id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.3 Rolnummer: F.22.0022.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MINSTER VAN FINANCIEN contra G. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-12-08 Raadplegingen: 963 - laatst gezien 2026-06-15 14:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR Fiche In geval van vernietiging van een aanvankelijke aanslag gevestigd op naam van een vennootschap waarvan de vereffening op dat ogenblik reeds was afgesloten, is een subsidiaire aanslag tegen de vereffenaar qualitate qua mogelijk op voorwaarde dat de aanvankelijke aanslag werd gevestigd binnen vijf jaar na de sluiting van de vereffening van de vennootschap. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Vrije woorden: Subsidiaire aanslag - Gelijkgestelde belastingplichtige - Vereffenaar - Aanvankelijke aanslag gevestigd binnen vijf jaar na de sluiting van de vereffening Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 357 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:143 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Annotaties Publicaties: Fiscoloog-Fiscoloog: nieuwsbrief over fiscaliteit - 2023, nr. 1776, p. 3-5. - C. B.; Noot'Cassatie ontmijnt subsidiaire aanslagen op naam van vereffenaars' Fiscologue-Fiscologue - 2023, n° 1776, p. 3-5. - C. B.; Note'La Cour de cassation et les cotisations subsidiaires au nom des liquidateurs' Tekst van de beslissing Nr. F.22.0022.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het KMO Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, bus 106, eiser, tegen R. G., , in zijn hoedanigheid van vereffenaar van G. I. bv, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 oktober 2021. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 27 oktober 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel 1. Artikel 356, eerste lid, WIB92 bepaalt dat wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing op de rol ingeschreven blijft. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. Overeenkomstig artikel 357, 5°, WIB92 worden voor de toepassing van artikel 356 WIB92 de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gedurende de periode voorzien in artikel 2:143, van hetzelfde Wetboek, met dezelfde belastingschuldige gelijkgesteld. Krachtens artikel 2:143 Wetboek van vennootschappen en verenigingen, verjaren door verloop van vijf jaren alle rechtsvorderingen tegen de vereffenaars als zodanig, of bij ontstentenis van vereffenaars, tegen de personen die krachtens artikel 2:85 als vereffenaars worden beschouwd, te rekenen van de bekendmaking van de sluiting van de vereffening. 2. De doelstelling van het systeem van de subsidiaire aanslag bestaat erin om in gevallen waar de oorspronkelijke aanslag om een andere reden dan verjaring moet worden vernietigd, de administratie de mogelijkheid te geven om alsnog een correcte aanslag te vestigen, ook al zijn de aanslagtermijnen inmiddels verstreken, en aldus te bewerkstelligen dat de wettig verschuldigde belasting kan worden geïnd. Hieruit volgt dat artikel 357, 5°, WIB92 en in het bijzonder de bewoordingen “gedurende de periode voorzien in artikel 2:143 van hetzelfde Wetboek” aldus dient te worden geïnterpreteerd dat in geval van vernietiging van een aanvankelijke aanslag gevestigd op naam van een vennootschap waarvan de vereffening op dat ogenblik reeds was afgesloten, een subsidiaire aanslag tegen de vereffenaar qualitate qua mogelijk is op voorwaarde dat de aanvankelijke aanslag werd gevestigd binnen vijf jaar na de sluiting van de vereffening van de vennootschap. 3. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan blijkt dat: - bij beslissing van de algemene vergadering van 18 november 2013, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 december 2013, de vereffening van G. I. bv werd gesloten; - op 28 april en 13 mei 2015 diverse aanslagen in de vennootschapsbelasting en in de roerende voorheffing werden gevestigd ten name van G. bv voor de aanslagjaren 2012 en 2013; - bij tussenarrest van 15 januari 2019 deze aanslagen werden vernietigd omdat zij werden gevestigd op naam van een niet-bestaande rechtspersoon; - de eiser bij conclusie neergelegd ter griffie van het hof van beroep op 8 juli 2019 heeft gevorderd om de subsidiaire aanslagen in de vennootschapsbelasting en de roerende voorheffing ten name van de verweerder, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van R. G. bv, geldig en invorderbaar te verklaren. 4. De appelrechters oordelen dat de eiser “ten onrechte argumenteert (…) dat voor de bepaling van de termijn van vijf jaar zoals bedoeld in artikel 2:143 WVV moet gekeken worden naar het moment waarop de oorspronkelijke aanslag werd gevestigd” en dat aangezien op datum van voorlegging van de subsidiaire aanslag er reeds meer dan vijf jaar verstreken was vanaf het ogenblik waarop de sluiting van de vereffening van de vennootschap werd bekendgemaakt, geen subsidiaire aanslag op naam van de verweerder meer kan gevestigd worden. Door aldus te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.3 Gerelateerde publicatie(
- s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.