id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221122.2N.19 Rolnummer: P.22.1504.N Zaak: I. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-12-06 Raadplegingen: 733 - laatst gezien 2026-06-18 19:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Aangezien artikel 16, § 1, Voorlopige Hechteniswet het verlenen van een bevel tot aanhouding alleen toestaat indien het feit voor de verdachte een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere gevangenisstraf tot gevolg kan hebben, kan de voorlopige hechtenis niet gehandhaafd worden feiten van opzettelijke verwondingen of slagen zonder verzwarende omstandigheid, dat overeenkomstig artikel 398, eerste lid, Strafwetboek strafbaar is met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen
(1).
(1)Zie Cass. 24 maart 2010, AR P.10.0473.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100324.1, AC 2010, nr.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1504.N S K I, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 november
- De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 16, § 1, Voorlopige Hechteniswet
- Artikel 16, § 1, Voorlopige Hechteniswet staat het verlenen van een bevel tot aanhouding alleen toe indien het feit voor de verdachte een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere gevangenisstraf tot gevolg kan hebben.
- Het arrest handhaaft de voorlopige hechtenis van de eiser voor de feiten van de telastlegging A (wederrechtelijke vrijheidsberoving – inbreuk op artikel 434 Strafwetboek) en de telastlegging B (opzettelijke slagen – inbreuk op de artikelen 392, eerste lid, en 398 Strafwetboek), zonder dat blijkt dat er voor de feiten van de telastlegging B een verzwarende omstandigheid wordt aangenomen.
- Artikel 398, eerste lid, Strafwetboek straft hij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengt met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen.
- Daaruit volgt dat het arrest de voorlopige hechtenis niet kon handhaven voor de feiten van de telastlegging B. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de voorlopige hechtenis handhaaft wegens het opzettelijk toebrengen van verwondingen of slagen (telastlegging B). Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot twee derde van de kosten van zijn cassatieberoep en laat het overige derde ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 22 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221122.2N.19 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100324.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div