id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.6 Rolnummer: P.22.0956.N Zaak: G. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-24 Raadplegingen: 902 - laatst gezien 2026-06-18 21:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Schuldig aan het door artikel 434 Strafwetboek bedoeld misdrijf is hij die zich bewust is van het objectief wederrechtelijk karakter van de vrijheidsberoving, op zodanige wijze dat zijn daad een willekeurig karakter krijgt; dit misdrijf vereist geen bijzonder opzet
(1).
(1)Cass. 25 april 2012, AR P.11.1339.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120425.5, AC 2012, nr.
- Thesaurus CAS: WILLEKEURIGE VRIJHEIDSBEROVING Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Moreel bestanddeel Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 434 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Willekeurige vrijheidsberoving - Moreel bestanddeel Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 434 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 Wanneer het cassatieberoep van de eiser tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder bij gebrek aan betekening aan de verweerder niet ont- vankelijk is en de aan de eiser opgelegde straf voor de feiten van de telastleggingen naar recht is verantwoord, is het middel dat betrekking heeft op de burgerlijke rechtsvordering bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: Naar recht verantwoorde straf - Middel dat betrekking heeft op de burgerlijke rechtsvordering - Cassatieberoep niet betekend aan de verweerder - Ontvankelijkheid - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 427, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering - Algemeen Vrije woorden: Geen betekening aan de verweerder - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 427, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0956.N I D I G, beklaagde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. II M Z M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Wim Vermeiren, advocaat bij de balie Antwerpen, beide cassatieberoepen tegen W D, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 juni
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen en de memories
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de cassatieberoepen van de eisers, overeenkomstig artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, regelmatig werden betekend aan de partijen tegen wie ze gericht zijn en de eisers hun memorie aan de verweerder per aangetekende brief ter kennis hebben gebracht zoals vereist door artikel 429 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, zijn de cassatieberoepen en de memories niet ontvankelijk. Middelen van de eiseres Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 468 Strafwetboek: het arrest stelt niet vast dat de eiseres als deelnemer aan de diefstal de door artikel 468 Strafwetboek bepaalde verzwarende omstandigheid van geweld of bedreiging heeft aanvaard; nochtans oordeelt het arrest dat die verzwarende omstandigheid aan de eiseres toerekenbaar is.
- Indien een deelnemer betwist dat bij diefstal de door artikel 468 Strafwetboek bedoelde verzwarende omstandigheid van geweld of bedreiging op hem toepasselijk is, dient de rechter opdat hij die verzwarende omstandigheid aan de deelnemer kan toerekenen, vast te stellen dat die kennis had van die verzwarende omstandigheid en dat hij die heeft aanvaard. Die individuele toerekening vereist niet dat ook wordt vastgesteld dat de deelnemer zelf geweld heeft gebruikt of heeft bedreigd of aan dat geweld of die bedreiging materieel heeft deelgenomen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 15-21) oordeelt dat de eiseres van bij de aanvang betrokken was bij de planning en de uitvoering van de home-invasion en wist dat zou worden overgegaan tot het gebruik van geweld en bedreiging om de diefstal te laten slagen. Het vermeldt daartoe de feitelijke gegevens: uit de verklaringen van een medebeklaagde blijkt dat de eiseres aan een medebeklaagde heeft verteld dat de verweerder goudstaven in zijn kluis had en op welke plekken in de woning van de verweerder alles lag; uit de handgeschreven verklaring die de eiseres tijdens de appelprocedure aan het dossier heeft laten voegen blijkt dat zij een medebeklaagde informatie heeft verstrekt wetende dat die informatie noodzakelijk was om de diefstal voor te bereiden en onder andere handlangers op te trommelen, dat zij deze handlangers onderdak heeft aangeboden en hen een vergaderplaats verschafte ter voorbereiding van de feiten; de betrokkenheid van de eiseres was niet beperkt tot het verstrekken van cruciale informatie en het huisvesten van de daders, maar de eiseres was ook op verregaande wijze betrokken bij de uitvoering van de diefstal zelf; zij kwam op de avond van de feiten op eigen initiatief bij de verweerder, had zichzelf aan hem opgedrongen en was voortdurend aan het sms’en; uit de camerabeelden blijkt dat het verlaten van de woning door de eiseres quasi gepaard ging met het opduiken van de daders van de home-invasion; zij blijkt de dag van de feiten samen met een medebeklaagde vijf keer een brico-filiaal te bebben bezocht om meerdere slijpschijfmachines, een veiligheidsbril, meerdere slijpschijven, metaalboren en een koevoet te kopen; zij heeft aldus tijdens de uitvoering van de home-invasion op volgehouden wijze positieve deelnemingshandelingen gesteld zodat de feiten zoals ze werden gepleegd, konden worden gepleegd; het geweld of de bedreiging die van de daders uitging, maakte het hen mogelijk de diefstal te plegen; uit het telefonieonderzoek blijkt dat de eiseres voortdurend op de plaats van de feiten aanwezig was, met uitzondering van twee verplaatsingen; het is niet geloofwaardig dat zij de hele tijd buiten de woning in een voertuig zou hebben gezeten. Aldus oordeelt het arrest niet enkel dat de eiseres wist dat zou worden overgegaan tot het gebruik van geweld of bedreiging om de diefstal te plegen, maar ook dat zij die verzwarende omstandigheid heeft aanvaard. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 66 Strafwetboek: het arrest verklaart de eiseres als deelnemer schuldig aan de telastlegging B, maar omschrijft niet door welke positieve daad de eiseres aan dit misdrijf van wederrechtelijke en willekeurige gevangenhouding met verzwarende omstandigheden heeft meegewerkt; het oordeelt ook niet dat de eiseres zodanige hulp heeft verleend dat het anders niet had kunnen worden gepleegd.
- Strafbare deelneming in de zin van artikel 66 Strafwetboek vereist dat de mededader een door de wet bepaalde vorm van medewerking aan een misdaad of wanbedrijf verleent, weet dat hij zijn medewerking aan een bepaalde misdaad of een bepaald wanbedrijf verleent en het opzet heeft om aan dit misdrijf zijn medewerking te verlenen.
- Het arrest (p. 22) oordeelt met verwijzing naar de overwegingen en vaststellingen die het bevat betreffende de feiten van de telastlegging A onder de rubriek 4.4.2.1, dat het vaststaat dat de eiseres van bij de aanvang betrokken was bij de planning en de uitvoering van de home-invasion bij de verweerder, alsook dat deze home-invasion voorzag in de voorafgaande geplande wederrechtelijke en willekeurige gevangenhouding van de verweerder. Het wijst verder op het gegeven dat bij de huiszoeking op het adres van de eiseres colsonbandjes werden aangetroffen die werden gebruikt om de verweerder van zijn vrijheid te beroven en op het gegeven dat het telefonieonderzoek aantoont dat de eiseres tijdens de home-invasion aanwezig was in de woning van de verweerder, die daar op dat ogenblik van zijn vrijheid was beroofd. Het arrest stelt aldus vast door welke positieve daden de eiseres heeft deelgenomen aan het met de telastlegging B geviseerde misdrijf en dat zonder haar hulp dit misdrijf niet had kunnen worden gepleegd, zoals het werd gepleegd. Het verantwoordt dan ook de schuldigverklaring van de eiseres aan de feiten van de telastlegging B naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Middelen van de eiser Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 66, 472, eerste en derde lid, 473, eerste en tweede lid en 482 Strafwetboek: het arrest vermeldt geen enkel concreet element op basis waarvan het aanneemt dat de eiser heeft deelgenomen aan de verzwarende omstandigheden; er zijn geen voldoende bezwarende elementen om te besluiten dat de eiser vooraf kennis had van het feit dat zwaar geweld gebruikt zou worden om de diefstal te plegen, de mogelijkheid ervan kende en met dit alles heeft ingestemd; tegenstrijdige verklaringen in het strafdossier kunnen ook nooit volstaan als voldoende bewijs nu dit een inbreuk zou vormen op het vermoeden van onschuld.
- Het arrest (p. 23-25) oordeelt dat de eiser van bij de aanvang betrokken was bij de planning en de uitvoering van de home-invasion en wist dat zou worden overgegaan tot het gebruik van geweld en bedreiging om de diefstal te laten slagen. Het verwijst voor dat oordeel naar de geschreven verklaring van de eiseres waaruit blijkt dat de eiser vanuit het Verenigd Koninkrijk is gekomen naar België om de feiten te plegen, hij samen met anderen de home-invasion heeft voorbereid vanuit het pand aan de Burburestraat, naar het aantreffen van het DNA van de eiser op de plaats-delict, naar zijn aanwezigheid in het pand van 02.00 uur tot 18.00 uur terwijl de verweerder werd mishandeld, naar het aantreffen van een namaakwapen in het pand van waaruit mede door de eiser de home-invasion werd voorbereid en naar het op de verweerder gepleegde geweld. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door het arrest en is het niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 66, 434, 437 en 438 Strafwetboek: op basis van het voorliggende strafdossier kan geen bijzonder opzet worden aangetoond; het arrest vermeldt evenmin op afdoende wijze de grond op basis waarvan bijzonder opzet wordt aangenomen; er zijn geen voldoende bezwarende elementen om te besluiten dat de eiser wetens en willens zijn medewerking heeft verleend aan wederrechtelijke en willekeurige gevangenhouding met de omstandigheid dat de gevangen gehouden persoon met de dood is bedreigd.
- Schuldig aan het door artikel 434 Strafwetboek bedoeld misdrijf is hij die zich bewust is van het objectief wederrechtelijk karakter van de vrijheidsberoving, op zodanige wijze dat zijn daad een willekeurig karakter krijgt. Dit misdrijf vereist geen bijzonder opzet. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door het arrest en is het niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 471 en 473 Strafwetboek: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het stelt enerzijds een deskundige aan om de mogelijke ongeschiktheid van de verweerder te onderzoeken en het veroordeelt anderzijds de eiser wegens de in artikel 471 Strafwetboek vermelde verzwarende omstandigheden; de aan de deskundige gegeven opdracht laat de mogelijkheid open dat artikel 473 Strafwetboek niet van toepassing is, terwijl het die verzwarende omstandigheid op strafgebied heeft aangenomen.
- De aan de eiser opgelegde straf voor de feiten van de telastlegging A, zijnde een inbreuk op de artikelen 461, 468, 471, eerste, vijfde, zesde en zevende lid, 472, eerste, tweede en derde lid, en 473, eerste en tweede lid, Strafwetboek, alsook voor de feiten van de telastlegging B, zijnde een inbreuk op de artikelen 434 en 437 Strafwetboek, is naar recht verantwoord, ook zonder de vaststelling dat de verzwarende omstandigheid van artikel 473, eerste lid, Strafwetboek van toepassing is. De beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder tegen de eiser is bij gebrek aan betekening van eisers cassatieberoep aan de verweerder niet ontvankelijk. Het middel is bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep II verkrijgt de beslissing op de strafvordering wat betreft de eiser II. In zoverre het cassatieberoep ook is gericht tegen de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding is bevolen, heeft het geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 218,41 euro, waarvan eiseres I 109,20 euro is verschuldigd en eiser II 109,21 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120425.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div