← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.28 Rolnummer: P.22.1405.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-11-15 Raadplegingen: 866 - laatst gezien 2026-06-19 04:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel met het oog op strafvervolging heeft enkel te oordelen over de aanwezigheid van de in de artikelen 4 tot en met 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalde weigeringsgronden en waarborgen, na te hebben nagegaan of aan de voorwaarden van de artikelen 3 en 5 Wet Europees Aanhoudingsbevel is voldaan; het onderzoeksgerecht heeft in de regel niet te oordelen over de wettigheid en de regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel; die beoordeling komt immers de rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende staat toe; het staat derhalve aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat en niet aan de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat te oordelen of het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel het evenredigheidsbeginsel miskent

(1); noch de omstandigheid dat de autoriteiten van de uitvoerende staat met spoed informatie kunnen opvragen bij de autoriteiten van de uitvaardigende staat, noch de omstandigheid dat voor wat betreft de facultatieve weigeringsgronden de autoriteiten van een uitvoerende staat over een zekere appreciatiemarge kunnen beschikken, laat toe anders te oordelen.
(1)Cass. 4 januari 2022, AR P.21.1661.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.15, AC 2022, nr. 4; Cass. 6 oktober 2020, P.20.0944.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201006.2N.17, AC 2020, nr. 612. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 3 tot en met 8 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 3 tot en met 8 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 3 Wet Europees Aanhoudingsbevel laat de autoriteiten van de uitvoerende staat niet toe de opportuniteit van het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel te beoordelen, ook niet onder het mom van een miskenning van het evenredigheidsbeginsel
(1).
(1)Cass. 4 januari 2022, AR P.21.1661.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.15, AC 2022, nr. 4; Over de verplichte weigeringsgrond van art. 4, 5° Wet Europees aanhoudingsbevel; zie ook Cass. 25 oktober 2022, AR P.22.1329.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221025.2N.25, AC 2022, nr. 680; Cass. 8 maart 2022, AR P.22.0295.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.1, AC 2022, nr. 176; Cass. 25 augustus 2021, AR P.21.1119.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.7, AC 2021, nr. 505; Cass. 23 januari 2013, AR P.13.0087.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130123.1, AC 2013, nr. 55; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procedure pénale, Die Keure, 2021, 2087-
  1. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1405.N R I M, persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Suikerrui 5, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 4, 6 en 15 Wet Europees Aanhoudingsbevel: de appelrechters oordelen ten onrechte dat het hen niet toekomt in het kader van het wederzijds vertrouwen enige discretionaire bevoegdheid uit te oefenen inzake de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel; een toereikende controle is vereist; de uitvoerende staat dient een appreciatie te maken inzake de grondrechten bij de beoordeling van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel; ook inzake het proportionaliteitsbeginsel wordt een beoordelingsbevoegdheid toegekend aan de uitvoerende autoriteit die desgevallend om verdere inlichtingen dient te verzoeken indien er niet voldoende informatie voorhanden is; de beoordelingsvrijheid heeft aldus betrekking op de appreciatie van de vrijwaring van de grondrechten, de facultatieve weigeringsgronden en het uitvaardigen van een verzoek tot bijkomende informatie.
  4. De appelrechters oordelen niet dat zij geen beoordelingsbevoegdheid hebben inzake de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, maar wel dat zij geen discretionaire bevoegdheid hebben om deze tenuitvoerlegging toe te staan of te weigeren en dat de overlevering verplicht is, onder voorbehoud van de limitatief in de Wet Europees Aanhoudingsbevel opgesomde weigeringsgronden. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  5. Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel met het oog op strafvervolging heeft enkel te oordelen over de aanwezigheid van de in de artikelen 4 tot en met 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalde weigeringsgronden en waarborgen, na te hebben nagegaan of aan de voorwaarden van de artikelen 3 en 5 Wet Europees Aanhoudingsbevel is voldaan.
  6. Het onderzoeksgerecht heeft in de regel niet te oordelen over de wettigheid en de regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel. Die beoordeling komt immers de rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende staat toe.
  7. Het staat derhalve aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat en niet aan de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat te oordelen of het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel het evenredigheidsbeginsel miskent.
  8. Noch de omstandigheid dat de autoriteiten van de uitvoerende staat met spoed informatie kunnen opvragen bij de autoriteiten van de uitvaardigende staat, noch de omstandigheid dat voor wat betreft de facultatieve weigeringsgronden de autoriteiten van een uitvoerende staat over een zekere appreciatiemarge kunnen beschikken, laat toe anders te oordelen.
  9. Artikel 4.5° Wet Europees Aanhoudingsbevel laat de autoriteiten van de uitvoerende staat niet toe de opportuniteit van het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel te beoordelen, ook niet onder het mom van een miskenning van het evenredigheidsbeginsel.
  10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.28 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130123.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201006.2N.17 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.7 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.15 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221025.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.