id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221021.1N.2 Rolnummer: F.20.0129.N Zaak: S B bv contra BELGISCHE STAAT, FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-11-09 Raadplegingen: 1653 - laatst gezien 2026-06-18 20:14 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221021.1N.2 Fiche 1 Bij gebrek aan afwijkende fiscale bepaling, dient het zeker en vaststaand karakter van een schuld of verlies te worden beoordeeld volgens de principes van het gemeen recht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Kwijtschelding van schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin - Zeker en vaststaand karakter - Beoordelingscriteria Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 49 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 Het tenietgaan van een schuldvordering door de kwijtschelding van de schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin, vormt vanaf de kwijtschelding een zeker en vaststaand verlies en is bijgevolg als beroepskost aftrekbaar
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Kwijtschelding van schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin - Zeker en vaststaand karakter - Aftrek als beroepskost - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 49 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 3 Wanneer kwijtschelding wordt verleend van een schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin, moet de schuld vanaf het ogenblik van de kwijtschelding en zolang de ontbindende voorwaarde van de terugkeer tot beter fortuin zich niet heeft gerealiseerd, als uitgedoofd worden beschouwd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Ontbindende voorwaarde - Kwijtschelding van schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1183 en 1234 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0129.N S. B. bv, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal KMO Gent, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6, bus 304, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 februari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 september 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: de appelrechter heeft ook geoordeeld dat de kost niet voldoet aan de finaliteitsvoorwaarde en deze niet-bekritiseerde reden draagt de beslissing dat het verlies van de schuldvordering niet als beroepskost aftrekbaar is.
- De appelrechter oordeelt niet dat niet aan de finaliteitsvoorwaarde is voldaan. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Eerste subonderdeel
- Artikel 49, eerste lid, WIB92 bepaalt dat als beroepskosten aftrekbaar zijn de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Krachtens artikel 49, tweede lid, WIB92 worden kosten beschouwd als gedaan of gedragen in het belastbare tijdperk wanneer zij in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt. Bij gebrek aan afwijkende fiscale bepaling, dient het zeker en vaststaand karakter van een schuld of verlies te worden beoordeeld volgens de principes van het gemeen recht.
- Krachtens artikel 1234 Oud Burgerlijk Wetboek gaan verbintenissen onder meer teniet door vrijwillige kwijtschelding. Overeenkomstig artikel 1183 Oud Burgerlijk Wetboek is een ontbindende voorwaarde die welke, bij haar vervulling, de verbintenis teniet doet, en de zaken herstelt in dezelfde toestand alsof er geen verbintenis had bestaan. Zij schort de uitvoering van de verbintenis niet op; alleen verplicht zij de schuldeiser om, ingeval de door de voorwaarde bedoelde gebeurtenis plaatsheeft, terug te geven hetgeen hij ontvangen heeft. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer kwijtschelding wordt verleend van een schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin, de schuld vanaf het ogenblik van de kwijtschelding en zolang de ontbindende voorwaarde van de terugkeer tot beter fortuin zich niet heeft gerealiseerd, als uitgedoofd moet worden beschouwd.
- Uit het voorgaande volgt dat het tenietgaan van een schuldvordering door de kwijtschelding van de schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin, vanaf de kwijtschelding een zeker en vaststaand verlies vormt en bijgevolg als beroepskost aftrekbaar is.
- De appelrechter die vaststelt dat de eiseres bij overeenkomst van 31 oktober 2014 een schuld van 196.716,21 euro heeft kwijtgescholden aan Kleding Bulcke bv onder voorbehoud van terugkeer tot beter fortuin, maar die de aftrek van dit bedrag als beroepskost weigert op grond dat de eiseres niet aantoont dat het verlies van de vordering een vast en zeker karakter heeft gekregen aangezien “er geen concrete feitelijke omstandigheden worden aangetoond die zich gedurende het belastbaar tijdperk hebben voorgedaan en waaruit de effectieve oninbaarheid van de vordering blijkt” en “het ontbreken van het definitief karakter van het verlies bovendien [blijkt] uit de clausule van de herleving van de schuld bij beter fortuin”, schendt de artikelen 1234 en 1183 Oud Burgerlijk Wetboek en artikel 49 WIB
- Het subonderdeel is gegrond. Tweede subonderdeel
- Zoals in randnummer 5 aangegeven, volgt uit de artikelen 1234 en 1183 Oud Burgerlijk Wetboek en artikel 49 WIB92 dat het tenietgaan van een schuldvordering door de kwijtschelding van de schuld onder voorbehoud van terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin, vanaf de kwijtschelding een zeker en vaststaand verlies vormt en bijgevolg als beroepskost aftrekbaar is.
- Door na te hebben vastgesteld dat de bestreden aanslag het aanslagjaar 2014, balans per 30 november 2014, betreft en dat de eiseres bij overeenkomst van 31 oktober 2014 een schuld van 196.716,21 euro heeft kwijtgescholden aan Kleding Bulcke bv onder voorbehoud van terugkeer tot beter fortuin, de aftrek van dit bedrag als beroepskost te weigeren op grond dat niet is voldaan aan de annualiteitsvoorwaarde van artikel 49 WIB92, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het subonderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Eric Van Dooren en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221021.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221021.1N.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231006.1F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div