← België

B. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Procedure op de zitting - Gezegden van de partijen ter rechtszitting niet opgenomen in een proces-verbaal - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Procedure op de zitting - Gezegden van de partijen ter rechtszitting niet opgenomen in een proces-verbaal - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN.

OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Vrije woorden: Wettigheidstoezicht - Procedure op de zitting - Gezegden van de partijen ter rechtszitting niet opgenomen in een proces-verbaal - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2023, nr. 6/7, p. 627-

  1. - X.; Noot onder cassatie. Tekst van de beslissing Nr. P.22.1085.N K J F B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tim Smet, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
  2. S D V, burgerlijke partij,
  3. ODISEE vzw, met zetel te 1000 Brussel, Warmoesberg 26, burgerlijke partij,
  4. E V , burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 juni
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. Het arrest spreekt de eiser vrij van de telastleggingen A.2, A.3, A.4, A.5, A.7, C.9 en C.10 en het verklaart de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster 3 ongegrond. In zoverre tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 327, tweede lid, Strafwetboek: het arrest oordeelt dat eisers bericht aan I.B., dat luidt: “1 van de gasten die je poerje komt neuken en aan je klit sabbelen terwyl nr 2 je in je kont naait en je dikke tieten plat nypt terwijl we je dwingen nr 3 af te zuigen. We gaan je hard pakken klein lekker ding”, omdat de zinsnede “terwijl we je dwingen nr 3 af te zuigen”, betrekking heeft op de misdaad van seksuele penetratie zonder instemming van het slachtoffer; een bedreiging in de zin van de vermelde bepaling is echter een aankondiging van een kwaad dat men aan een ander zal berokkenen, terwijl de vermelde zinsnede louter beschrijvend is geschreven in de tegenwoordige tijd; een bedreiging moet bovendien gericht zijn tegen een bepaalde persoon en moet bij het slachtoffer de gerechtvaardigde vrees kunnen opwekken dat zij zal worden uitgevoerd, wat hier geenszins het geval is; bijgevolg verklaart het arrest de eiser ten onrechte schuldig aan de heromschreven telastlegging A.
  8. Artikel 327, tweede lid, Strafwetboek bepaalt: “De bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen waarop een criminele straf gesteld is, bij naamloos of ondertekend geschrift, zonder bevel of voorwaarde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.”
  9. Een dergelijke bedreiging kan bestaan in een geschrift dat van aard is, alsook door de dader bedoeld is, om bij degene aan wie het is gericht een ernstige vrees te doen ontstaan dat een als misdaad omschreven aanslag op zijn fysieke of morele integriteit of op zijn individuele vrijheid zal plaatsvinden, wanneer die vrees ook vanuit het standpunt van een normaal en redelijk persoon verantwoord is. De afwezigheid van het voornemen of de mogelijkheid om de aanslag waarmee wordt gedreigd te plegen neemt het misdrijf niet weg. Evenmin impliceert het enkele feit dat het geschrift niets “aankondigt” omdat het in de tegenwoordige tijd is gesteld of dat het geschrift is opgesteld in seksueel platvloerse bewoordingen, dat de ernstige vrees voor de erin vermelde aanslag niet gerechtvaardigd is. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. De rechter oordeelt op grond van de gegevens van het strafdossier onaantastbaar of er sprake is van uitlatingen in een geschrift die kunnen worden aanzien als een bedreiging zoals hier bedoeld. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
  11. Het arrest kan uit de vermelde zinsnede wettig afleiden dat de eiser in zijn vermelde bericht I.B. heeft bedreigd met verkrachting, dit is een feit waarop een criminele straf is gesteld. Aldus kan het dat bericht kwalificeren als een inbreuk op artikel 327, tweede lid, Strafwetboek en de eiser daaraan schuldig verklaren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 190ter Wetboek van Strafvordering: het arrest verwijst voor de schuldigverklaring van de eiser naar zijn gezegden ter rechtszitting, die niet zijn geacteerd in het proces-verbaal van de rechtszitting en die dus niet te controleren zijn.
  13. Noch de artikelen die het middel als geschonden aanwijst, noch de noodzaak om het recht van verdediging van de procespartijen te eerbiedigen of om het Hof in staat te stellen de wettigheid van de bestreden beslissing te controleren, vereisen dat de gezegden van de partijen ter rechtszitting moeten kunnen worden gecontroleerd aan de hand van de weergave daarvan in het proces-verbaal van die rechtszitting. Evenmin is vereist dat de bestreden beslissing die gezegden als dusdanig aanhaalt bij de beoordeling van de impact ervan op de bewijswaardering van de gegevens van het strafdossier. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  14. Het arrest oordeelt dat de eiser met zijn gezegden ter rechtszitting geen aannemelijke of overtuigende uitleg kan geven voor de bezwarende elementen die het opsomt. Aldus beoordeelt het arrest onaantastbaar de bewijswaarde van die gezegden en verantwoordt het de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 189,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 15 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111102.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221012.2F.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.