← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.9 Rolnummer: P.22.0796.N Zaak: J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-11-15 Raadplegingen: 950 - laatst gezien 2026-06-19 03:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.9 Fiches 1 - 2 Dienstige vaststellingen in de zin van artikel 33, § 1, 1° Wegverkeerswet zijn niet enkel vaststellingen die nodig zijn om de aansprakelijkheid voor het ongeval te bepalen, maar ook die welke betrekking hebben op de toestand van de bestuurder; de rechter oordeelt onaantastbaar of de bestuurder de vlucht heeft genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken; hij kan bij die beoordeling de wijze betrekken waarop de bestuurder de vlucht heeft genomen; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgtrekkingen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 33 - Artikel 33.1 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 33, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 33, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 4 Het staat aan de rechter die veroordeelt voor een overtreding van de tweede graad in de zin van artikel 29, § 1, Wegverkeerswet, onaantastbaar te oordelen of het doel van de straftoemeting en het waarborgen van de verkeersveiligheid het opleggen van de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en van de veiligheidsmaatregel van het afhankelijk maken van het herstel in dat recht van het slagen in een geneeskundig onderzoek vereisen
(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 29, § 1, en 38, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 29, § 1, en 38, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0796.N A C V J, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jean-François Peeters, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 24 maart
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 19 september 2022 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie. Op de rechtszitting van 8 november 2022 heeft raadsheer Sidney Berneman verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 33, § 1, Wegverkeerswet: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de eiser zich aan de dienstige vaststellingen heeft willen onttrekken; zij konden niet tot dat oordeel komen op basis van de vaststellingen van de verbalisanten; de weigering om een verklaring af te leggen aan de politie is geen vluchtmisdrijf.
  3. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  4. Artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet bestraft elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.
  5. Dienstige vaststellingen in de zin van die bepaling zijn niet enkel vaststellingen die nodig zijn om de aansprakelijkheid voor het ongeval te bepalen, maar ook die welke betrekking hebben op de toestand van de bestuurder.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar of de bestuurder de vlucht heeft genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Hij kan bij die beoordeling de wijze betrekken waarop de bestuurder de vlucht heeft genomen.
  7. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgtrekkingen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - er bestaat geen betwisting over dat er een aanrijding plaatsvond tussen het door de eiser bestuurde voertuig en het voertuig van S.M.; - de eiser stelt bij monde van zijn raadsman dat hij geen aanrijdingsformulier wilde invullen daar S.M. niet zou erkennen dat zijn voertuig voor de garage van de eiser stond; - er moet evenwel worden vastgesteld dat de eiser niet alleen weigerde samen met S.M. een aanrijdingsformulier in te vullen, maar ook ten overstaan van de vrijwel onmiddellijk ter plaatse gekomen politiediensten weigerde enige medewerking te verlenen, geen verklaring wenste af te leggen en zonder meer terug binnen is gegaan in zijn woning. De appelrechters kunnen uit die vaststellingen, die niet beperkt zijn tot de loutere weigering een verklaring af te leggen aan de politie, wettig afleiden dat de eiser de vlucht heeft genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 163, eerste en tweede lid, en 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, de artikelen 29, § 1, tweede lid, 38, § 1, 3°, en 38, § 3, Wegverkeerswet en artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis is gebrekkig gemotiveerd; de appelrechters leggen voor de schuldigverklaring aan de telastlegging B ten onrechte een verval van het recht tot sturen op; er ligt geen specifiek element voor in het dossier om dit facultatief verval van het recht tot sturen noch een even facultatief medisch onderzoek te rechtvaardigen; een algemene motivering verwijzende naar het aansporen tot meer voorzichtigheid in de toekomst houdt geen verband met de feitelijke omstandigheden van de zaak en voldoet niet aan de verplichting om de beslissing te rechtvaardigen.
  11. Volgens artikel 38, § 1, 3°, Wegverkeerswet kan de rechter een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken indien hij veroordeelt wegens een van de overtredingen van de tweede of de derde graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1, Wegverkeerswet. Volgens artikel 38, § 3, 3°, Wegverkeerswet kan hij het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen in een geneeskundig onderzoek.
  12. Een overtreding op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement is een overtreding van de tweede graad in de zin van artikel 29, § 1, Wegverkeerswet.
  13. Het staat aan de rechter die veroordeelt voor een overtreding van de tweede graad in de zin van artikel 29, § 1, Wegverkeerswet, onaantastbaar te oordelen of het doel van de straftoemeting en het waarborgen van de verkeersveiligheid het opleggen van de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en van de veiligheidsmaatregel van het afhankelijk maken van het herstel in dat recht van het slagen in een geneeskundig onderzoek vereisen.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel door de appelrechters over de noodzaak een verval en de veiligheidsmaatregel van een geneeskundig onderzoek op te leggen, is het niet ontvankelijk.
  16. Uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering volgt voor de rechter die de bijkomende straf van het verval en van de veiligheidsmaatregel van een geneeskundig onderzoek oplegt de verplichting de keuze voor die straf en die maatregel nauwkeurig te motiveren, zij het dat die motivering beknopt mag zijn.
  17. Het bestreden vonnis oordeelt met betrekking tot de straftoemeting als volgt: - er wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, met het blanco strafverleden van de eiser en met zijn persoonlijke situatie; - die straftoemeting beoogt uiting te geven aan de maatschappelijke afkeuring en het beschermen van de maatschappij en in het bijzonder de andere weggebruikers; - de eiser had zijn voertuig niet in de hand en veroorzaakte een aanrijding, zij het met beperkte blikschade; - de geldboete en het verval van het recht tot sturen zoals bepaald door de eerste rechter zijn wettig en gepast om de eiser voortaan tot meer voorzichtigheid aan te zetten; - het door de eerste rechter bepaalde medisch herstelonderzoek is noodzakelijk met het oog op de bewustwording van de eiser en diens herintegratie in het verkeer. Met die redenen motiveren de appelrechters op nauwkeurige wijze het opgelegde verval van het recht alle motorvoertuigen te besturen en de maatregel van het afhankelijk maken van het herstel in het recht motorvoertuigen te besturen van het slagen in een geneeskundig onderzoek. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Begroot de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.