id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221021.1N.1 Rolnummer: F.20.0124.N Zaak: BELGISCHE STAAT FINANCIËN contra P.S. MANAGEMENT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-11-09 Raadplegingen: 1232 - laatst gezien 2026-06-17 05:55 Versie(s): Vertaling FR Fiche Opdat kosten van lusthuizen voor de belastingplichtige aftrekbaar zijn, om reden dat zij in de belastbare bezoldigingen van de bedrijfsleiders zijn begrepen, moet ook zijn voldaan aan de voorwaarde volgens dewelke een voordeel van alle aard dat als bezoldiging voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap werd verleend, om als beroepskost aftrekbaar te zijn, moet beantwoorden aan werkelijke prestaties verricht ten behoeve van de vennootschap. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Kosten van lusthuizen - Aftrekbaarheidsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 49, 52 en 53 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Fiscologue-Fiscologue - 2022, n° 1748, p. 10-
- - VAN CROMBRUGGE, Stefaan; Note'Arrêt de cassation sur les frais d'une société pour un appartement à la mer' Fiscoloog-Fiscoloog: nieuwsbrief over fiscaliteit - 2022, nr. 1768, p. 10-
- - VAN CROMBRUGGE, Stefaan; Noot'Cassatie over kosten van vennootschap voor appartement aan zee' Tekst van de beslissing Nr. F.20.0124.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal Centrum KMO Aalst, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4, eiser, tegen P.S. MANAGEMENT nv, met zetel te 9240 Zele, Mespeleir 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0458.473.369, verweerster, met als raadslieden mr. Michel Maus, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8020 Oostkamp, Hertsbergsestraat 4, en mr. Pieterjan Smeyers, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1170 Brussel, Vorstlaan
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 december
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 september 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Volgens artikel 49, eerste lid, WIB92, dat krachtens artikel 183 WIB92 van toepassing is op vennootschappen, zijn als beroepskosten aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen, mits hij die kosten door middel van bewijsstukken verantwoordt. Artikel 52, 3°, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de bezoldigingen van de personeelsleden voor hun werkgever beroepskosten vormen en artikel 195, § 1, betreffende de beroepskosten van de vennootschappen bepaalt dat bedrijfsleiders voor de toepassing van de bepalingen inzake beroepskosten met werknemers worden gelijkgesteld en hun bezoldigingen worden aangemerkt als beroepskosten van de vennootschappen waarvan ze de leiding hebben. De bezoldigingen van de bedrijfsleiders zijn, overeenkomstig artikel 32, eerste lid, van het voormelde wetboek, alle beloningen die hun worden verleend of toegekend. Zij omvatten met name volgens artikel 32, tweede lid, 2°, de voordelen die vermeld worden in artikel 31, tweede lid, 2°, te weten de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde van of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid. Uit die bepalingen volgt dat de kosten die een vennootschap maakt om aan haar bedrijfsleiders een voordeel van alle aard te verlenen of toe te kennen als bezoldiging voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap, beroepskosten zijn die aftrekbaar zijn op grond van artikel 49 WIB
- Daartoe is vereist dat de toegekende voordelen beantwoorden aan werkelijke prestaties verricht ten behoeve van de vennootschap.
- Krachtens artikel 53, 9°, WIB92 worden niet als beroepskosten aangemerkt kosten van allerlei aard met betrekking tot jacht, visvangst, jachten of andere pleziervaartuigen en lusthuizen, behalve indien en in zover de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en uit hoofde van de eigen aard daarvan noodzakelijk zijn, of in de belastbare bezoldigingen van de begunstigde personeelsleden zijn begrepen.
- Uit de samenhang van de voormelde bepalingen volgt dat, opdat de in artikel 53, 9°, WIB92 bedoelde kosten van lusthuizen voor de belastingplichtige aftrekbaar zijn, om reden dat zij in de belastbare bezoldigingen van de bedrijfsleiders zijn begrepen, ook moet zijn voldaan aan de voorwaarde die volgt uit de artikelen 49, 52, 3°, 32, eerste lid en tweede lid, 2°, WIB92 volgens dewelke een voordeel van alle aard dat als bezoldiging voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap werd verleend, om als beroepskost aftrekbaar te zijn, moet beantwoorden aan werkelijke prestaties verricht ten behoeve van de vennootschap.
- De appelrechter stelt vooreerst vast en oordeelt dat: - de verweerster zich wat de kosten van het appartement De Haan 2 betreft, op artikel 53, 9°, WIB92 beroept; - de eiser niet betwist dat De Haan 2, dat uitsluitend dienst doet als vakantieverblijf, als een lusthuis in de zin van artikel 53, 9°, WIB92 moet worden beschouwd en de partijen in die stelling moeten worden bijgetreden; - op basis van de duidelijke tekst van artikel 53, 9°, WIB92 niet alle kosten met betrekking tot het lusthuis kunnen worden afgetrokken, maar uitsluitend de kosten die begrepen zijn in de belastbare bezoldigingen, aangezien de woorden ‘in zover’ enkel in die zin kunnen worden uitgelegd; - daarmee hoe dan ook nog geen uitsluitsel is gegeven met betrekking tot de vraag of zelfs die bezoldigingen aftrekbare kosten zijn, aangezien de toets aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92 moet worden gedaan. Vervolgens stelt de appelrechter vast en oordeelt hij dat: - gelet op wat artikel 49 WIB92 voorschrijft, de bedrijfsuitgaven of -lasten moeten zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te behouden of te verkrijgen; - de omstandigheden dat tussen een verrichting van een vennootschap en haar maatschappelijke activiteit of statutair doel geen verband bestaat, als dusdanig niet uitsluiten dat de kosten die met zulke verrichtingen verband houden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden aangemerkt, en dat de vraag hoe dan ook is of kan worden aangenomen dat de kosten gemaakt zijn om belastbare inkomsten te behouden of te verkrijgen; - de eiser niet weerlegt dat het feit dat de onroerende goederen door de verweerster in volle eigendom worden aangehouden, betekent dat, ongeacht of ze werkelijk gebruikt worden en dus ongeacht of ze slechts voor privédoeleinden worden gebruikt, zelfs door de bestuurders, die kosten tegenover een actiefpost staan; de investeringskost is een kost die ertoe leidt dat het actief verankerd wordt in het vermogen van de vennootschap, waarbij de doelstelling van de verweerster als vennootschap geacht moet zijn geweest de middelen van de vennootschap duurzaam te beleggen; - afgezien van het feit dat het van algemene bekendheid is dat een appartement aan de Belgische kust een interessant investeringsgoed is gelet op de waardevastheid, de verweerster met haar stuk de stelling bevestigt dat voor dergelijke vastgoedinvesteringen in de regel een waardestijging plaatsvindt; - uit niets blijkt dat de desbetreffende kosten een uitzonderlijk of onredelijk karakter hebben; - de bovenstaande vaststellingen de overtuiging afdwingen dat de kosten met betrekking tot de beide appartementen gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.
- De appelrechter die aldus oordeelt dat het appartement De Haan 2 als een lusthuis in de zin van artikel 53, 9°, WIB92 moet worden beschouwd dat door de verweerster aan haar bestuurder ter beschikking werd gesteld en vaststelt dat deze terbeschikkingstelling als een voordeel van alle aard werd belast bij de bestuurder, en die vervolgens oordeelt dat voor de aftrek van de kosten verbonden aan het appartement De Haan 2 de bedoeling van de verweerster volstaat om de middelen van de vennootschap duurzaam te beleggen, zonder na te gaan of tegenover het door de bestuurder ontvangen voordeel van alle aard werkelijke prestaties ten behoeve van de verweerster staan, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Tweede onderdeel
- Het onderdeel dat niet duidelijk aangeeft tegen welke punten van het arrest het is gericht, voldoet niet aan het vereiste van artikel 1082 Gerechtelijk Wetboek. Het is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de aftrekbaarheid van kosten met betrekking tot het appartement De Haan 2 als beroepskosten en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Eric Van Dooren en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221021.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div