id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221202.1N.3 Rolnummer: C.22.0060.N Zaak: P. contra KBC VERZEKERINGEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-12-13 Raadplegingen: 1424 - laatst gezien 2026-06-19 05:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het incidenteel hoger beroep is in beginsel aan geen andere vormvereisten onderworpen dan die welke gelden voor een conclusie, zodat een partij incidenteel hoger beroep kan instellen door een beslissing aan te vechten en de hervorming van het beroepen vonnis te vragen in de motieven van haar conclusie voor de appelrechter, ook al wordt in het dictum van deze conclusie geen hervorming van het beroepen vonnis gevraagd
(1).
(1)Zie Cass. 6 september 2022, AR P.22.0601.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.5, AC 2022, nr. 510; Cass. 5 februari 2004, AR C.01.0372.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040205.22, AC 2004, nr. 59; Cass. 30 september 1996, AR S.95.0055.F ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960930.1, AC 1996, nr.
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep Vrije woorden: Vermelding in de motieven maar niet in het dictum van de conclusie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1056, 4° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2023, nr. 3, p. 244-
- - IDOMON, Catherine; Noot'De speld in de hooiberg: over de vorm van de conclusie en van het incidenteel beroep' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0060.N
- A. P.,
- W. P., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177, bus 7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.552.563, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 9 november
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voert in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kan de gedaagde in hoger beroep incidenteel hoger beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of voor de betekening erin heeft berust. Krachtens artikel 1056, 4°, van hetzelfde wetboek, wordt het incidenteel hoger beroep ingesteld bij conclusie. Het incidenteel hoger beroep is bijgevolg, in beginsel, aan geen andere vormvereisten onderworpen dan die welke gelden voor een conclusie. Een vordering die is opgenomen in de motieven van een conclusie, is regelmatig aan de rechter voorgelegd, zelfs wanneer zij niet wordt herhaald in het dictum van deze conclusie. Een partij kan zodoende incidenteel hoger beroep instellen door een beslissing aan te vechten en de hervorming van het beroepen vonnis te vragen in de motieven van haar conclusie voor de appelrechter, ook al wordt in het dictum van deze conclusie geen hervorming van het beroepen vonnis gevraagd.
- Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de eerste rechter de regresvordering van de verweerster tegen de eisers heeft afgewezen als ontvankelijk doch ongegrond; - de eerste rechter daarbij oordeelde dat de verweerster weliswaar van haar voornemen tot regres tijdig en regelmatig aan de eisers heeft kennis gegeven, maar niet slaagt in het bewijs van de rechtsgrond op basis waarvan zij regres uitoefent; - de verweerster hoger beroep instelde met het oog op inwilliging van haar regresvordering; - de eisers in het dictum van hun respectieve appelconclusies de afwijzing van het hoger beroep van de verweerster vorderen als ontvankelijk doch ongegrond; - de eisers in de motieven van hun respectieve appelconclusies stellen dat de verweerster van haar voornemen tot regres geenszins tijdig en regelmatig aan de eisers heeft kennis gegeven.
- De appelrechter die oordeelt dat zij, bij gebrek aan incidenteel hoger beroep wat betreft het tijdige en regelmatige karakter van de kennisgeving van het voornemen tot regres, daarover geen uitspraak meer kunnen doen, terwijl uit de motieven van de appelconclusies van de eisers blijkt dat zij vroegen om het oordeel van de eerste rechter hieromtrent te hervormen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 2 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221202.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960930.1 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040205.22 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div