← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 6 Wanneer de rechter die met het oog op de bepaling van de schade een medisch deskundigenonderzoek van het slachtoffer van een misdrijf beveelt, daarbij specificeert dat alle verrichtingen van het deskundigenonderzoek op tegenspraak dienen te gebeuren, dat alle partijen moeten worden opgeroepen om daaraan deel te nemen maar dat een door het slachtoffer niet-gewilde confrontatie met de beklaagde moet worden vermeden, kan daaruit niet worden afgeleid dat de partijen of hun raadslieden, en met name de raadsman van de beklaagde, gerechtigd zijn om de uitvoering van het medisch onderzoek van het slachtoffer door de deskundige bij te wonen

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 7 - 10 Uit de omstandigheid dat een beklaagde en zijn raadsman niet het recht hebben om persoonlijk aanwezig te zijn bij de uitvoering van het door de rechter met het oog op de schadebepaling bevolen medisch deskundigenonderzoek van de burgerlijke partij terwijl die laatste, als slachtoffer van het misdrijf en voorwerp van dit deskundigenonderzoek, wel hierbij persoonlijk aanwezig is, kan geen miskenning van het recht van verdediging, waaronder de wapengelijkheid, worden afgeleid in zoverre de beklaagde de mogelijkheid heeft om de uitvoering van het medisch deskundigenonderzoek te laten bijwonen door een adviserend arts van zijn keuze

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 962 tot en met 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0962.N E M F D C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jaak Haentjens, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen

  1. J D C, burgerlijke partij,
  2. C D B, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 juni
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 19 oktober 2022 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie. Op de rechtszitting van 29 november 2022 heeft raadsheer Steven Van Overbeke verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. Het arrest houdt de beslissing over de kosten op burgerlijk gebied verder aan. Dit is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering noch een beslissing als bedoeld door artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep is in zoverre voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR en de artikelen 972, § 1 en § 2, en 972bis Gerechtelijk Wetboek: het oordeel dat noch de eiser, noch zijn raadsman maar enkel een door de eiser aan te stellen adviserend arts het recht heeft het bevolen deskundigenonderzoek en de daarbij te houden installatievergadering bij te wonen, miskent eisers recht van verdediging en zijn recht om de verrichtingen van het deskundigenonderzoek op tegenspraak bij te wonen.
  6. Wanneer de strafrechter een deskundigenonderzoek beveelt dat louter betrekking heeft op de beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering, dient dit deskundigenonderzoek op tegenspraak te worden gevoerd. Dit geldt ook wanneer de opdracht van de deskundige strekt tot een medisch onderzoek van een slachtoffer van een misdrijf met het oog op de bepaling van de schade die door dat misdrijf werd veroorzaakt. Uit dit recht op tegenspraak kan evenwel niet worden afgeleid dat een partij of haar raadsman het recht hebben om persoonlijk aanwezig te zijn bij de eigenlijke verrichtingen van een medisch deskundigenonderzoek, maar wel dat zij het recht hebben om een adviserend arts aan te stellen die dit onderzoek kan bijwonen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijken de volgende gegevens: - de eiser werd bij vonnis van de correctionele rechtbank van 4 november 2019 strafrechtelijk veroordeeld wegens zedenmisdrijven, gepleegd op de eerste verweerster, waarbij op burgerrechtelijk gebied de eiser onder meer werd veroordeeld om aan de eerste verweerster een provisionele schadevergoeding te betalen en alvorens verder te beslissen over de overige schade een psycholoog als deskundige werd aangesteld met een welbepaalde opdracht teneinde het slachtoffer nader te onderzoeken; - op het hoger beroep van de eiser en het openbaar ministerie tegen dit vonnis werd de eiser bij arrest van het hof van beroep van 26 mei 2020 opnieuw strafrechtelijk veroordeeld, waarbij op burgerrechtelijk gebied betreffende de burgerlijke rechtsvordering van de eerste verweerster het beroepen vonnis werd bevestigd en de zaak voor verdere afhandeling op burgerlijk gebied naar de eerste rechter werd verzonden; - de eiser heeft een verzoekschrift tot wraking van de aangestelde deskundige neergelegd waarin hij aanvoerde dat de deskundige blijk heeft gegeven van vooringenomenheid en derhalve niet meer kon optreden als een onafhankelijke en onpartijdige deskundige omdat hij weigert om de eiser of diens raadsman toe te laten aanwezig te zijn bij de verrichtingen van het deskundigenonderzoek.
  8. Het arrest oordeelt niet dat de eiser of diens raadsman niet aanwezig mogen zijn bij het deskundigenonderzoek als zodanig en de installatievergadering met betrekking tot dit onderzoek. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  9. Het arrest oordeelt dat: - uit de verplichting om het deskundigenonderzoek op tegenspraak uit te voeren niet kan worden afgeleid dat aan een strafrechtelijk veroordeelde of diens raadsman het recht wordt verleend om een medisch deskundigenonderzoek van een burgerlijke partij in persoon bij te wonen; - de tegenspraak met betrekking tot het medisch deskundigenonderzoek als zodanig wordt uitgeoefend door de mogelijkheid voor de strafrechtelijk veroordeelde om een eigen adviserend arts aan te stellen die dit medisch deskundigenonderzoek in beginsel moet kunnen bijwonen, welke mogelijkheid overigens uitdrukkelijk in het vonnis van 4 november 2019 wordt vermeld; - voor het overige de tegenspraak wordt gevrijwaard doordat de partijen in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk opmerkingen te formuleren bij het voorverslag van de deskundige, desgevallend ook na raadpleging van een adviserend arts; - niet blijkt dat de eiser in dit verband een adviserend arts heeft aangesteld; - in die omstandigheden geen partijdigheid van de deskundige kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat hij aan eisers raadsman heeft meegedeeld dat het medisch deskundigenonderzoek buiten zijn aanwezigheid zou plaatsvinden, noch uit de algemene beschouwing van de deskundige dat slachtoffers van traumatische incestueuze seksuele feiten een deskundigenonderzoek als aversief en onveilig ervaren; - aan de deskundige evenmin vooringenomenheid kan worden verweten betreffende de door de eiser gepleegde feiten, waarvoor deze strafrechtelijk werd veroordeeld door een in kracht van gewijsde gegaan arrest, terwijl een louter algemene beschouwing met betrekking tot de beleving van een deskundigenonderzoek door slachtoffers van seksueel misbruik geen blijk van partijdigheid inhoudt ten aanzien van de eiser of ten aanzien van de beoordeling van de door de eerste verweerster geleden schade, wat het onderwerp uitmaakt van de opdracht waarmee de deskundige werd gelast. Met die redenen oordeelt het arrest wettig dat eisers recht van verdediging en zijn recht op tegenspraak tijdens het deskundigenonderzoek niet werden miskend. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 972, § 1 en § 2, 972bis en 973 Gerechtelijk Wetboek: het oordeel dat noch de eiser noch zijn raadsman gerechtigd zijn de verrichtingen van het deskundigenonderzoek bij te wonen, is niet naar recht verantwoord; in zoverre, bij toepassing van de omschrijving van de deskundigenopdracht in het vonnis van 4 november 2019, een door het slachtoffer niet-gewilde confrontatie met de eiser diende te worden vermeden, diende in elk geval eisers raadsman te worden toegelaten hierbij aanwezig te zijn.
  11. Het onderdeel moet om de in het antwoord op het eerste middel vermelde redenen, worden verworpen. Tweede en derde onderdeel
  12. De onderdelen voeren miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde: door te oordelen dat noch de eiser noch zijn raadsman gerechtigd zijn de verrichtingen van het deskundigenonderzoek bij te wonen, miskennen de appelrechters het gezag van gewijsde van het vonnis van 4 november 2019 en van het arrest van 26 mei 2020 dat het vonnis op dit punt bevestigt; bij de omschrijving van de deskundigenopdracht in het vonnis van 4 november 2019 werd immers bepaald dat alle verrichtingen van het deskundigenonderzoek op tegenspraak dienen te gebeuren en alle partijen moeten worden opgeroepen om daaraan deel te nemen (tweede onderdeel), waarbij louter een door het slachtoffer niet-gewilde confrontatie met de eiser moet worden vermeden (derde onderdeel).
  13. Wanneer de rechter die met het oog op de bepaling van de schade een medisch deskundigenonderzoek van het slachtoffer van een misdrijf beveelt, daarbij specificeert dat alle verrichtingen van het deskundigenonderzoek op tegenspraak dienen te gebeuren, dat alle partijen moeten worden opgeroepen om daaraan deel te nemen maar dat een door het slachtoffer niet-gewilde confrontatie met de beklaagde moet worden vermeden, kan daaruit niet worden afgeleid dat de partijen of hun raadslieden, en met name de raadsman van de beklaagde, gerechtigd zijn om de uitvoering van het medisch onderzoek van het slachtoffer door de deskundige bij te wonen. De onderdelen die uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen naar recht. Derde middel Eerste onderdeel
  14. Het onderdeel voert miskenning aan van het beginsel van de gelijkheid van wapens: door te oordelen dat de eiser de verrichtingen van het deskundigenonderzoek slechts kan opvolgen via de aanstelling van een adviserend arts, beschikt de eiser niet over dezelfde mogelijkheden als de eerste verweerster om de onpartijdigheid, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van de deskundige in voorkomend geval te betwisten; in tegenstelling tot de eiser, kan de eerste verweerster de verrichtingen van de deskundige wel persoonlijk beoordelen.
  15. Uit de omstandigheid dat een beklaagde en zijn raadsman niet het recht hebben om persoonlijk aanwezig te zijn bij de uitvoering van het door de rechter met het oog op de schadebepaling bevolen medisch deskundigenonderzoek van de burgerlijke partij terwijl die laatste, als slachtoffer van het misdrijf en voorwerp van dit deskundigenonderzoek, wel hierbij persoonlijk aanwezig is, kan geen miskenning van het recht van verdediging, waaronder de wapengelijkheid, worden afgeleid in zoverre de beklaagde de mogelijkheid heeft om de uitvoering van het medisch deskundigenonderzoek te laten bijwonen door een adviserend arts van zijn keuze. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  16. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op tegenspraak: het oordeel dat de tegenspraak wordt gevrijwaard doordat de partijen in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk opmerkingen te formuleren bij het voorverslag van de deskundige, desgevallend ook na raadpleging van een adviserend arts, is niet naar recht verantwoord; de eiser kan het deskundigenonderzoek slechts op een nuttige wijze aanvechten als hij hieraan kan deelnemen.
  17. Het arrest oordeelt niet enkel zoals het onderdeel vermeldt. Het oordeelt ook dat de tegenspraak met betrekking tot het medisch deskundigenonderzoek wordt uitgeoefend door de mogelijkheid voor de eiser om een eigen adviserend arts aan te stellen die dit medisch deskundigenonderzoek in beginsel moet kunnen bijwonen. Het onderdeel berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Vierde middel
  18. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het oordeel dat eisers verzoek tot wraking van de deskundige moet worden afgewezen als ongegrond is niet regelmatig met redenen omkleed; het arrest antwoordt niet op eisers appelconclusie waarin hij had aangevoerd dat de gerechtsdeskundige blijk heeft gegeven van een ontoelaatbare partijdigheid en vooringenomenheid door op eigen initiatief te hebben meegedeeld dat de aanwezigheid van eisers raadsman bij de uitvoering van het deskundigenonderzoek niet was toegelaten, terwijl de eerste verweerster zelf daarom niet had verzocht.
  19. Het arrest (p. 17, nr. 2.2.3) oordeelt dat geen partijdigheid van de deskundige blijkt door de omstandigheid dat hij aan eisers raadsman heeft meegedeeld dat het medisch deskundigenonderzoek buiten zijn aanwezigheid zou plaatsvinden, noch uit de algemene beschouwing van de deskundige dat slachtoffers van traumatische incestueuze seksuele feiten een deskundigenonderzoek als aversief en onveilig ervaren. Met die redenen verwerpt en beantwoordt het arrest het in het middel bedoelde verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 110,61 euro, waarvan 72,11 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 november 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221129.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221129.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.