id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221205.3N.5 Rolnummer: C.22.0134.N Zaak: Luc Callant Afwerkingsbedrijf bv contra M. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-01-16 Raadplegingen: 1220 - laatst gezien 2026-06-17 23:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een aannemingsovereenkomst in de zin van de artikelen 1779, 3°, en 1787 Oud Burgerlijk Wetboek kan worden bewezen door het gedrag van een van de partijen. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Aannemingsovereenkomst - Bewijs Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1779, 3°, en 1787 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0134.N LUC CALLANT AFWERKINGSBEDRIJF bv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, ’t Walletje/107E, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0836.882.940, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- S.C., advocaat, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de persoon en de goederen van G.P., eerste verweerder,
- H.P., tweede verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 29 september
- De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 20 oktober 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 8.3, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moeten, behoudens andersluidende wettelijke bepaling, feiten of rechtshandelingen worden bewezen wanneer ze aangevoerd en betwist zijn. Krachtens artikel 8.31, tweede lid, Burgerlijk Wetboek kan de buitengerechtelijke bekentenis voortvloeien uit het gedrag van een van de partijen, zoals de uitvoering van een overeenkomst, en kan dat gedrag met alle bewijsmiddelen worden aangetoond. Krachtens artikel 8.31, derde lid, Burgerlijk Wetboek heeft de buitengerechtelijke bekentenis dezelfde bewijswaarde als de gerechtelijke bekentenis. Krachtens artikel 8.32, tweede lid, Burgerlijk Wetboek levert de bekentenis een bewijs op tegen wie ze heeft gedaan, tenzij ze niet oprecht is.
- Een aannemingsovereenkomst in de zin van de artikelen 1779, 3°, en 1787 Oud Burgerlijk Wetboek kan worden bewezen door het gedrag van een van de partijen zoals de bestelling van meerwerken.
- Uit de respectieve appelconclusies van de partijen blijkt dat: - de eiseres de betaling nastreeft van een factuur aan de verweerders ten bedrage van 32.340,81 euro exclusief btw omwille van schilderwerken aan een woning waarvan de verweerders voor een deel blote mede-eigenaars zijn en die de eerste verweerder samen met hun moeder bewoont; - de verweerders, die de betaling weigeren, stellen dat zij niet de opdrachtgevers van de werken zijn omdat zij de oorspronkelijke offerte ten bedrage van 3.935,16 euro exclusief btw niet hebben onderschreven en zij in de waan verkeerden dat hun moeder op die offerte was ingegaan; - de eiseres evenwel aanvoert dat de verweerders tijdens de uitvoering van de werken, zoals de werklieden verklaarden, tal van meerwerken bestelden zodat de prijs van de oorspronkelijk bedoelde werken opliep tot het bedrag van 32.340,81 euro exclusief btw; - de verweerders als zodanig niet hebben betwist meerwerken te hebben besteld.
- De appelrechter die in de gegeven omstandigheden oordeelt dat de verweerders geen bewezen rechtshandelingen hebben gesteld die moeten worden beschouwd als de uitvoering van een aannemingsovereenkomst en zodoende beslist dat de eiseres, bij gebrek aan schriftelijk bewijs van een aannemingsovereenkomst met de verweerders, vergeefs betaling nastreeft van haar factuur ten bedrage van 32.340,81 euro exclusief btw, schendt voormelde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eerste verweerder en het incidenteel hoger beroep van de tweede verweerster ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en raadsheer Sven Mosselmans, en in openbare terechtzitting van 5 december 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221205.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div