← België

GEMEENTE SCHILDE contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.7 Rolnummer: F.19.0121.N Zaak: GEMEENTE SCHILDE contra S. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2022-12-08 Raadplegingen: 1375 - laatst gezien 2026-06-15 11:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221125.1N.7 Fiches 1 - 2 Het staat aan de rechter te oordelen of mededelingen die een overheid heeft gedaan voorafgaand aan een belastbaar feit bij de belastingplichtige de gerechtvaardigde verwachting kunnen opwekken dat hij niet het voorwerp zou vormen van een fiscale aanslag; mededelingen die dateren van na het belastbaar feit kunnen bij de belastingplichtige een dergelijke verwachting niet opwekken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Algemene rechtsbeginselen - Beginsel van behoorlijk bestuur - Mededelingen van de overheid - Gerechtvaardigde verwachting Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Beginsel van behoorlijk bestuur - Inkomstenbelastingen - Mededelingen die dateren van na het belastbaar feit Tekst van de beslissing Nr. F.19.0121.N GEMEENTE SCHILDE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor gevestigd te 2970 Schilde, Brasschaatsebaan 30, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.501.707, eiseres, met als raadsman mr. Willy Huber, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Léon Stynenstraat 63, tegen
  1. K. S.,
  2. F. S.,
  3. L. S., verweerders, met als raadslieden mr. Wim Carpels, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2970 Schilde, Kasteeldreef 125, mr. Vincent Vercauteren, en mr. Christophe Dillen, advocaten bij de balie provincie Antwerpen, beiden met kantoor te 2600 Antwerpen, Grotesteenweg 214, bus 4, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 januari
  4. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 27 oktober 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur sluit het recht op rechtszekerheid in. Het recht op rechtszekerheid houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat hij niet anders kan opvatten dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid.
  6. Het staat aan de rechter te oordelen of mededelingen die een overheid heeft gedaan voorafgaand aan een belastbaar feit bij de belastingplichtige de gerechtvaardigde verwachting kunnen opwekken dat hij niet het voorwerp zou vormen van een fiscale aanslag. Mededelingen die dateren van na het belastbaar feit kunnen bij de belastingplichtige een dergelijke verwachting niet opwekken. De aankondiging van de mogelijke goedkeuring van een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is niet van aard om bij de eigenaar van een leegstand pand een vertrouwen te creëren dat hij de belasting op grond van leegstand niet langer verschuldigd is. Een disparate of onduidelijke communicatie over de mogelijke goedkeuring van een nieuw RUP kan op zich niet tot gevolg hebben dat een aanslag in de leegstandsbelasting onwettig wordt.
  7. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerders onverdeelde eigenaars zijn van een pand te Schilde; - de gemeenteraad van de eiseres op 16 december 2013 het reglement betreffende de belasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, onveilig, verwaarloosd, bouwvallig of leegstand voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018 heeft gestemd; - de eiseres aan de verweerders heeft meegedeeld dat hun pand nog steeds is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister en zij eerstdaags een aanslagbiljet zouden ontvangen; - er drie aanslagen voor het aanslagjaar 2015 werden ingekohierd onder de artikelen 12, 13, 15 voor elk 1.110,45 EUR en de aanslagbiljetten werden verzonden op 15 december 2015; - de eiseres bij brief van 21 augustus 2009 de verweerders heeft meegedeeld dat het RUP … einde 2010, begin 2011, zou moeten zijn goedgekeurd en dat dit RUP, door de omzetting van de zone woonpark naar woongebied meer mogelijkheden zou bieden; - bij brief van 26 februari 2015 werd verwezen naar het RUP in opmaak, waarbij werd meegedeeld dat de eiseres er nog steeds werk van maakt om de opmaak van het RUP … af te handelen en dat het nog niet van kracht is; - uit de voorgelegde briefwisseling en de verslagen van de gemeenteraad blijkt dat er totale onzekerheid heerst over de invulling van het RUP en de tijdspanne waarin deze zou kunnen worden goedgekeurd; - de bezwaren van de verweerders naar aanleiding van de inkohiering van de bestreden aanslagen zonder duiding wat de timing betreft ter zijde werden geschoven door het college van burgemeester en schepenen van de eiseres; - uit de stukken blijkt dat de goedkeuring van een nieuw RUP herhaaldelijk in het vooruitzicht werd gesteld, doch uiteindelijk op de lange baan blijkt te zijn geschoven; - naar aanleiding van een discussie tijdens de gemeenteraad van 21 maart 2016 het engagement werd aangegaan om het reglement aan te passen van zodra zich een casus zou voordoen; - aan een makelaar die voor rekening van de verweerders optrad, de bevoegde schepen in 2017 verklaarde “dat overleg geen zin heeft”; - op de gemeenteraad van 19 februari 2018 de kwestie nogmaals op de dagorde werd gesteld maar “zonder enige duidelijkheid over de timing”; - er sprake is van “disparate en onduidelijke” communicatie vanwege de eiseres. Op die gronden vermochten de appelrechters niet te beslissen tot een schending van het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel en tot de vernietiging van de aanslagen in de gemeentelijke belasting op leegstand voor het jaar
  8. In zoverre is het middel gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221125.1N.7 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241129.1N.10 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260312.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.