← België

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING contra E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221107.3N.5 Rolnummer: S.22.0008.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING contra E. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2023-01-12 Raadplegingen: 575 - laatst gezien 2026-06-15 07:37 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 44, 45, eerste lid, 48bis, 130, §1 en §2 Werkloosheidsbesluit volgt dat de voor de werkloosheidsuitkering in aanmerking te nemen inkomsten uit de artistieke activiteit berekend worden per kalenderjaar op basis van het jaarlijks netto inkomen en bijgevolg dat de werkloosheidsuitkeringen die worden toegekend en uitbetaald aan een werkloze die aanspraak maakt op inkomsten uit een artistieke activiteit, steeds voorlopig worden toegekend en uitgekeerd. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Vrije woorden: Artistieke activiteit - Inkomsten - Bepaling Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Artt. 44, 45, eerste lid, 48bis en 130, §§ 1 en 2 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - BEDRAG Vrije woorden: Artistieke activiteit - Inkomsten - Werkloosheidsuitkering - Aard Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Artt. 44, 45, eerste lid, 48bis en 130, §§ 1 en 2 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Fiche 3 Een uitkering die is toegekend en uitbetaald onder voorbehoud van herrekening met de nog in aanmerking te nemen inkomsten overeenkomstig artikel 130 Werkloosheidsbesluit heeft de werkloze niet onrechtmatig maar onder voorbehoud van herrekening ontvangen; hieruit volgt dat artikel 169 Werkloosheidsbesluit niet toepasselijk is op deze onder voorbehoud toegekende en uitbetaalde uitkeringen. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - BEDRAG Vrije woorden: Werkloosheidsuitkering - Voorbehoud - Herrekening - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Artt. 130 en 169 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2023, nr. 4/5, p. 300-

  1. - HEYNDRICKX, Sofie; Noot'Onrechtmatig ontvangen werkloosheidsuitkeringen. Naar een artistieke vrijheid?' Tekst van de beslissing Nr. S.22.0008.N RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.737.484, eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen T.E., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 8 november
  2. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Artikel 44 Werkloosheidsbesluit bepaalt dat om uitkeringen te kunnen genieten, de werkloze zonder arbeid en zonder loon moet zijn wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil. Krachtens artikel 45, eerste lid, Werkloosheidsbesluit wordt voor de toepassing van artikel 44 als arbeid beschouwd: 1° de activiteit verricht voor zichzelf die ingeschakeld kan worden in het economische ruilverkeer van goederen en diensten en die niet beperkt is tot het gewone beheer van het eigen bezit; 2° de activiteit verricht voor een derde, waarvoor de werknemer enig loon of materieel voordeel ontvangt dat tot zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin kan bijdragen.
  4. Met toepassing van artikel 48bis Werkloosheidsbesluit kan, in afwijking van artikel 44, de werkloze die een artistieke activiteit verricht in de zin van artikel 27, 10°, die ingeschakeld is in het economisch ruilverkeer, of die inkomsten in de zin van artikel 130 ontvangt uit de uitoefening van een artistieke activiteit, onder bepaalde voorwaarden die hier niet aan de orde zijn, toch uitkeringen genieten. Krachtens artikel 48bis, § 3, Werkloosheidsbesluit is artikel 130 van toepassing op het inkomen dat voortvloeit uit een artistieke activiteit in de zin van §
  5. Vóór de inwerkingtreding van artikel 48bis op 1 april 2014 bevatte artikel 74bis Werkloosheidsbesluit een vergelijkbare regeling.
  6. Artikel 130, § 1, aanhef en 6°, Werkloosheidsbesluit, zoals hier van toepassing, bepaalt dat de werkloze die in de loop van het kalenderjaar inkomsten ontvangt voortvloeiend uit de uitoefening van een scheppende of een vertolkende artistieke activiteit, onder de toepassing valt van §
  7. Artikel 130, § 2, derde lid, Werkloosheidsbesluit, zoals van toepassing, bepaalt: “In het geval bedoeld in § 1, 6°, wordt rekening gehouden met alle inkomens die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van een artistieke activiteit, met uitzondering van het inkomen uit een statutaire tewerkstelling of het inkomen of een gedeelte ervan uit een activiteit die onderworpen is aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden, wanneer inhoudingen voor de sociale zekerheid, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden verricht op dit inkomen of een deel ervan.” Artikel 130, § 2, vijfde lid, Werkloosheidsbesluit, zoals hier van toepassing, bepaalt: “Het dagbedrag van het inkomen bedoeld in § 1 wordt bekomen door het netto jaarinkomen te delen door
  8. Wanneer het nochtans een activiteit betreft die niet in loondienst wordt uitgeoefend, wordt rekening gehouden met het netto belastbaar jaarinkomen.” Uit deze bepalingen volgt dat de voor de werkloosheidsuitkering in aanmerking te nemen inkomsten uit de artistieke activiteit berekend worden per kalenderjaar op basis van het jaarlijks netto inkomen en bijgevolg dat de werkloosheidsuitkeringen die worden toegekend en uitbetaald aan een werkloze die aanspraak maakt op inkomsten uit een artistieke activiteit, steeds voorlopig worden toegekend en uitgekeerd.
  9. Krachtens artikel 169, eerste lid, Werkloosheidsbesluit dient elke onrechtmatig ontvangen som te worden terugbetaald. Krachtens artikel 169, tweede lid, eerste zin, wordt evenwel, de terugvordering beperkt tot de laatste honderdvijftig dagen van onverschuldigde toekenning wanneer de werkloze bewijst dat hij te goeder trouw uitkeringen ontvangen heeft waarop hij geen recht had.
  10. Een uitkering die is toegekend en uitbetaald onder voorbehoud van herrekening met de nog in aanmerking te nemen inkomsten overeenkomstig artikel 130 Werkloosheidsbesluit heeft de werkloze niet onrechtmatig maar onder voorbehoud van herrekening ontvangen. Hieruit volgt dat artikel 169 Werkloosheidsbesluit niet toepasselijk is op deze onder voorbehoud toegekende en uitbetaalde uitkeringen.
  11. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de bestreden beslissingen van de werkloosheidsdirecteur waarbij het dagbedrag van de werkloosheidsuitkeringen die de verweerder heeft ontvangen tot nul werden herleid voor de jaren 2014 en 2015 en tot 9,55 en 10,82 euro voor het jaar 2016 en waardoor de verweerder gehouden is tot terugbetaling van de teveel ontvangen werkloosheidsuitkeringen, het resultaat zijn van een herberekening van de inkomsten die de verweerder in die jaren uit zijn artistieke activiteiten heeft verworven, te weten de auteursrechten die hij van SABAM heeft ontvangen. Het arrest dat oordeelt dat de werkloosheidsdirecteur hierbij een wettige toepassing heeft gemaakt van de artikelen 48bis, het vroegere artikel 74bis, en 130 Werkloosheidsbesluit, willigt vervolgens verweerders verzoek tot toepassing van artikel 169, tweede lid, Werkloosheidsbesluit in op grond dat de verweerder te goeder trouw is omdat hij vreemd is aan de omstandigheden die aanleiding gaven tot de onverschuldigd betaalde uitkeringen.
  12. Het arrest dat zodoende de in artikel 169, tweede lid, Werkloosheidsbesluit vervatte beperkingsregel toepast op een verplichting tot terugbetaling die het resultaat is van een overeenkomstig artikel 130 Werkloosheidsbesluit gedane afrekening van voorlopig uitgekeerde werkloosheidsuitkeringen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Kosten
  13. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de eiser te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Bepaalt de kosten voor de eiser op 644,03 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 7 november 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221107.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.