id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 66
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Teelt en verkoop van cannabis - Diefstal van elektriciteit en water in het kader van de teelt en verkoop van cannabis - Geen actieve handelingen van de beklaagde in het kader van de ontvreemding van elektriciteit en water - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:
Art. 66
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: DIEFSTAL EN AFPERSING Vrije woorden: Diefstal - Diefstal van elektriciteit en water in het kader van de teelt en verkoop van cannabis - Geen actieve handelingen van de beklaagde in het kader van de ontvreemding van elektriciteit en water - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:
Art. 66
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2023-24, nr. 2, p. 58-
- - MELIS, Sara; Noot'Mededaderschap aan elektriciteitsdiefstal bij cannabisplantages: enkel 'weten' volstaat niet' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0952.N M J F V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Toon Muysewinkel, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 20, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 66 Strafwetboek: het arrest oordeelt dat de eiser de noodzakelijke hulp of bijstand zoals bedoeld in artikel 66 Strafwetboek heeft verstrekt bij de uitvoering van de feiten van de telastleggingen C.1 en C.2, zodat hij minstens als mededader betrokken was bij die feiten; het arrest motiveert dit oordeel met de reden dat de diefstal van water en elektriciteit een noodzakelijk onderdeel vormt van de uitbating van een cannabisplantage; nochtans impliceert dit geenszins dat een persoon die betrokken is bij de exploitatie van een cannabisplantage ook noodzakelijke hulp of bijstand verleent bij de diefstal van water of elektriciteit met het oog op een dergelijke exploitatie.
- Artikel 66, derde lid, Strafwetboek bestraft de mededader aan een misdaad of wanbedrijf, namelijk hij die door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp heeft verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd.
- Een schuldigverklaring als mededader in de zin van artikel 66, derde lid, Strafwetboek vereist de vaststelling dat de mededader zijn medewerking verleent aan de misdaad of het wanbedrijf op een in die bepaling bedoelde wijze, hij weet dat hij zijn medewerking aan die misdaad of dat wanbedrijf verleent en hij het opzet heeft aan die misdaad of dat wanbedrijf zijn medewerking te verlenen.
- In de regel kan alleen een positieve daad die aan de uitvoering van de misdaad of het wanbedrijf voorafgaat of ermee samen gaat mededaderschap aan die misdaad of dat wanbedrijf opleveren.
- De enkele omstandigheid dat een persoon kennis heeft of moet hebben gehad van een misdaad of een wanbedrijf, is niet voldoende om hem als mededader aan die misdaad of dat wanbedrijf in de zin van artikel 66, derde lid, Strafwetboek te kunnen beschouwen.
- Het arrest oordeelt als volgt: - de eiser moet hebben geweten dat er manipulaties werden doorgevoerd om illegaal elektriciteit en water af te takken, gezien elektriciteit en grote hoeveelheden water noodzakelijk zijn voor de werking van de cannabisplantage; - deze illegale aftakkingen vormen een noodzakelijk onderdeel van de uitbating van een cannabisplantage van die omvang teneinde geen argwaan bij de netwerkbeheerder en de watergroep te wekken; - het plegen van onderscheiden feiten van teelt van cannabis en de diefstal van elektriciteit en water gaan als het ware hand in hand; - het gegeven dat de eiser mogelijk zelf geen actieve handelingen heeft gesteld bij de manipulaties met het oog op de ontvreemding van elektriciteit en water, doet geen afbreuk aan voorgaande vaststellingen; - deze manipulaties houden immers enkel het middel in om nadien in het kader van de exploitatie van de cannabisplantage de diefstal van elektriciteit en water te kunnen plegen. Aldus stelt het arrest bij de eiser geen concrete daad vast tot de uitvoering van de onder de telastleggingen C1 en C2 omschreven misdrijven waardoor hij zodanige hulp zou hebben verleend dat die misdrijven zonder zijn bijstand niet hadden kunnen worden gepleegd. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De cassatie van de schuldigverklaring van de eiser aan de feiten van de telastleggingen C1 en C2 leidt tevens tot cassatie van de beslissing betreffende de aan de eiser opgelegde bestraffing voor alle bewezen verklaarde feiten met inbegrip van zijn veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds, maar tast de overige beslissingen van het arrest niet aan. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan de feiten van de telastleggingen C1 en C2 en hem voor alle bewezen verklaarde feiten tot straf en tot de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds veroordeelt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep Gent. Bepaalt de kosten op 211,59 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 15 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230321.2N.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250128.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250325.2N.13 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div