← België

FINANCIEN c. NATIONAAL VERBOND VAN KATHOLIEKE VLA

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 83

, § 2 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 821 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Verjaring - Afstand van de verlopen tijd van de verjaring - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de

Art. 83

, § 2 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 821 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 3 De algemeen coördinator mag binnen de handelingen van het dagelijks bestuur de stuitingsdaad van de afstand van de op de verjaring verlopen termijn stellen, zoals bepaald in artikel 83, § 2, Btw-wetboek. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Dagelijks bestuur - Daden van beheer - Afstand van de verlopen tijd van de verjaring - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de

Art. 83, § 2 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Nr.

F.22.0006.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Ontvanger van het 5de BTW-Ontvangkantoor, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3103, en de adviseur-generaal-gewestelijk directeur van het centrum KMO Brussel 2, Expertise 2, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3408, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foetstraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen NATIONAAL VERBOND VAN KATHOLIEKE VLAAMSE VERPLEEGKUNDIGEN EN VROEDVROUWEN vzw, met zetel te 1030 Schaarbeek, Vergotesquare 43, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0410.339.890, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 juni

  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 27 oktober 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Artikel 83, § 2, Btw-wetboek bepaalt dat de afstand van de op de verjaring verlopen termijn, ten aanzien van zijn gevolgen gelijkgesteld wordt met de stuitingsdaden zoals bedoeld in de eerste paragraaf.
  3. Artikel 821 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat bij afstand van rechtsvordering de hoofdeiser, de eiser tot vrijwaring of de wedereiser afzien zowel van de rechtspleging als van het recht zelf. Afstand van rechtsvordering doet het recht teniet om te handelen met betrekking tot de aanspraak die voor de rechter was gebracht.
  4. De afstand van een verweer tegen een belastingsaanspraak, zoals de afstand van de op de verjaring verlopen termijn in de zin van artikel 83, § 2, Btw-wetboek, die geen erkenning van de rechten van de schuldeiser inhoudt, is geen afstand van rechtsvordering in de zin van voormelde wetsbepaling.
  5. De appelrechter die oordeelt dat de stuitingsdaad van de afstand van de op de verjaring verlopen termijn, zoals bepaald in artikel 83, § 2, Btw-wetboek, een afstand van een rechtsvordering betreft zoals bedoeld in artikel 821 Gerechtelijk Wetboek en hieruit afleidt dat de algemeen coördinator deze handeling niet mocht stellen binnen de handelingen van het dagelijks bestuur, waardoor de btw-vordering van de eiser is verjaard voor de jaren 2009 en 2010 bij gebrek aan bewijs van een tijdige stuiting van de verjaring, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  6. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de belastbaarheid van de handelingen voor de jaren 2009 en 2010 in hoofde van de verweerster en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221125.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.