← België

AXA BELGIUM contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221202.1N.1 Rolnummer: C.22.0039.N Zaak: AXA BELGIUM contra S. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-03-13 Raadplegingen: 772 - laatst gezien 2026-06-17 08:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Voor de toepassing van artikel 1386bis, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek volstaat een tijdelijke aantasting van het oordeelsvermogen te wijten aan een bijzondere omstandigheid niet, doch is een aanhoudende aantasting van het geestesvermogen, inherent aan de persoon, vereist

(1).
(1)Cass. 20 juni 1979, AR 1568, AC 1978-79,
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Geesteszieken Vrije woorden: Veroordeling tot vergoeding van schade - Persoon met ernstige geestesstoornis - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1386bis, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Veroordeling tot vergoeding van schade - Persoon met ernstige geestesstoornis - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1386bis, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Vred.-Tijdschrift van de vrede-(en politierechters) - 2023, nr. 9/10, p. 388-
  2. - DE BOECK, Annick; Noot'Duidelijkheid over de draagwijdte van de geestesstoornis in artikel 1386bis oud BW' TBBR-Tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht - 2024, nr. 8, p. 406-
  3. - STAUTEMAS BAELE, Florian; KRUITHOF, Marc; Noot'Het begrip geestesstoornis in artikel 1386bis Oud BW (en in artikel 6.11 BW)' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0039.N AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen S. S., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 september
  4. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Krachtens artikel 1386bis, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan de rechter, wanneer aan een ander schade wordt veroorzaakt door een persoon die zich in staat van krankzinnigheid bevindt, of in een staat van ernstige geestesstoornis of zwakzinnigheid die hem voor de controle van zijn daden ongeschikt maakt, hem veroordelen tot de hele vergoeding of tot een gedeelte van de vergoeding waartoe hij zou zijn gehouden, indien hij de controle van zijn daden had.
  6. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat de bedoelde geestesstoornis een aanhoudende aantasting van het geestesvermogen, inherent aan de persoon, vereist. Een tijdelijke aantasting van het oordeelsvermogen te wijten aan een bijzondere omstandigheid volstaat niet.
  7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verzekerde van de eiseres aan de verweerster een slag heeft toebracht terwijl deze bij de behandeling en verzorging over diens bed gebogen stond; - de verweerster hierdoor arbeidsongeschikt was; - de partijen het erover eens zijn dat de verzekerde van de eiseres op het ogenblik van het toebrengen van de slag schuldonbekwaam was; - de deskundige met betrekking tot de geestestoestand van de verzekerde van de eiseres besluit: “Op het ogenblik van de feiten vertoonde betrokkene een toestand van tijdelijke ernstige verwardheid, uitgelokt door dehydratatie met elektrolytenstoornissen en in de hand gewerkt door de toediening van medicatie (Haldol)” en verder dat deze “dermate verward was dat (…) de tijdelijke controle over zijn daden o.a. bewegingen ernstig verstoord was”; - volgens de deskundige dit het gevolg was van een tijdelijke fysiologische afwijking in zijn bloed, meer bepaald elektrolytenstoornissen en dehydratatie, die kunnen leiden tot verwardheid “en zelfs een vorm van waanzin”, wat bevestigd wordt door het feit dat de betrokkene moest behandeld worden met “een sterk antipsychoticum (Haldol)”; - de deskundige ook vermeldt “betrokkene was niet krankzinnig, vertoonde geen chronische ernstige geestesstoornis of zwakzinnigheid”, maar de kwalificatie in de zin van artikel 1386bis uiteraard hem niet toekomt; - de toestand niet toerekenbaar was aan de verzekerde van de eiseres, die niet bewust zijn aandoening heeft veroorzaakt en die niet de medicatie heeft gekozen die hem is toegediend, en zijn toestand ook moet beschouwd worden als onvoorzienbaar en onoverkomelijk doordat op het ogenblik van de feiten klaarblijkelijk nog niet verholpen was aan de elektrolytenstoornissen en dehydratatie en het antipsychoticum nog geen voldoende uitwerking had; - de verklaring van de verzekerde van de eiseres “op sommige medicatie reageert mijn lichaam zeer sterk: ik verlies de controle over mijn lichaam/handelingen en word soms agressief”, bevestigt wat kan beschouwd worden als een intermitterende geïnduceerde maar reële staat van ernstige geestesstoornis.
  8. De appelrechter die aldus oordeelt dat de ontoerekenbaarheid van de verzekerde van de eiseres het gevolg was van een bijzondere omstandigheid die tijdelijk was en de eiseres veroordeelt tot vergoeding van de schade van de verweerster op grond van artikel 1386bis Oud Burgerlijk Wetboek, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221202.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.