← België

L. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Tonen van stukken op de rechtszitting - Neerlegging - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Tonen van stukken op de rechtszitting - Neerlegging - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0636.N F N L, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. A D, burgerlijke partij,
  2. J B, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 april
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. Het arrest spreekt de eiser vrij van de telastlegging A ten aanzien van de verweerster en het oordeelt dat de appelrechters onbevoegd zijn om te beslissen over de door de verweerster ingestelde burgerlijke rechtsvordering. In zoverre gericht tegen deze beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  5. Het arrest bevestigt de beslissing van de eerste rechter die de eiser heeft veroordeeld tot betaling van een provisionele schadevergoeding aan de verweerder, een deskundige heeft aangesteld en de beslissing over de interesten, de kosten en de rechtsplegingvergoeding heeft aangehouden. Het verzendt de zaak terug naar de eerste rechter voor verdere afhandeling van de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder. Dit is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing vallend onder een van de uitzonderingen van artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder tegen de eiser, is eisers cassatieberoep voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: het arrest verwijst naar een fotoreportage van de ganse gebeurtenis die door de eiser zou zijn gemaakt tijdens het incident; de eiser heeft evenwel de foto’s die werden genomen in de aanloop van het incident op de rechtszitting getoond, zonder ze neer te leggen noch over te maken aan de verweerders; de appelrechters konden dan ook niet oordelen dat deze foto’s een weerspiegeling vormen van de realiteit noch hieruit het besluit trekken over het opzettelijk karakter van de feiten; het arrest miskent eisers recht van verdediging omdat het op basis van onvolledige informatie tot het besluit komt dat eisers verklaringen ongeloofwaardig zijn.
  7. De enkele omstandigheid dat een partij stukken op de rechtszitting toont, zonder die stukken neer te leggen om bij het dossier te voegen of ze aan de tegenpartij mee te delen, betekent niet dat ze niet het voorwerp van het debat hebben uitgemaakt en dat de rechter niet erop mag steunen. Daardoor wordt het recht van verdediging van die partij niet miskend. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
  8. Voor het overige is het middel afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 117,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 15 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.