← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.27 Rolnummer: P.22.1321.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-24 Raadplegingen: 631 - laatst gezien 2026-06-15 12:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Artikel 47, 1°, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op de in artikel 16, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel bedoelde betekening. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Tenuitvoerlegging in België - Wet Europees Aanhoudingsbevel - Artikel 16, § 3 - Betekening van de beslissing aan de betrokken persoon - Toepassing van artikel 47, 1° Gerechtelijk Wetboek - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) - 10-10-1967 - Art. 47, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 16, § 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging in België - Wet Europees Aanhoudingsbevel - Artikel 16, § 3 - Betekening van de beslissing aan de betrokken persoon - Toepassing van artikel 47, 1° Gerechtelijk Wetboek - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) - 10-10-1967 - Art. 47, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 16, § 3 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1321.N M S, eiser, persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, met als raadsman mr. Nelson Vanlocke, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest gehecht is, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, de artikelen 10 en 11 Grondwet, de artikelen 11.2 en 14 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, artikel 17, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel en de artikelen 47 en 47bis Gerechtelijk Wetboek. Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert aan dat uit de betekeningsakte niet kan worden afgeleid of de betekening van de beroepen beschikking op 10 mei 2022 even voor middernacht gebeurde op een publieke plaats, zodat overeenkomstig artikel 47bis Gerechtelijk Wetboek de beroepstermijn geen aanvang heeft genomen; het arrest verklaart ten onrechte eisers hoger beroep niet ontvankelijk wegens laattijdigheid.
  4. Artikel 47, 1°, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op de in artikel 16, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel bedoelde betekening. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid en bijgevolg onontvankelijk. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert miskenning aan van het recht op bijstand van een raadsman en van het hoorrecht van de gezochte persoon: de eiser kon om redenen onafhankelijk van zijn wil niet aanwezig zijn op de rechtszitting van 9 mei 2022 voor de raadkamer en zijn raadsman was niet tijdig opgeroepen; door de taalbarrière en het feit dat de eiser juridisch een leek is, “werd niet de nodige spoeddringendheid aan de dag gelegd om nog 16 uur na de betekening hier het nodige gevolg aan te geven”; de eiser spreekt Bulgaars en leest en schrijft in het cyrillisch; aangezien hij het romeins alfabet niet kent en als buitenlander evenmin ons rechtssysteem en onze gebruiken, moet hij worden beschouwd als een analfabeet; door zijn hoger beroep onontvankelijk te verklaren kreeg de eiser opnieuw niet de correcte bijstand van een raadsman; het openbaar ministerie bewijst niet dat zij via de gevangenisdirectie de eiser voldoende heeft gewezen op de mogelijkheden om een rechtsmiddel aan te wenden en op de wijze waarop dit moet gebeuren.
  7. De aanvoering door het onderdeel dat “niet de nodige spoeddringendheid aan de dag (werd) gelegd om nog 16 uur na de betekening hier het nodige gevolg aan te geven”, laat het Hof niet toe te ontdekken welke onwettigheid precies aan het arrest wordt verweten. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.
  8. In zoverre het onderdeel meermaals verwijst naar een vonnis van 15 juli 2021, lijkt het betrekking te hebben op een andere procedure dan de thans aan de orde zijnde procedure en is het niet ontvankelijk.
  9. In zoverre het onderdeel is gericht tegen de beslissing van de raadkamer en dus niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
  10. Voor het overige verplicht het onderdeel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.27 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.