernstige aangelegenheden van algemeen belang. Artikel 8 EVRM vereist immers ook een bijzondere aandacht voor de bescherming van het privéleven, zeker wanneer de aantasting ervan volgt uit het gebruik van technische middelen zoals heimelijke geluids- of beeldopnames. Bovendien mag een persoon, naargelang de concrete omstandigheden, het gewettigde vertrouwen hebben dat wat hij zegt of doet valt onder de bescherming van zijn privéleven, ongeacht of hij een publiek figuur is. Bijgevolg kan persberichtgeving, ongeacht het feit dat zij bijzonder beschermingswaardig is ter wille van het algemeen belang, in bepaalde gevallen moeten wijken voor de bescherming van het privéleven van degene die zich op daarop beroept. 7. Daarentegen impliceert het gegeven dat een persoon geen publiek figuur is nog niet dat het recht op eerbiediging van zijn privéleven steeds voorrang moet krijgen op de persvrijheid. Zo kan ook de betrokkenheid van een niet-publiek persoon bij een publiek feit aanleiding geven tot een rechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens, zelfs met gebruik van technische middelen, zonder dat die verwerking noodzakelijkerwijze moet wijken voor de eerbiediging van zijn privéleven. Dat het publiek feit verband houdt met een privéaangelegenheid is daarbij niet doorslaggevend. Wel bepalend, naast de aard en het doel van de verwerking van de persoonsgegevens, is de redelijke privacy-verwachting die de betrokkene kon koesteren in de concrete omstandigheden waarin hij zich bevond. 8. De rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de betwiste verwerking van persoonsgegevens onrechtmatig is wegens een onevenredige inbreuk op het privéleven van de persoon wiens gegevens worden verwerkt. Het Hof gaat wel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen afleidt die geen verband houden met die feiten of die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. 9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 10. De appelrechter, die zich na de vrijspraak van de verweerders in eerste aanleg enkel nog had uit te spreken over de gegrondheid van de burgerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerders, oordeelt in essentie als volgt: - de verweerders zijn respectievelijk hoofdredacteur van en journalist bij de nieuwssite Apache, dat onderzoek deed naar de integriteit van het Antwerpse stadsbestuur met betrekking tot een aantal grote vastgoedprojecten waarin ook de eiser als bouwpromotor was betrokken; - nadat de verweerders hadden vernomen dat quasi het volledige Antwerpse stadsbestuur zou verschijnen aan een bepaald restaurant voor het vieren van eisers verjaardag, heeft de verweerder 2 overeenkomstig de redactieafspraken vanaf de overkant van de straat met een verborgen camera de aankomst gefilmd van de eiser en zijn genodigden, waaronder leden van het stadsbestuur; - vervolgens heeft de verweerder 2 die beelden gemonteerd door daarin voornamelijk de aankomst van lokale politici te behouden, met opgave van hun naam en een korte beschrijving van hun persoon en hun functie, waarna de beelden zijn geplaatst op het internet; - de opnames vonden plaats in de publieke ruimte en enkel gedragingen die daar werden gesteld, werden gefilmd. Het ging uitsluitend om het filmen van de aankomst van de genodigden en van de begroetingen op straat ter hoogte van de ingang van het restaurant. Zowel de eiser als de genodigden maakten blijkens de opname geen geheim van het feit dat ze elkaar in een hartelijke sfeer ontmoetten, wat onder meer blijkt uit enkele begroetingen gepaard gaande met wederzijdse omhelzingen van de eiser en enkele genodigden, dit alles op het trottoir ter hoogte van de ingang van het restaurant. Om het even wie zich op dat ogenblik daar in de omgeving bevond, kon dit gebeuren waarnemen; - wanneer de eiser, die lid was van het directiecomité van L.I.G. nv en die naar eigen zeggen al meer dan 25 jaar als bouwpromotor vaak aan grote projecten werkt, zelfs in de privésfeer een feest geeft waarop tal van lokale politici waaronder nagenoeg het volledige Antwerpse stadsbestuur zijn uitgenodigd en hij deze personen op het openbaar domein hartelijk begroet, en waarbij enkel de beperkte handelingen gesteld op het openbaar domein werden verwerkt, is hij niet in zijn redelijke verwachtingen verschalkt door de gegevensverwerking; - in de gevallen bedoeld in artikel 5, eerste lid, f), Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 is de verwerking van persoonsgegevens ook mogelijk zonder de toestemming van de betrokkene; - de verkrijging en verwerking van relevante gegevens met het oog op latere berichtgeving aan het brede publiek met betrekking tot een onderwerp van (lokaal) maatschappelijk belang, in dit geval de mogelijke bindingen tussen leden van het Antwerpse stadsbestuur en L.I.G. nv, tegen de achtergrond van enkele grootschalige vastgoedprojecten in de stad Antwerpen waarover reeds enige maatschappelijke en politieke ophef bestond, moet worden beschouwd als noodzakelijk voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, f), Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992, namelijk de uitoefening van het recht op de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van informatie, onder meer in de media; - de persvrijheid, als onderdeel van de vrijheid van meningsuiting, wordt onder meer beschermd door de artikelen 19 en 25 Grondwet en artikel 10 EVRM en is een van de fundamenten van een democratische samenleving. De pers heeft een belangrijke opdracht in de berichtgeving over aangelegenheden van algemeen belang en over het politieke bestuur van de samenleving in de ruime zin; - de toestemming vanwege de eiser zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, a), Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992 was dan ook niet vereist om tot gegevensverkrijging en -verwerking over te gaan, aangezien het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene die aanspraak maakt op de bescherming van deze wet niet zwaarder doorwegen, mede gelet op het beperkte en publieke karakter van de verwerkte gegevens; - dat eisers verjaardagsfeestje op zichzelf beschouwd geen maatschappelijke aangelegenheid van algemeen belang was, is in dit verband niet relevant omdat dit geen betrekking heeft op het gerechtvaardigd belang bedoeld in artikel 5, eerste lid, f), Wet Verwerking Persoonsgegevens 1992. Van zodra, zoals hier, een gerechtvaardigd belang aanwezig is en ook aan de andere voorwaarden voor een eerlijke en rechtmatige verwerking van persoonsgegevens is voldaan, is deze verwerking toegelaten. De maatschappelijke aangelegenheid van algemeen belang moet in verband worden gebracht met het gerechtvaardigd doeleinde waarvoor de verkrijging en de verwerking van de persoonsgegevens plaatsvindt en persoonsgegevens die in het licht van dit gerechtvaardigd doeleinde toereikend, ter zake dienend, niet overmatig en nauwkeurig zijn, kunnen worden verwerkt, mits ook voldaan is aan de andere wettelijke vereisten; - hier staat de verwerking van de persoonsgegevens van de eiser (filmen en verspreiden van beelden genomen op het openbaar domein waaruit blijkt dat onder meer lokale politici waaronder nagenoeg het volledige Antwerpse stadsbestuur waren uitgenodigd op een verjaardagsfeest van de eiser) in nauw verband met het publieke karakter van het aan de gang zijnde debat inzake vermeende bindingen tussen leden van het Antwerpse stadsbestuur en L.I.G. nv, waarin de eiser een prominente rol speelt. De verwerking van persoonsgegevens had aldus betrekking op persoonsgegevens die in nauw verband staan met het publiek karakter van het feit waarin de eiser betrokken is. Dat de eiser zelf geen publieke persoon is, is irrelevant. 11. Op grond van die gegevens kon de appelrechter, op basis van de concrete belangenafweging die hij wel degelijk heeft gedaan tussen de persvrijheid van de verweerders en het recht op eerbiediging van het privéleven van de eiser, wettig beslissen dat de verweerders bij de verwerking van de persoonsgegevens van de eiser, diens recht op bescherming van zijn privéleven niet op een onevenredige wijze hebben miskend en dat hun onder de telastlegging B omschreven handelwijze geen fout oplevert, zodat eisers op die handelwijze gesteunde vordering tot schadevergoeding tegen de verweerders ongegrond is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 130,21 euro, waarvan 95,21 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.16 Gerelateerde publicatie(
  3. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221018.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.