← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Artt. 3 en 505, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Belgische rechtscolleges - Constitutief bestanddeel van het misdrijf op Belgisch grondgebied gelokaliseerd - Materiële gedragingen in België en in het buitenland gepleegd - Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Artt. 3 en 505, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek - Territoriale bevoegdheid - Belgische rechtscolleges - Constitutief bestanddeel van het misdrijf op Belgisch grondgebied gelokaliseerd - Materiële gedragingen in België en in het buitenland gepleegd - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Artt. 3 en 505, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Vrije woorden: Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek - Territoriale bevoegdheid - Belgische rechtscolleges - Constitutief bestanddeel van het misdrijf op Belgisch grondgebied gelokaliseerd - Materiële gedragingen in België en in het buitenland gepleegd - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Artt. 3 en 505, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 5 - 6 Het misdrijf bepaald in artikel 505, eerste lid, 3°, Strafwetboek is een aflopend misdrijf, gelet op het ogenblikkelijke karakter van de erin vermelde handelingen. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: Aflopend misdrijf - Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 3° Strafwetboek Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 3° Strafwetboek - Aard van het misdrijf - Aflopend misdrijf Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 7 - 8 Het misdrijf bepaald in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek is een voortdurend misdrijf dat ontstaat bij de handeling of de onthouding, al dan niet aflopend van aard, waarmee de dader met de vereiste kennis van zaken de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de wederrechtelijke vermogensvoordelen verheelt of verhult en dat blijft voortduren zolang de dader die elementen verheelt of verhult, dit wil zeggen zolang hij bewust de door hemzelf gecreëerde wederrechtelijke toestand ononderbroken laat voortduren, zonder dat daarvoor nog enige verdere gedraging van zijnentwege is vereist. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: Voortdurend misdrijf - Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek - Aard van het misdrijf - Voortdurend misdrijf Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 9 - 10 Naargelang de hem voorgelegde gegevens kan de rechter een materiële gedraging die bestaat in de overdracht van een wederrechtelijk vermogensvoordeel, zoals een bankoverschrijving, kwalificeren als een verhelen of een verhullen in de zin van artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek, maar daardoor gaat deze materiële gedraging, die uit zijn aard aflopend is, niet noodzakelijk het voorwerp uitmaken van een voortdurend misdrijf dat duurt zolang de ermee beoogde verheling of verhulling voortduurt; bepalend voor het voortduren van het misdrijf is de reële mogelijkheid voor de overdrager om na de overdracht het verhelen of verhullen nog te laten voortduren zodat van zodra de overdrager geen zeggenschap meer heeft over het overgedragen vermogensvoordeel, wat het geval kan zijn bij een overdracht aan een derde die eigenmachtig de verdere bestemming van het vermogensvoordeel bepaalt, de overdracht geen voortdurend misdrijf meer uitmaakt voor de overdrager

(1).
(1)A. DE NAUW en F. DERUYCK, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Wolters Kluwer, 2020, p. 556. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: Witwassen - Materiële gedraging die uit zijn aard aflopend is - Begrip verhelen of verhullen bepaald in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek - Invloed op de aard van het misdrijf - Voortdurend misdrijf - Voorwaarde - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Aard van het misdrijf - Materiële gedraging die uit zijn aard aflopend is - Begrip verhelen of verhullen bepaald in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek - Invloed op de aard van het misdrijf - Voortdurend misdrijf - Voorwaarde - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2023, nr. 5, p. 298-

  1. - VAN HERPE, Ruben; Noot'Over de invloed van zeggenschap op de aard van het witwasbeestje' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2023, nr. 8, p. 1151-
  2. - VAN DE WYER, Louis; SAEN, Basil; Noot'De 'zeggenschap' over het vermogensvoordeel Een nieuw element in de discussie over de verjaring van het derde witwasmisdrijf' NC-Nullum Crimen: Tijdschrift voor straf-en strafprocesrecht - 2023, nr. 5, p. 359-
  3. - MULDER, Dimitri; Noot'Het voortdurend en (soms) aflopend karakter van het derde witwasmisdrijf: contradictio in terminis?' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0854.N R L, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Benjamin Gillard, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Kolonel Begaultlaan 1A/51, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 1 juni
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  5. In zoverre gericht tegen de vrijspraak van de eiser van de telastlegging F.V, is zijn cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Strafwetboek: de appelrechters aanvaarden hun territoriale rechtsmacht voor de enige lastens de eiser bewezen verklaarde telastlegging D.I inzake witwassen; nochtans zouden de aan de eiser verweten witwashandelingen uitsluitend hebben plaatsgevonden in Zwitserland en heeft de eiser zowel de Zwitserse nationaliteit als zijn hoofdverblijfplaats in Zwitserland; bovendien spreken de appelrechters de eiser vrij van de telastlegging F.V inzake het lidmaatschap van de criminele organisatie in het raam waarvan de bewezen verklaarde witwashandelingen werden gepleegd, zodat zij hun territoriale rechtsmacht ten onrechte gronden op het feit dat de criminele organisatie, bestaande uit derden, onder meer op Belgisch grondgebied opereerde en in België witwashandelingen stelde en een witwascircuit organiseerde.
  7. De Belgische strafrechter heeft op grond van artikel 3 Strafwetboek rechtsmacht om te oordelen over een in België gepleegd misdrijf. Daartoe behoort een misdrijf waarvan één van de constitutieve bestanddelen geheel of gedeeltelijk op het Belgische grondgebied is gelokaliseerd of waaraan materiële gedragingen ten grondslag liggen die zowel in België als in het buitenland zijn gepleegd en die een ondeelbaar geheel vormen.
  8. Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek bestraft degenen die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van wederrechtelijke vermogensvoordelen als bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen. Dat verhelen of verhullen kan bestaan in het met kennis van zaken in ontvangst nemen van contante gelden met een illegale oorsprong, met het doel ze vervolgens te plaatsen op een bankrekening en ze van daaruit over te schrijven naar een andere bankrekening.
  9. Met een geheel van redenen die het onderdeel niet allemaal vermeldt, verklaart het arrest de eiser schuldig aan het in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek bepaalde witwasmisdrijf, in essentie omdat de eiser met de vereiste kennis van zaken gelden voor in totaal 1.050.000,00 euro, die zijn voortgesproten uit drugmisdrijven gepleegd door F.J. en die de eiser in Antwerpen cash had ontvangen van J.S., in Zwitserland vanuit de Zwitserse bankrekening van zijn offshore vennootschap heeft overgeschreven naar de Zwitserse bankrekening van de vennootschap van J.S., die dat bedrag met inhouding van een commissie verder heeft overgeschreven op rekeningen van M.S., van wie J.S. eerst zelf de gelden had ontvangen, waarop M.S. de gelden heeft bestemd voor F.J.
  10. De appelrechters die zodoende vaststellen dat de eiser in Zwitserland de gelden heeft overgeschreven die hij met dat doel cash in Antwerpen heeft ontvangen, situeren een materiële witwasgedraging die ten grondslag ligt aan het in Zwitserland gepleegde witwasmisdrijf in België. De appelrechters die hun rechtsmacht om het aan de eiser ten laste gelegde witwasmisdrijf te beoordelen steunen op die redenen en aldus niet op de vaststelling dat het misdrijf zou zijn gepleegd in het raam van een criminele organisatie waarvan de eiser zelf geen lid was, verantwoorden de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  11. Voor het overige is het onderdeel gericht tegen overtollige redenen en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 505 Strafwetboek: de appelrechters schenden dat artikel indien hun beslissing zo dient te worden geïnterpreteerd dat zij van oordeel zouden zijn dat het basismisdrijf witwassen of het aan een autonoom witwasmisdrijf voorafgaand “witwascircuit” een constitutief bestanddeel van de telastlegging D.I zou zijn.
  13. Uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat de appelrechters niet oordelen zoals het onderdeel aanvoert. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 505 Strafwetboek en artikel 182 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de verjaring van de strafvordering voor de aan de eiser ten laste gelegde feitelijke gedragingen, die enkel bestaan in het “overschrijven en/of doen of laten overschrijven” van geldsommen, niet is ingetreden omdat die materiële gedragingen het witwasmisdrijf van het verhelen of verhullen van de illegale oorsprong van de witgewassen gelden uitmaken en dat verhelen of verhullen bleef voortduren na de laatste betwiste transactie van 17 juni 2008 tot aan de beschikking tot verwijzing van de raadkamer van 18 oktober 2018; wanneer het verhelen of verhullen, zoals hier, uitsluitend gebeurt door het overdragen van wederrechtelijke vermogensvoordelen, meer bepaald door bankoverschrijvingen, dan wordt dit misdrijf voor wat betreft de dader ervan hoe dan ook voltooid wanneer de door hem gestelde daad van overdracht, dit is de bankoverschrijving, wordt beëindigd; dit is ook het geval wanneer die bankoverschrijving, zoals het arrest vaststelt, niet transparant is; zelfs vanuit de invalshoek van het witwasmisdrijf bedoeld in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek, blijft de handeling van een geldoverschrijving naar materiële uitvoeringswijze namelijk nog steeds aflopend en is deze voltrokken onmiddellijk na de uitgevoerde geldoverschrijving, aangezien de dader verder geen daad van verheling of verhulling meer stelt die zou kunnen bestaan in het hier vervolgde feit van het overschrijven van gelden; minstens kan het verhelen of verhullen bestaande in bankoverschrijvingen niet blijven voortduren tot aan een beschikking tot verwijzing van het betrokken witwasmisdrijf, aangezien het daaraan voorafgaande onderzoek de vermeende illegale oorsprong precies aan het licht heeft gebracht; bijgevolg hebben de appelrechters zichzelf gelast met feiten en een incriminatieperiode die niet bij hen aanhangig waren gemaakt en konden zij niet zonder schending van artikel 505 Strafwetboek uit de in het arrest vastgestelde feiten afleiden dat de aan de eiser ten laste gelegde witwasmisdrijven zijn blijven doorlopen tot 18 oktober
  15. Artikel 505, eerste lid, 3°, Strafwetboek bestraft “zij die de zaken, bedoeld in artikel 42, 3°, omzetten of overdragen met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit deze zaken voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden”. Dit witwasmisdrijf is een aflopend misdrijf, gelet op het ogenblikkelijke karakter van de erin vermelde handelingen.
  16. Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek bestraft “zij die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de in artikel 42, 3°, bedoelde zaken verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen”. Dit witwasmisdrijf is een voortdurend misdrijf dat ontstaat bij de handeling of de onthouding, al dan niet aflopend van aard, waarmee de dader met de vereiste kennis van zaken de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de wederrechtelijke vermogensvoordelen verheelt of verhult en dat blijft voortduren zolang de dader die elementen verheelt of verhult, dit wil zeggen zolang hij bewust de door hemzelf gecreëerde wederrechtelijke toestand ononderbroken laat voortduren, zonder dat daarvoor nog enige verdere gedraging van zijnentwege is vereist.
  17. Naargelang de hem voorgelegde gegevens kan de rechter een materiële gedraging die bestaat in de overdracht van een wederrechtelijk vermogensvoordeel, zoals een bankoverschrijving, kwalificeren als een verhelen of een verhullen in de zin van artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek. Daardoor gaat deze materiële gedraging, die uit zijn aard aflopend is, echter niet noodzakelijk het voorwerp uitmaken van een voortdurend misdrijf dat duurt zolang de ermee beoogde verheling of verhulling voortduurt. Bepalend voor het voortduren van het misdrijf is de reële mogelijkheid voor de overdrager om na de overdracht het verhelen of verhullen nog te laten voortduren. Van zodra de overdrager geen zeggenschap meer heeft over het overgedragen vermogensvoordeel, wat het geval kan zijn bij een overdracht aan een derde die eigenmachtig de verdere bestemming van het vermogensvoordeel bepaalt, maakt de overdracht geen voortdurend misdrijf meer uit voor de overdrager. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
  18. De eiser is onder de telastlegging D.I vervolgd wegens: “tussen 14 mei 2008 en 17 juni 2008, in meerdere malen, de feiten voortdurende tot 30 mei 2016 (beschikking tot mededeling) voor wat betreft het verhelen of verhullen door het overschrijven en/of doen of laten overschrijven van een totaalbedrag van 1.050.000 EUR van rekening (…) bij HSBC Bank (Genève) op naam van [C.S. sa], vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden (…), naar hogervermelde rekening op naam van [B.I. Inc] (…).” Het arrest (p. 11-12) oordeelt vervolgens: - de incriminatieperiode van de telastlegging D.I dient te worden aangepast in die zin dat het derde witwasmisdrijf bepaald in de telastlegging een voortdurend misdrijf betreft en het verhelen en verhullen heeft voortgeduurd tot de datum van de beschikking tot verwijzing naar de correctionele rechtbank, dit is 18 oktober 2018; - in zoverre de feiten bewezen zijn, gaat het om het derde witwasmisdrijf. Door het overschrijven van wederrechtelijke vermogensvoordelen van en naar Zwitserse bankrekeningen wordt immers de traceerbaarheid van de gelden belet en wordt de oorsprong ervan verhuld. Het materieel bestanddeel, het verhelen of verhullen, is geen aflopend materieel feit. Het derde witwasmisdrijf is een voortdurend misdrijf en blijft voortduren zolang de dader de aard en de oorsprong van de bedoelde zaken verheelt of verhult; - dat de vier overschrijvingen die de eiser heeft gedaan zogenaamd transparant worden aangeduid op de uittreksels van de twee betreffende Zwitserse bankrekeningen, is onjuist. Het gegeven dat Zwitserse bankrekeningen werden gebruikt om vermeende wederrechtelijke vermogensvoordelen die in België werden overhandigd aan diamantairs een witwascircuit te doen ondergaan, wijst reeds op het niet-transparante karakter van de handelingen. De eiser wordt vervolgd voor het witwassen van gelden die in Antwerpen aan diamantairs werden gegeven om de gelden via hun vennootschappen met buitenlandse rekeningen opnieuw, al dan niet onder aftrek van een commissie, doen terecht te komen bij M.S. Bovendien kan uit de bankdocumenten niet worden opgemaakt van waar de gelden kwamen en werd de oorsprong van de gelden aldus verhuld; - de aan de eiser ten laste gelegde feiten, die onderling niet gescheiden zijn door een verjaringstermijn, zijn voor zover bewezen de voortgezette en opeenvolgende uitvoering van eenzelfde misdadig opzet, zodat de verjaring van de strafvordering voor al deze feiten samen slechts een aanvang neemt op de datum van het laatst gepleegde feit, zijnde 18 oktober
  19. Op datum van de beschikking van de raadkamer tot verwijzing naar de correctionele rechtbank was de oorsprong van de gelden nog steeds verhuld en maakte de eiser indien de feiten bewezen zijn zich nog steeds schuldig aan het witwasmisdrijf bedoeld in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek. De verjaringstermijn neemt dan ook een aanvang op 18 oktober
  20. Het arrest, dat voor het overige geen andere feiten vaststelt op grond waarvan het besluit tot het voortdurende karakter van de aan de eiser verweten bankoverschrijvingen, kon op grond van die vaststellingen niet wettig oordelen dat die overschrijvingen het voorwerp van een voortdurend misdrijf uitmaakten, dat heeft voortgeduurd tot aan de verwijzingsbeschikking van 18 oktober
  21. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  22. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt dat het aan de eiser ten laste gelegde witwasmisdrijf, bepaald in de telastlegging D.I, heeft voortgeduurd tot 18 oktober 2018, hem aan dat misdrijf schuldig verklaart en hem daarvoor veroordeelt tot straf, de bijdragen, de vergoeding en de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 289,14 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 15 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240903.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151021.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.