← België

BOSAL INTERNATIONAL c. BELGISCHE STAAT, FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.10 Rolnummer: F.21.0189.N Zaak: BOSAL INTERNATIONAL c. BELGISCHE STAAT, FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-12-08 Raadplegingen: 1101 - laatst gezien 2026-06-17 01:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221125.1N.10 Fiche 1 Het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, mag niet worden gecompenseerd met het verlies van het belastbare tijdperk, derwijze dat het belastbare resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Allerlei Vrije woorden: Abnormale en goedgunstige voordelen - Verbod tot verliescompensatie Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 79 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 207 Fiche 2 Niet aangegeven belastbare inkomsten in de zin van artikel 358, § 1, 2°, WIB92 bevatten de in artikel 79 WIB92 bedoelde abnormale of goedgunstige voordelen die niet als dusdanig door de belastingbelastingplichtige onder de correcte codes in zijn aangifte in de vennootschapsbelasting werden aangegeven, als gevolg waarvan hij op die voordelen niet het correcte belastingstelsel heeft toegepast
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Vrije woorden: Bijzondere aanslagtermijn - Niet aangegeven belastbare inkomsten - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 79 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 358 Fiche 3 De artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB92 maken maken geen enkel onderscheid al naargelang een Belgische onderneming abnormale of goedgunstige voordelen ontvangt van een Belgische dan wel van een buitenlandse onderneming; het aftrekverbod van deze wetsbepalingen geldt derhalve ook ten aanzien van abnormale of goedgunstige voordelen die een Belgische onderneming ontvangt van een buitenlandse onderneming
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Bedrijfsverliezen Vrije woorden: Abnormale en goedgunstige voordelen - Aftrek - Buitenlandse voordeelverstrekker Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 79 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 207 Annotaties Publicaties: Fiscologue-Fiscologue - 2023, n° 1787, p. 2-4. - VAN CROMBRUGGE, Stefaan; Note'Avantages anormaux 'étrangers': interdiction d'imputer des pertes' BJS-Bulletin juridique social - 2023, n° 710, p. 13. - DELANNOY, Emmanuel; Note'L'interdiction d'imputer sur les pertes de l'exercice et les pertes antérieures, la partie du bénéfice provenant d'avantages anormaux et bénévoles obtenus d'une société...' Fiscoloog-Fiscoloog: nieuwsbrief over fiscaliteit - 2023, nr. 1787, p. 2-4. - VAN CROMBRUGGE, Stefaan; Noot'Cassatie: uitsluiting verliesaftrek ook op buitenlandse abnormale voordelen' Tekst van de beslissing Nr. F.21.0189.N BOSAL INTERNATIONAL nv, met zetel te 3560 Lummen, Dellestraat 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0447.141.987, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Gewestelijke Directie AABBI Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 5, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 maart 2021. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 27 oktober 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Krachtens artikel 358, § 1, 2°, WIB92, in de versie zoals van toepassing op het geding, mag de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bepaalde termijn is verstreken ingeval een controle of een onderzoek door de bevoegde autoriteit van een land, waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten, in verband met een belasting waarop die overeenkomst van toepassing is, uitwijst dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de resultaten van die controle of dat onderzoek ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht. Krachtens artikel 358, § 3, WIB92, in de versie zoals van toepassing op het geding, moet de belasting of de aanvullende belasting in het geval bedoeld in § 1, 2°, worden gevestigd binnen vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in § 1, 2°. 2. Krachtens artikel 207, tweede lid, WIB92, in de versie zoals van toepassing op het geding, mag geen van de in de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk worden verricht op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen vermeld in artikel 79. Krachtens artikel 79 WIB92 worden beroepsverliezen niet afgetrokken van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. Uit deze artikelen volgt dat het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, niet mag worden gecompenseerd met het verlies van het belastbare tijdperk, derwijze dat het belastbare resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is. 3. Uit het voorgaande en uit de wetgeschiedenis van artikel 358, § 1, 2°, WIB92 volgt dat de niet aangegeven belastbare inkomsten in de zin van artikel 358, § 1, 2°, WIB92 de in artikel 79 WIB92 bedoelde abnormale of goedgunstige voordelen bevatten die niet als dusdanig door de belastingbelastingplichtige onder de correcte codes in zijn aangifte in de vennootschapsbelasting werden aangegeven, als gevolg waarvan hij op die voordelen niet het correcte belastingstelsel heeft toegepast. 4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het belastbaar resultaat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is, en bijgevolg steeds een bedrag moet worden belast dat minstens gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel; - artikel 207, tweede lid, WIB92 dan ook een bijzondere regel van fiscale winstvorming betreft; - de eiseres wel degelijk een inbreuk heeft begaan op de aangifteverplichting door het niet vermelden van het door haar verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel onder code 070 (verkregen abnormale of goedgunstige voordelen), 073 (subtotaal van de bestanddelen van het resultaat waarop de aftrekbeperking van toepassing is), 075 (totaal van de bestanddelen van het resultaat waarop de aftrekbeperking van toepassing
  1. is)en 112 (belastbare grondslag, belastbaar tegen gewoon tarief) van het aangifteformulier; - de belastbare inkomsten de verkregen abnormale of goedgunstige voordelen bevatten en te dezen sprake is van belastbare inkomsten die niet werden aangegeven in de zin van artikel 358, § 1, 2°, WIB92. 5. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de belasting tijdig werd gevestigd, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel 6. Krachtens artikel 207, tweede lid, WIB92, in de versie zoals van toepassing op het geding, mag geen van de in de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk worden verricht op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen vermeld in artikel 79. Krachtens artikel 79 WIB92 worden beroepsverliezen niet afgetrokken van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. 7. Voormelde wetsbepalingen maken geen enkel onderscheid al naargelang een Belgische onderneming abnormale of goedgunstige voordelen ontvangt van een Belgische dan wel van een buitenlandse onderneming. Het aftrekverbod van deze wetsbepalingen geldt derhalve ook ten aanzien van abnormale of goedgunstige voordelen die een Belgische onderneming ontvangt van een buitenlandse onderneming. 8. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - artikel 207, tweede lid, WIB92 een ruime draagwijdte heeft en tevens van toepassing is op het abnormale of goedgunstige voordeel ontvangen van of toegekend door een buitenlandse onderneming; - artikel 207, tweede lid, WIB92 zijn oorsprong vindt in de wet van 13 juli 1956 en dat uit de parlementaire voorbereidingen blijkt dat de wetgever misbruiken heeft willen voorkomen door de compensatie van winst en verlies slechts toe te staan indien de winst niet voortkomt uit abnormale voordelen toegekend door een bedrijf waarvan de belastingplichtige afhankelijk is; - de wetgever in 2002 de internationale winstverschuiving heeft willen aanpakken en in de parlementaire voorbereiding uitdrukkelijk werd bepaald dat een striktere administratieve toepassing ertoe zou bijdragen dat abnormale winstafvloeiingen worden tegengegaan, zulks op het internationale vlak, en dat in die context een aftrek op verkregen abnormale of goedgunstige voordelen niet meer zal kunnen worden toegepast wanneer de onderneming die het abnormale of goedgunstige voordeel heeft toegekend, een in het buitenland gevestigde onderneming is; - de letterlijke teksten van artikel 79 en 207, tweede lid, WIB92 geen onderscheid maken naar de oorsprong der verkregen abnormale of goedgunstige voordelen; - artikel 207, tweede lid, WIB92 een juridische basis is voor het aanpassen van de belastbare winst bij winstverschuivingen en dit aan de hand van de notie abnormaal of goedgunstig voordeel en de tekst zelf van artikel 207, tweede lid, WIB92 daarbij geen onderscheid maakt naargelang de fiscale woonplaats van de voordeelverstrekker en er geen reden is waarom voormeld artikel niet zou kunnen worden gebruikt in de strijd tegen mechanismen van internationale belastingontduiking; - het gegeven dat er tot 2002 een administratieve tolerantie bestond deze bepaling enkel toe te passen op abnormale of goedgunstige voordelen verkregen van Belgische ondernemingen aan het voormelde geen afbreuk doet en deze toegeving in strijd was met de ruime draagwijdte van de bepaling; - de toepassing van artikel 207, tweede lid, WIB92 op vanuit het buitenland verkregen abnormale of goedgunstige voordelen tot economische dubbele belasting kan leiden, omdat de buitenlandse vennootschap die de voordelen heeft toegekend, hierop in eigen land kan worden belast; - de minister van Financiën bevestigd heeft dat de in artikel 207, tweede lid, WIB92 bedoelde aftrekbeperking inzake abnormale of goedgunstige voordelen niet van toepassing is op de voordelen die het voorwerp uitmaken van een in artikel 185, § 2, eerste lid, b), WIB92 bedoelde correlatieve aanpassing, daar deze voordelen geen deel meer uitmaken van de belastbare basis, maar dit op zich geen afbreuk doet aan voorgaande vaststelling dat artikel 207, tweede lid, WIB92 geen onderscheid maakt naar de oorsprong der verkregen abnormale of goedgunstige voordelen, noch dat dit inhoudt dat deze bepaling niet van toepassing is op abnormale of goedgunstige voordelen die een Belgische vennootschap ontvangt van een buitenlandse vennootschap, aangezien de toepassing van artikel 207, tweede lid, WIB92 de toepassing van artikel 185, § 2, eerste lid, b), WIB92 niet uitsluit; - de structuur, de bewoordingen en het toepassingsgebied van artikel 185, § 2, WIB92 overeenkomen met artikel 9 OESO-modelverdrag en een neerwaartse aanpassing door een overeenkomstsluitende Staat met toepassing van artikel 9 OESO-modelverdrag niet automatisch plaatsvinden, zelfs niet indien er geen twijfel over bestaat dat de betrokken winst ook in de belastbare basis in het buitenland is opgenomen ten gevolge van een opwaartse aanpassing; - wanneer de belastingadministratie artikel 207, tweede lid, WIB92 inroept om een Belgische onderneming te belasten op het door haar van een buitenlandse verbonden onderneming ontvangen abnormaal of goedgunstig voordeel en dit mogelijk tot dubbele belasting zou leiden, de belastingplichtige dan op basis van artikel 185, § 2, eerste lid, b), WIB92 en de artikelen 9 en 25 Oeso-modelverdrag ter bestrijding van de dubbele heffing een neerwaartse aanpassing kan verkrijgen, met name wanneer de gecorrigeerde winst betrekking heeft op winst die ook in de winst van de buitenlandse verbonden onderneming is opgenomen, maar te dezen zelfs niet blijkt dat er sprake is van dubbele belasting en de effectieve en uiteindelijk door de Nederlandse belastingadministratie in hoofde van de Nederlandse vennootschap gevestigde aanslagen zelfs niet voorliggen; - in het licht hiervan, in geval van dubbele belasting in een grensoverschrijdende context, artikel 207, tweede lid, WIB92 klaarblijkelijk geenszins onverzoenbaar is met de internationale of Europese belastingsystemen die uitgaan van een belastingheffing van het abnormaal of goedgunstig voordeel in de Staat waar de voordeelverstrekkende vennootschap is gevestigd en het past in de geest van de redelijke verdeling van de belastingopbrengsten tussen Staten, waarbij winstverschuivingen uit andere landen niet zonder meer kunnen worden geaccepteerd; - het antwoord van de minister van Financiën dat de in artikel 207, tweede lid, WIB92 bedoelde aftrekbeperking inzake abnormale of goedgunstige voordelen niet van toepassing is op de voordelen die het voorwerp uitmaken van een in artikel 185, § 2 , eerste lid, WIB92 bedoelde correlatieve aanpassing, daar deze voordelen geen deel meer uitmaken van de belastbare basis, in dezelfde lijn liggen. 9. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat het voordeel in een grensoverschrijdende context in hoofde van de verkrijger mag worden belast, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 462,06 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.10 Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221125.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.