← België

V. contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 50

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Beklaagde schuldig verklaard aan het misdrijf van bendevorming met het oog op het plegen van autodiefstallen - Beklaagde die niet wordt vervolgd voor feiten van autodiefstallen - Veroordeling tot de kosten verband houdende met de autodiefstallen - Stallingskosten - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 50

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 Ingeval van een schuldigverklaring van een beklaagde aan het misdrijf van bendevorming belet de omstandigheid dat volgens de rechter de beklaagde in vergelijking met andere beklaagden een minder belangrijke rol heeft gespeeld in de bende niet de veroordeling van deze beklaagde tot alle kosten veroorzaakt door de feiten van bendevorming. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Vrije woorden: Beklaagde schuldig verklaard aan het misdrijf van bendevorming - Minder belangrijke rol van de beklaagde in de bende - Veroordeling tot de kosten veroorzaakt door de feiten van bendevorming - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 50

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Beklaagde schuldig verklaard aan het misdrijf van bendevorming - Minder belangrijke rol van de beklaagde in de bende - Veroordeling tot de kosten veroorzaakt door de feiten van bendevorming - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 50- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0913.N N L M L G V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 15 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest laat niet toe te achterhalen welke impact de overschrijding van de redelijke termijn heeft gehad op de straf; de vermindering omwille van de redelijketermijnoverschrijding moet nochtans duidelijk blijken uit de rechterlijke beslissing; het arrest vermeldt niet welke straf aan de eiser zou zijn opgelegd bij afwezigheid van een redelijketermijnoverschrijding; gezien de verwijzing naar de overige verzachtende omstandigheden kan de eiser onmogelijk achterhalen in welke mate de overschrijding van de redelijke termijn de opgelegde straf heeft beïnvloed.
  3. Het arrest neemt geen verzachtende omstandigheden aan. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijk grondslag.
  4. De rechter die een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, kan die overschrijding remediëren door aan de veroordeelde een straf op te leggen die reëel en meetbaar lager is dan de straf die zou zijn opgelegd bij niet-overschrijding. De verplichting houdt evenwel niet in dat de rechter uitdrukkelijk melding moet maken van de laatste straf. Het is noodzakelijk maar voldoende dat de rechter vaststelt dat de door hem opgelegde straf lager is dan de straf die hij zou hebben opgelegd bij niet-overschrijding. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Het arrest (p. 39) oordeelt op grond van de redenen die het vermeldt, dat aan de eiser een hoofdgevangenisstraf van tien maanden moet worden opgelegd, met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een periode van drie jaar voor de gehele duur. Het vermeldt dat bij de bepaling van de omvang van die straf rekening is gehouden met de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn en dat zonder die omstandigheid een hogere gevangenisstraf zou zijn opgelegd. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 50 Strafwetboek: het arrest kan niet rechtsgeldig vaststellen dat al de kosten van de strafvordering zijn veroorzaakt door de feiten van de telastlegging E; uit het arrest blijkt dat andere veroordeelden diverse diefstallen van auto’s hebben gepleegd en tot de kosten behoren stallingskosten van gestolen voertuigen; de eiser is vreemd aan die feiten; bovendien neemt het arrest aan dat het aandeel van de eiser met betrekking tot de feiten van de telastlegging E minder zwaar is dan dit van andere veroordeelden.
  7. Ingeval van een schuldigverklaring van een beklaagde aan het misdrijf van bendevorming gericht op het plegen van autodiefstallen belet de omstandigheid dat de beklaagde niet zelf wordt vervolgd voor feiten van autodiefstallen de vaststelling niet dat de kosten die verband houden met de autodiefstallen zoals stallingskosten ook zijn veroorzaakt door het misdrijf van bendevorming.
  8. Ingeval van een schuldigverklaring van een beklaagde aan het misdrijf van bendevorming belet de omstandigheid dat volgens de rechter de beklaagde in vergelijking met andere beklaagden een minder belangrijke rol heeft gespeeld in de bende niet de veroordeling van deze beklaagde tot alle kosten veroorzaakt door de feiten van bendevorming.
  9. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 265,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230627.2N.28 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.