id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.1 Rolnummer: P.22.0745.N Zaak: A. contra Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-11-17 Raadplegingen: 1052 - laatst gezien 2026-06-18 16:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Informatie van een inlichtingendienst die enkel in aanmerking wordt genomen als inlichting die toelaat een onderzoek te openen of het in een bepaalde richting te oriënteren en vervolgens op autonome wijze bewijzen te verzamelen, vormt als dusdanig geen bewijs van een misdrijf en is dan ook niet onderworpen aan de vereisten waaraan bewijs moet voldoen; aldus moet de herkomst van dergelijke informatie niet noodzakelijk worden verduidelijkt en kan de beklaagde, om die informatie uit het debat te doen weren, niet volstaan met de aanvoering dat de herkomst ervan onregelmatig is of zou kunnen zijn, maar moet hij dat enigszins aannemelijk maken zonder dat hij daarvoor eerst kennis van die herkomst moet hebben en noch het feit dat op basis van de informatie een gerechtelijk onderzoek wordt gevorderd in het kader waarvan privacygevoelige onderzoeksmaatregelen worden bevolen, noch de mogelijkheid dat de informatie afkomstig is van een buitenlandse inlichtingendienst is, doen daaraan afbreuk
(1).
(1)Cass. 17 mei 2022, AR P.22.0101.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.6; B. VANGEEBERGEN, Het gebruik van inlichtingen in het strafproces, Intersentia, 2017; A. WINANTS, “Staatsveiligheid, strafvordering en strafproces”, in vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Preadviezen 2009, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2009, pp. 242-
- Thesaurus CAS: VEILIGHEID VAN DE STAAT Vrije woorden: Informatie afkomstig van een inlichtingendienst - Gebruik in strafzaken - Bewijs - Bewijsvoering - Opstarten van een gerechtelijk onderzoek - Aanwenden van privacygevoelige onderzoeksmaatregelen - Aanvoering door de beklaagde van de onregelmatige herkomst - Wering - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Informatie afkomstig van een inlichtingendienst - Gebruik in strafzaken - Opstarten van een gerechtelijk onderzoek - Aanwenden van privacygevoelige onderzoeksmaatregelen - Aanvoering door de beklaagde van de onregelmatige herkomst - Wering - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Aanwenden van privacygevoelige onderzoeksmaatregelen - Informatie afkomstig van een inlichtingendienst - Aanvoering door de beklaagde van de onregelmatige herkomst - Wering - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.22.0745.N I M A, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen, II N N, beklaagde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen, beide cassatieberoepen tegen
- NATIONALE IRAANSE WEERSTANDSRAAD (NCRI), met zetel te 95430 Auvers-sur-Oise (Frankrijk), rue des Gords 15,
- E Z,
- R G. T,
- G T D S’A,
- R G,
- W M M,
- I B,
- A G,
- L C,
- T K,
- R B,
- Y B,
- T B,
- F H,
- S A J,
- R G J,
- M R,
- R H A,
- M P,
- A T,
- S S,
- J F L,
- H M A,
- M J D,
- P B, burgerlijke partijen, verweerders, die woonplaats kiezen bij mr. Rik Vanreusel, met kantoor te 9000 Gent, Heernislaan
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 10 mei
- De eiser voert geen middel aan. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep II op burgerlijk gebied. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep I is betekend aan de verweerders, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van deze verweerders, is het cassatieberoep I niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: het arrest oordeelt dat er geen reden is om de strafvordering niet-ontvankelijk te verklaren en dat de strafvervolging in haar geheel beschouwd eerlijk is verlopen omdat niet aannemelijk wordt gemaakt dat de bron of partnerdienst aangehaald in de nota van de Veiligheid van de Staat (VSSE) van 25 juni 2018 verdacht is en de onderzoeksmaatregelen bevolen op basis van de inlichtingen vervat in de nota van de VSSE van 28 juni 2018 regelmatig zijn, zodat het hieruit verkregen bewijs betrouwbaar en rechtmatig is; deze nota’s vermelden echter geen herkomst van de gegevens, zodat de verdediging de regelmatigheid ervan niet kan controleren, terwijl nochtans op basis van die nota’s de strafvordering is opgestart en ingrijpende onderzoeksmaatregelen zijn bevolen; in de nota van 25 juni 2018 is enkel vermeld dat informatie is verstrekt door een partnerdienst van de VSSE; dit kan erop wijzen dat er sprake is van een buitenlandse inlichtingendienst, in welk geval de verdediging te allen tijde moet kunnen nagaan op welke wijze de bewijsgaring in het buitenland is verlopen en of de daar geldende procesvoorschriften zijn gevolgd; de eiseres kan niet aannemelijk maken dat de in de nota van 25 juni 2018 aangehaalde bron of partnerdienst verdacht is bij gebrek aan kennis over welke partnerdienst het gaat; het arrest draait desbetreffend de bewijslast om.
- Informatie van een inlichtingendienst die enkel in aanmerking wordt genomen als inlichting die toelaat een onderzoek te openen of het in een bepaalde richting te oriënteren en vervolgens op autonome wijze bewijzen te verzamelen, vormt als dusdanig geen bewijs van een misdrijf en is dan ook niet onderworpen aan de vereisten waaraan bewijs moet voldoen. Aldus moet de herkomst van dergelijke informatie niet noodzakelijk worden verduidelijkt en kan de beklaagde, om die informatie uit het debat te doen weren, niet volstaan met de aanvoering dat de herkomst ervan onregelmatig is of zou kunnen zijn, maar moet hij dat enigszins aannemelijk maken. Daarvoor moet de beklaagde niet eerst kennis van die herkomst hebben. Noch het feit dat op basis van de informatie een gerechtelijk onderzoek wordt gevorderd in het kader waarvan privacygevoelige onderzoeksmaatregelen worden bevolen, noch de mogelijkheid dat de informatie afkomstig is van een buitenlandse inlichtingendienst is, doen daaraan afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 29-33) vermeldt dat de nota’s van de VSSE enkel inlichtingen betreffen die niet worden gebruikt als bewijs tegen de beklaagden en dat er geen onregelmatige herkomst van de in die nota’s vermelde inlichtingen aannemelijk wordt gemaakt. Voor het overige oordeelt het arrest in dezelfde zin als voormeld. Aldus is de beslissing dat de strafvordering ontvankelijk is en dat de strafvervolging in haar geheel beschouwd eerlijk is verlopen, naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep II op burgerlijk gebied. Verwerpt de cassatieberoepen I en II voor het overige. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 409,81 euro, waarvan de eiser I 204,90 euro is verschuldigd en de eiseres II 204,91 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 15 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231031.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.3 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div