← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 187

, § 6, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: DAGVAARDING Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, § 6, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, § 6, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 7 Het staat aan de rechter te oordelen of, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak, de betrokkene kennis had van de dagvaarding of die kennisname bewust onmogelijk heeft gemaakt en het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, § 6, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, § 6, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187, § 6, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 8 - 9 Uit het arrest nr.

123/2019 van 26 september 2019 van het Grondwettelijk Hof volgt dat indien het appelgerecht ingevolge het hoger beroep van het openbaar ministerie het verzet dat de beklaagde voor de eerste rechter heeft ingesteld voor het eerst in hoger beroep ongedaan verklaart, het appelgerecht over de grond van de zaak zelf moet beslissen, ook al viseert artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering dit geval niet

(1).
(1)GGwH 26 september 2019, nr. 123/2019, www.const-cour.be; S. VAN OVERBEKE, “Grievenstelsel en hoger beroep in strafzaken”, in Recht en Praktijk, Mechelen, Kluwer, 2022, p. 36-37; B. DE SMET, “Verstek en verzet in strafzaken”, Antwerpen, Intersentia, CABG, 2020, 166-167. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, § 9, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187, § 9, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0876.N C D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen, Koninklijkelaan 60, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 187, § 6, 1°, Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren eisers verzet ten onrechte ongedaan; zij stellen vast dat de eiser het Nederlands niet beheerst en dat een in het Nederlands aan de eiser betekende dagvaarding hem in persoon werd betekend; zij konden gelet op die vaststellingen niet oordelen dat de eiser kennis had van de dagvaarding; de eiser had geen kennis van de in het Nederlands en dus in een taal die hij niet beheerste opgestelde dagvaarding; de eiser heeft op grond van artikel 6.3.a EVRM recht om in een taal die hij begrijpt – in deze zaak het Engels en niet het Nederlands – op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging; de appelrechters kunnen dan ook uit het niet-verschijnen van de eiser op de rechtszitting van 24 oktober 2018 niet afleiden dat hij wilde afstand doen van zijn verzet aangezien hij niet behoorlijk was opgeroepen.
  3. Uit artikel 187, § 6, 1°, Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter een verzet maar ongedaan kan verklaren indien hij vaststelt dat de verzetdoende partij kennis had van de dagvaarding.
  4. Uit het enkele feit dat hij aan wie de dagvaarding persoonlijk werd betekend niet de taal machtig is waarin die dagvaarding is opgesteld, volgt niet dat de rechter noodzakelijk moet oordelen dat de betrokkene geen kennis had van de dagvaarding.
  5. De rechter kan bij de beoordeling over het kennis hebben van de dagvaarding het gegeven betrekken dat de betrokkene bewust de kennisname van de dagvaarding onmogelijk heeft gemaakt. De betrokkene kan zich in dat geval niet op zijn eigen verzuim beroepen.
  6. Het staat aan de rechter te oordelen of, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak, de betrokkene kennis had van de dagvaarding of die kennisname bewust onmogelijk heeft gemaakt.
  7. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat aan de eiser, die het Nederlands niet machtig is, een in het Nederlands gestelde dagvaarding werd betekend door hem die persoonlijk te overhandigen.
  10. Het arrest oordeelt als volgt: - uit stuk 21 van het strafdossier is af te leiden dat de dagvaarding om te verschijnen op de rechtszitting voor de eerste rechter van 24 oktober 2018 aan de eiser in persoon werd betekend op 26 juli 2018 en de eiser het origineel van het exploot heeft getekend voor ontvangst; - het feit dat de dagvaarding in het Nederlands was opgesteld, zijnde de taal van de rechtspleging, en de eiser deze taal niet beheerst, is niet van aard om de appelrechters tot een andere zienswijze te brengen; - van een beklaagde die de inhoud van een officiële akte niet begrijpt, mag een actieve proceshouding worden verwacht. De beklaagde heeft immers het recht om van de relevante passages in de dagvaarding een vertaling te vragen in een taal die hij verstaat. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat aan de kennisvereiste betreffende de dagvaarding is voldaan. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  11. In zoverre gericht tegen het oordeel over de afwezigheid van overmacht of een wettige reden van verschoning, is het middel afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid van de beslissing over de kennis van de dagvaarding en is het niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM: met het oordeel dat de eiser afstand heeft gedaan van zijn recht om te verschijnen en zich te verdedigen, terwijl de enige reden voor zijn niet-verschijnen op de rechtszitting het gegeven is dat de dagvaarding in het Nederlands was opgesteld, zijnde een taal die de eiser niet begrijpt, miskennen de appelrechters eisers recht van toegang tot de rechter.
  13. Het onderdeel is afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid van de beslissing over de kennis van de dagvaarding en is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  14. Het onderdeel voert schending aan van artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: aangezien het hoger beroep tegen een vonnis van ongedaanverklaring van een verzet inhoudt dat de grond van de zaak bij de rechter in hoger beroep wordt aanhangig gemaakt, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op verstek, hadden de appelrechters hun beoordeling niet mogen beperken tot een herbeoordeling van de ongedaanverklaring van het verzet, maar hadden zij ook de grond van de zaak moeten beoordelen.
  15. Artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het hoger beroep tegen de beslissing die het verzet ongedaan verklaart van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan het appelgerecht.
  16. Uit het arrest nr. 139/2019 van 26 september 2019 van het Grondwettelijk Hof volgt dat indien het appelgerecht ingevolge het hoger beroep van het openbaar ministerie het verzet dat de beklaagde voor de eerste rechter heeft ingesteld voor het eerst in hoger beroep ongedaan verklaart, het appelgerecht over de grond van de zaak zelf moet beslissen, ook al viseert artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering dit geval niet.
  17. Het arrest hervormt het beroepen vonnis in die zin dat het verzet van de eiser van 18 juni 2021 tegen het verstekvonnis van 28 november 2018 ongedaan wordt verklaard en laat na uitspraak te doen over de grond van de zaak. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Omvang van de cassatie
  18. De vernietiging wegens het verzuim uitspraak te doen over de grond van de zaak laat de beslissing over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van het openbaar ministerie en de ongedaanverklaring van eisers verzet van 18 juni 2021 tegen het verstekvonnis van 28 november 2018 onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest maar enkel in zoverre het nalaat uitspraak te doen over de grond van de zaak. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een derde van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 172,48 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 22 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221122.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.