id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221205.3N.3 Rolnummer: C.22.0216.N Zaak: D. contra PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN BEROEP GENT Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-01-16 Raadplegingen: 753 - laatst gezien 2026-06-18 13:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter kan aan de verplichting om het voorwerp van de vordering in zijn vonnis te vermelden voldoen door te verwijzen naar de door de partijen neergelegde gedingstukken, mits blijkt over welke gedingstukken het gaat
(1).
(1)Zie Cass. 28 mei 2020, AR C.18.0079.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.1, AC 2020, nr.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Voorwerp van de vordering - Vermelding - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 780, 3°, en 1042 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0216.N D.D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- OPENBAAR MINISTERIE, in de persoon van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 11, bus 101,
- C.V., advocaat, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van D.D., daartoe aangewezen bij vonnis van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Oostende, van 22 november 2021, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 april
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 4 oktober 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 780, 3°, Gerechtelijk Wetboek bevat het vonnis onder meer, op straffe van nietigheid, het onderwerp van de vordering, dit is het voorwerp van de vordering.
- De rechter kan aan de verplichting om het voorwerp van de vordering in zijn vonnis te vermelden voldoen door te verwijzen naar de door de partijen neergelegde gedingstukken, mits blijkt over welke gedingstukken het gaat.
- Krachtens artikel 1042 Gerechtelijk Wetboek geldt voormelde verplichting eveneens in hoger beroep.
- De appelrechter die noch in zijn arrest noch middels verwijzing naar enig stuk uit het dossier van de rechtspleging het voorwerp van de vordering van de eerste verweerder in hoger beroep vermeldt, doch zich ertoe beperkt te vermelden dat de eerste verweerder op de aan het arrest voorafgaande rechtszitting “een mondelinge uiteenzetting [geeft]”, schendt voormelde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué en raadsheer Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 5 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221205.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251002.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div