← België

K. contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24 Rolnummer: P.22.1380.N Zaak: K. contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2022-11-15 Raadplegingen: 1014 - laatst gezien 2026-06-18 18:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Er is gewettigde verdenking in de zin van artikel 828, 1° Gerechtelijk Wetboek indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen; die verdenking moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn

(1); uit het enkele feit dat het onderzoeksgerecht bij de beoordeling van de wettigheid van de eerste verlengingsbeslissing van de vrijheidsberoving van een vreemdeling de redenen overneemt die zijn opgenomen in een tweede verlengingsbeslissing van die vrijheidsberoving en die redenen als pertinent beoordeelt in het kader van het wettigheidsonderzoek van die eerste verlengingsbeslissing, kan niet worden afgeleid dat, objectief gezien, de magistraten van het onderzoeksgerecht niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze kunnen oordelen over de wettigheid van de tweede verlengingsbeslissing.
(1)Cass. 27 september 2022, AR P.22.0739.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220927.2N.7, AC 2022, nr. 579; Cass. 15 juni 2021, AR P.21.0145.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210615.2N.11, AC 2021, nr. 442; Cass. 15 januari 2019, AR P.18.1214.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6, AC 2019, nr. 25; Cass. 28 maart 2017, P.17.0238.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.8, AC 2017, nr. 223, Cass. 27 april 2016, AR P.16.0509.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.10, AC 2016, nr. 288; Cass. 10 april 2012, AR P.12.0593.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120410.2, AC 2012, nr. 223; J. de CODT, Des nullités de l'instruction et du jugement, Larcier, 2006, 36-40; F. KUTY, L'impartialité du juge en procédure pénale, Larcier, 2005, 41-251; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, 791-805; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 15-20 en 1917-1922; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2022, 733-738; C. IDOMON, “De objectieve onpartijdigheid van de vonnisrechter die reeds eerder oordeelde over de voorlopige hechtenis”, RW 2021-22, 1033-
  1. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1380.N J M K, verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Yassine Challouk, advocaat bij de balie Antwerpen, in de zaak van J M K, reeds vermeld, vreemdeling, tegen BELGISCHE STAAT, voor wie optreedt de staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, tussenkomende partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, beoogt de wraking van de voorzitter en de raadsheren die zetelen in de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen in de zaak gekend onder nummer 2022/VW/
  2. De magistraten van wie de wraking wordt gevraagd, hebben op 17 oktober 2022 de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verklaring afgelegd, waarbij zij aangeven zich niet te willen onthouden van de zaak. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voorwerp van het wrakingsverzoek
  3. De eiser voert aan dat er gewettigde verdenking is omdat de drie magistraten, die thans te oordelen hebben over de tweede verlengingsbeslissing van 22 september 2022 van de vrijheidsberoving van de eiser, bij de motivering van de beslissing over de wettigheid van de eerste verlengingsbeslissing van 20 juli 2022 bij arrest van 10 oktober 2022 uitdrukkelijk de redenen van de tweede verlengingsbeslissing, die als pertinent werden beoordeeld, hebben overgenomen en zijn bijgetreden. Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
  4. Het wrakingsverzoek is ontvangen ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 16 oktober
  5. Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. Het wrakingsverzoek is ontvankelijk. Gegrondheid van het wrakingsverzoek
  6. Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.
  7. Er is gewettigde verdenking in de zin van die bepaling indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen. Die verdenking moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn.
  8. Uit het enkele feit dat het onderzoeksgerecht bij de beoordeling van de wettigheid van de eerste verlengingsbeslissing van de vrijheidsberoving van een vreemdeling de redenen overneemt die zijn opgenomen in een tweede verlengingsbeslissing van die vrijheidsberoving en die redenen als pertinent beoordeelt in het kader van het wettigheidsonderzoek van die eerste verlengingsbeslissing, kan niet worden afgeleid dat, objectief gezien, de magistraten van het onderzoeksgerecht niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze kunnen oordelen over de wettigheid van de tweede verlengingsbeslissing. Het wrakingsverzoek is ongegrond. Dictum Het Hof, Verwerpt het wrakingsverzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120410.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.8 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210615.2N.11 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220927.2N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.11 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.