id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.9 Rolnummer: P.22.0639.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-10-24 Raadplegingen: 707 - laatst gezien 2026-06-16 04:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet bestraft hij die zonder wettige reden weigert de bloedproef als bedoeld in artikel 63, § 1, 1° en 2°, Wegverkeerswet te laten nemen en de rechter oordeelt onaantastbaar of er een wettige reden is die een dergelijke weigering kan rechtvaardigen; het begrip wettige reden is niet beperkt tot louter medische redenen maar moet gegrond zijn op objectieve en verifieerbare gegevens en mag dus niet louter steunen op subjectieve indrukken of gevoelens van de persoon aan wie de bloedproef wordt opgelegd
(1)Cass. 21 mei 1962, Pas. 1962, I, 1076; zie Corr. Leuven 3 november 2011, Vigiles 2014/4, 266 en de noot van A. LINERS en K. VANDERHEIDEN, “Alcohol en weigering om een controle te ondergaan: moet er steeds een arts aanwezig zijn? Een schets van het vonnis van de Leuvense correctionele rechtbank”. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 34 Vrije woorden: Artikel 34, § 2, 3° - Alcoholopname en dronkenschap - Weigering bloedproef - Wettige reden - Begrip - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 34, § 2, 3°, en 63, § 1, 1° en 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 63 Vrije woorden: Artikel 63, § 1, 1° en 2° - Speekselanalyse en bloedproef - Bloedproef - Weigering bloedproef - Wettige reden - Begrip - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 34, § 2, 3°, en 63, § 1, 1° en 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Artikel 34, § 2, 3° Wegverkeerswet - Alcoholopname en dronkenschap - Weigering bloedproef - Wettige reden - Begrip - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 34, § 2, 3°, en 63, § 1, 1° en 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0639.N H D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Omar Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 4 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis spreekt de eiser vrij voor het feit van de telastlegging D. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan het feit van de telastlegging A; het interpreteert het begrip wettige reden al te beperkend; het gedrag van een politieambtenaar kan wel degelijk een wettige reden opleveren in de zin van die bepaling; een naamsverwisseling op een venule bij een bloedproef kan een reden opleveren voor een rechtmatige weigering een bloedproef te ondergaan; een dergelijke verwisseling brengt een objectief gevaar mee voor een volstrekt verkeerd geregistreerd resultaat; daardoor wordt het vertrouwen van een normaal en zorgvuldig wegverkeersgebruiker aangetast; de eiser heeft het nodige gedaan om zijn stelling aan te tonen.
- Artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet bestraft hij die zonder wettige reden weigert de bloedproef als bedoeld in artikel 63, § 1, 1° en 2°, Wegverkeerswet te laten nemen.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of er een wettige reden is die een dergelijke weigering kan rechtvaardigen. Het begrip wettige reden is niet beperkt tot louter medische redenen. Het moet gegrond zijn op objectieve en verifieerbare gegevens en mag dus niet louter steunen op subjectieve indrukken of gevoelens van de persoon aan wie de bloedproef wordt opgelegd.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - de eiser stelt dat zijn broer op een onaanvaardbare racistische wijze werd bejegend door een politieman bij de initiële verkeerscontrole waarbij de bloedproef werd opgelegd; - er ligt evenwel geen enkel begin van bewijs voor voor de beweringen van de eiser betreffende het gedrag van de niet nader geïdentificeerde politieman; - bovendien kan een dergelijk gedrag van een politieman, waarvan uit de stukken niet blijkt dat het overeenstemt met de waarheid, niet leiden tot een weigering een bloedproef te ondergaan, te meer daar de bloedproef onder meer tot doel heeft een objectieve vaststelling te doen van het alcoholgehalte in het organisme van de bestuurder en dit los van eventuele eerder subjectieve indrukken of gebeurtenissen die aan de bloedproef voorafgaan; - motieven van emotionele aard, zoals de emotie na te zijn aangesproken op een wijze die als onaanvaardbaar wordt ervaren, moeten worden verworpen als daaraan geen objectief gevaar is verbonden, wat hier het geval is; - het feit dat de verbalisant oorspronkelijk een foutieve naam op de betrokken documenten en op de venule heeft aangebracht (de naam van de passagier, zijnde de broer van de eiser, in plaats van de naam van de eiser), is zonder twijfel een materiële vergissing die zoals blijkt uit het aanvankelijk proces-verbaal onmiddellijk werd rechtgezet, wat ook aan de eiser werd getoond; - ook het feit dat de eiser zich enkele uren later aanbood bij een andere politiezone, onder meer om een ademanalyse te laten uitvoeren, is niet van aard om de weigering van de oorspronkelijke bloedproef, die reeds was voltrokken, te wettigen; - elke materiële misslag valt te betreuren, maar dat heeft niet tot gevolg dat de eiser zou gerechtigd zijn daarom de bloedproef te weigeren, nu die materiële vergissing in zijn aanwezigheid werd rechtgezet. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiser geen wettige reden had om de bloedproef te weigeren en hem schuldig verklaren aan het feit van de telastlegging A. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div